Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 
 
Special 'Kritisch kijken naar onderzoek', juni 2016
Verspilling van onderzoeksgeld voorkomen

De roep om maatschappelijk relevante wetenschap

In Nederland en daarbuiten woedt een debat over de koers van het wetenschappelijk onderzoek. Wetenschappers en instituties pleiten voor reflectie op de vraag: wat is wetenschappelijke kwaliteit? En hoe zorgen we ervoor dat de samenleving meer baat heeft bij onderzoek?

Sinds een aantal jaar woedt een fundamenteel, internationaal debat over het doel, de taak en richting van de wetenschap, waarbij het hele onderzoeksysteem onder de loep wordt genomen. Zo publiceerde The Lancet in 2014 een serie artikelen waarbij meer dan veertig auteurs uit dertien landen waren betrokken. Hierin werden dringende kwesties aan de orde gesteld: de keuze van wetenschappers voor thema’s die lage maatschappelijke prioriteit hebben, toepassing van verkeerde onderzoeksmethoden en het weglaten uit publicaties van onwelgevallige resultaten.

Negatieve publiciteit

De laatste jaren haalt de wetenschap de media niet alleen met bijzondere ontdekkingen, maar ook met slecht nieuws over het vak zelf. Slecht nieuws, dat onvermijdelijk leidt tot zelfreflectie. Vorig jaar publiceerde het tijdschrift Science een ontnuchterende studie waarbij honderd psychologieonderzoeken door andere wetenschappers waren overgedaan, en in meer dan de helft van de gevallen niet repliceerbaar bleken. Dan zijn er nog fraudezaken zoals de zaak Stapel. Hoewel zeldzaam, tasten de berichten over fouten en fraude het gezag van de wetenschap aan en leiden ze tot wantrouwen bij het publiek.

Nieuwe fase

De dieperliggende vraag is hoe deze problemen ontstaan. Ligt het aan de publicatiedruk? Zitten er perverse prikkels in het systeem? Is het de wetenschapscultuur? Hoe kun je slechte studies en verspilling van schaarse onderzoeksgelden voorkomen? De wetenschap staat aan het begin van een nieuwe fase, waarin de roep om transparantie, efficiency en relevantie centraal staan. Vaker zal van onderzoekers worden verwacht dat zij studies doen die gericht zijn op toepasbaarheid in de praktijk. Vier prioriteiten gelden daarbij als ijkpunten voor excellent onderzoek: kwaliteit, maatschappelijke impact, integriteit, efficiency

Kwaliteit: leren

In plaats van mislukte onderzoeken weg te moffelen, kunnen wetenschappers er ook van leren. Sterker nog: de kwaliteit van onderzoek neemt erdoor toe. Neem de brilliant failure van Annemerle Beerthuizen van de sectie medische psychologie & psychotherapie, Erasmus MC Rotterdam. Zij wilde bij driehonderd patiënten in zestien ziekenhuizen de (kosten-)effectiviteit bestuderen van een interventie voor patiënten met hepatitis C. Uiteindelijk deed iets meer dan 10 procent daarvan in slechts zes ziekenhuizen mee, waarbij slechts drie patiënten de training volledig doorliepen. Met de uitkomsten kon Beerthuizen niet veel, maar ze leerde wel dat ze een volgende keer beter met één ziekenhuis kon beginnen. Om de discussie over passende en haalbare onderzoeksmethodieken te stimuleren, startte ZonMw in 2013 het Netwerk Bruikbaar Onderzoek. Inmiddels telt dit netwerk zo’n driehonderd experts. 

Maatschappelijke impact

Wetenschap en samenleving delen lang niet altijd dezelfde belangen. Ook worden studies vaak binnen zulke beperkte settings gedaan, dat resultaten niet goed toepasbaar zijn in de praktijk. Een ander euvel is dat bij publicaties niet wordt aangegeven hoe interventies geïmplementeerd kunnen worden. Jacqueline Broerse, VU-hoogleraar innovatie en communicatie in de gezondheids- en levenswetenschappen, stelt bijvoorbeeld dat dringende problemen die patiënten ervaren, zoals jeuk aan littekens bij brandwonden, niet worden onderzocht.  

‘Alle onderzoeksfinanciers hebben deze onderwerpen hoog op de agenda’

Om te zorgen dat wetenschappelijk onderzoek een maatschappelijke impact heeft, betrekken financieringsorganisaties in toenemende mate beleidsmakers en patiënten bij de beoordeling van studies en toekenning van onderzoeksgelden. Van onderzoeken wordt vaker verwacht dat beleid en praktijk er baat bij hebben.

Integriteit: slodderwetenschap

De gevallen van onderzoeksfraude hebben de bewustwording ten aanzien van de problematische kanten van de onderzoekspraktijk op de agenda gezet. Denk daarbij aan praktijken die leiden tot sloppy science ofwel slodderwetenschap (een term van de commissie die de zaak Stapel onderzocht, red.): het enkel publiceren van goede resultaten of proefpersonen of condities weglaten die gunstige uitkomsten verstoren. In antwoord daarop zetten internationaal steeds neer onderzoeksinstellingen en responsible research practices op de agenda, waarin de eisen voor goed en integer onderzoek zijn geformuleerd. 

Efficiency: goedkoper

Efficiency betekent dat het beschikbare geld zo goed mogelijk moet worden besteed. Neem de onderzoeker die een klinische trial voor een bedrag van 400.000 euro wilde uitvoeren voor een nieuwe behandeling in de operatiekamer. Het onderzoek bleek echter al in de Verenigde Staten te zijn gedaan. Uiteindelijk is gekozen voor een businesscase van slechts 14.000 euro, die bovendien sneller leidde tot het toepassen van de behandeling in operatiekamers. 

Minder dierproeven

Dierproeven zijn een ander voorbeeld van onderzoek waarin met efficiency veel winst valt te boeken. Het is niet alleen duur om proefdieren te houden, ook zijn er grote bezwaren tegen testen op levende wezens. Bovendien blijkt slechts een fractie van de medicijnproeven op lab-muizen resultaten op te leveren die toepasbaar zijn op de mens. Het ZonMw-programma Meer Kennis met Minder Dieren beoogt het aantal dierproeven terug te dringen en alternatieven te ontwikkelen.

Kritisch kijken

Binnenkort zal elke onderzoeker met deze nieuwe manier van kijken te maken krijgen. Internationaal letten onderzoeksfinanciers bij het toekennen van subsidies steeds meer op maatschappelijke relevantie. ‘Goed onderzoek kan tegenwoordig niet zonder aandacht voor kwaliteit, maatschappelijke impact, integriteit en efficiency’, zegt Henk Smid, directeur ZonMw. ‘Alle onderzoeksfinanciers hebben deze onderwerpen hoog op de agenda staan. Heel goed dat we op die manier zowel internationaal als landelijk kritisch naar de onderzoekspraktijk kijken.’

Tekst: Tjitske Lingsma
Illustratie: Dik Klut