Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 
 
Special 'Kritisch kijken naar onderzoek', juni 2016
Nieuw subsidieprogramma stelt verantwoorde onderzoekspraktijk centraal

Weg met de Airmile voor wetenschappers

De kwaliteit en integriteit van onderzoek bevorderen, dat is een belangrijk doel van een nieuw subsidieprogramma. Programmavoorzitter Eduard Klasen en betrokkene Lex Bouter over veelvoorkomend wangedrag, mogelijke oplossingen en het belang van transparantie. 

‘Als ik promovendi lesgeef over wetenschappelijke integriteit, zeggen ze na afloop: “Ik dacht dat het zou gaan over data vervalsen en plagiaat. Maar het gaat over mijn dagelijks werk, de verleiding om bochten af te snijden waaraan we allemaal blootstaan”’, zegt Lex Bouter, hoogleraar methodologie en integriteit aan de Vrije Universiteit.

Selectief publiceren

De hoogleraar vroeg honderden internationale experts welk wetenschappelijk wangedrag zich het vaakst voordoet. Selectief citeren staat bovenaan, gevolgd door slechte begeleiding van promovendi. Op plaats drie en vier komen ‘afzien van publiceren als de uitkomsten je niet bevallen, in combinatie met selectief publiceren’. Ook niet-verdiend auteurschap van publicaties lijkt wijdverbreid. 

Airmiles

Wat zijn hiervan de oorzaken? ‘Dat weten we niet. Daarom is het zo goed dat er een onderzoeksprogramma komt’, zegt Bouter, verwijzend naar het nieuwe ZonMw-programma Bevorderen van Verantwoorde Onderzoekspraktijken. ‘Redelijkerwijs kun je wel aannemen dat er niet één oorzaak is, maar dat het een samenspel is van het systeem, de cultuur en de persoon.’ Met het systeem bedoelt hij vooral de ranking van onderzoekers op basis van citaties. ‘Citaties zijn de Airmiles voor wetenschappers. Je krijgt veel citaties bij spectaculaire bevindingen. De verleiding om daarnaar toe te werken is behoorlijk.’ 

Nationale survey

De programmavoorzitter van Bevorderen van Verantwoorde Onderzoekspraktijken is Eduard Klasen, oud-bestuurder van het Leids Universitair Medisch Centrum en emeritus hoogleraar management van gezondheidsonderzoek. Hij hecht veel waarde aan inzicht in de onderzoekspraktijk. ‘Het onderbuikgevoel is dat mensen onder druk staan om te veel en te snel te publiceren.’ Dat pleit voor een nationale survey naar onder meer de eisen die universiteiten stellen aan medewerkers. ‘We willen vervolgens graag nagaan of die eisen inderdaad een ongunstig effect hebben. En zo ja: wat kun je daaraan doen, zonder dat je van wetenschap een softe business maakt waarin iedereen alles wel best vindt.'

 ‘Confronteer jonge onderzoekers met valkuilen’

Verschillende onderzoeksorganisaties hebben de afgelopen jaren initiatieven genomen om kwaliteit en integriteit te bevorderen. Een landelijke inventarisatie daarvan moet inzicht geven in de effecten. Klasen: ‘Wat helpt en wat niet? Daaruit kunnen best practices naar voren komen.’ Een van de sleutels ligt volgens hem in de opleiding van jonge onderzoekers. ‘Je kunt hen niet vroeg genoeg confronteren met de valkuilen. Met het feit dat er een moment kan komen waarop je denkt: die ene punt op de lijn wijkt af, laat ik die maar weggummen. Daar moeten ze alert op zijn.’

Meekijken

Bouter geeft hierover les aan postdocs, promovendi en degenen die hen begeleiden. Want: ‘Mensen doen de gekste dingen verkeerd omdat ze niet weten hoe het moet. Ik vraag altijd aan promovendi of er wel eens iemand heeft meegekeken naar hun data. Dat blijkt vaak niet zo te zijn.’

Beoordelingssysteem

Om ondeugdelijke wetenschap uit te bannen is er geen magic bullet, stelt de hoogleraar. ‘We moeten het van verschillende kanten aanpakken.’ Wel vindt hij het beoordelingssysteem erg belangrijk. Werkgevers moeten onderzoekers niet uitsluitend afrekenen op publicaties, maar ook op andere activiteiten. ‘Bijvoorbeeld op het netjes opslaan van je data, collega’s begeleiden, mensen helpen die wat jij hebt gevonden willen implementeren of die voortbouwen op jouw onderzoek, en op reviewwerk.’

Voorzichtig

Ook Klasen benadrukt dat onderzoeksinstituten voorzichtig moeten zijn met ‘aantallen tellen’. ‘Je kunt bij de beoordeling van een proefschrift kijken naar geaccepteerde publicaties, maar ook naar aangeboden publicaties. Of het proefschrift gewoon goed laten beoordelen.’

Open cultuur

Daarnaast is volgens Bouter een open cultuur op de werkvloer belangrijk. ‘Een cultuur waarin je eigen dilemma’s aan de orde kunt stellen, maar waarin het ook niet gek is om elkaar te controleren, bijvoorbeeld door elkaars data-analyses te bekijken.’ Vertrouwenspersonen en klokkenluidersregelingen zijn daarvan het sluitstuk. ‘Vaak is het de jongste bediende die iets opmerkt, en die niet zo makkelijk aanklopt.’ 

Tekst: Krista Kroon
Illustratie: Dik Klut