Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 
 
Special 'Kritisch kijken naar onderzoek', juni 2016
Richtlijnen dierexperimenteel onderzoek zijn goed toepasbaar

Betrouwbaarheid zit ‘m in de details

De recente richtlijnen voor dierexperimenteel onderzoek worden nationaal en internationaal te weinig gebruikt. Onderzoekers vinden ze omslachtig. Maar dat valt reuze mee, zegt arts en onderzoeker Janneke Horn van het AMC. Zij publiceerde de negatieve resultaten van muizen met IC-zwakte.

Bij wetenschappelijke publicaties zijn details van groot belang. Ze maken het voor collega-onderzoekers mogelijk om een onderzoeksresultaat te checken, te beoordelen op betrouwbaarheid én om de resultaten van verschillende studies met elkaar te vergelijken. Met dat doel zijn er in de loop der jaren voor bijna elk type studie reporting guidelines opgesteld; publicatierichtlijnen die aangeven welke details er bij een publicatie toe doen. 

Richtlijnen dierexperimenten

Voor dierexperimenteel onderzoek bestaan verschillende richtlijnen. De meest recente daarvan zijn de Animal Research: Reporting of In Vivo Experiments-richtlijnen (ARRIVE) en de Gold Standard Publication Checklist (GSPC). Maar deze twee richtlijnen worden nationaal en internationaal nog te weinig gebruikt. Onderzoekers weten simpelweg niet van het bestaan of vinden ze omslachtig. Onzin, vindt onderzoeker Janneke Horn uit het AMC dat laatste argument. Aan de hand van de ARRIVE-richtlijnen publiceerde zij vorig jaar in het wetenschappelijk tijdschrift Muscle and Nerve de negatieve resultaten van een dieronderzoek naar IC-zwakte (Intensive Care-gerelateerde spierzwakte). Horn: ‘De publicatierichtlijnen zijn niet ingewikkeld. Je vermeldt meer details over hoe je de dieren hebt gehuisvest en over wat je ze te eten hebt gegeven. Maar dat zijn zaken die je toch al betrekt bij je onderzoek, ook als je niet publiceert.’

Hoopvol

Binnen het ZonMw-programma Meer Kennis met Minder Dieren krijgen onderzoekers subsidie als ze met behulp van richtlijnen hun dierexperimenteel onderzoek open acces publiceren. Daarbij gaat het om onderzoeken met neutrale of zelfs negatieve resultaten. Ook Horn ontving de subsidie. Ze vindt het initiatief van ZonMw hoopvol. ‘Voor veel onderzoekers is het verleidelijk om negatieve resultaten van relatief kleine studies niet te publiceren’, zegt ze. ‘Het bespaart je de moeite van een arbeidsintensief schrijfproces. Bovendien is het moeilijk om een wetenschappelijk tijdschrift te vinden met belangstelling. Het gaat immers vaak om ‘mislukt’ onderzoek; er is geen baanbrekend nieuws. Dat vinden veel high impact journals niet interessant. Die publiceren alleen artikelen met spannende positieve en veelbelovende resultaten.’ 

Vertekend beeld

Carlijn Hooijmans is onderzoeker bij Systematic Review Centre for Laboratory animal Experimentation (SYRCLE) van het Radboudumc in Nijmegen. Ze stelde in 2010 de GSPC op. Ze vindt het niet publiceren van negatieve resultaten onwetenschappelijk en onethisch. Hooijmans: ‘Als je negatieve resultaten niet publiceert, gaan anderen wellicht tevergeefs het wiel opnieuw uitvinden. Dat kost tijd en geld, en er worden nodeloos dieren gebruikt. Bovendien leiden uitsluitend positieve resultaten tot publicatiebias; een vertekend beeld van de werkelijkheid. Daarvan kunnen patiënten de dupe worden, zodra klinisch onderzoekers besluiten om het zogenaamd veelbelovend effect te gaan meten bij patiënten. Die onderzoekers kennen de negatieve dierstudies niet en hebben misschien een te positief idee over de effectiviteit.’

‘Negatieve resultaten zijn net zo belangrijk als positief nieuws’

Hooijmans ontwikkelt methodieken voor een betrouwbare samenvatting van individuele dierstudies. ‘Met andere woorden: hoe vergelijk je de resultaten van een varken met die van een muis en een rat, en hoe vertaal je al deze resultaten naar de mens? Details zijn daarbij essentieel.’ Een veelgehoord commentaar van onderzoekers is dat wetenschappelijke tijdschriften weinig ruimte beschikbaar stellen voor methodologische details, zoals gegevens over huisvesting, voeding of randomisatie. Hooijmans: ‘Dat geldt voor de papieren versie. Vaak mag je online supplementen toevoegen.’ Ook het excuus dat wetenschappelijke tijdschriften niet geïnteresseerd zijn in dierstudies met negatief resultaat vindt ze niet steekhoudend. ‘Sommigen hebben zich zelfs gespecialiseerd in studies met neutraal of negatief resultaat. Dus wie moeite doet, lukt het. Mits het onderzoek goed is uitgevoerd. Reden temeer om publicatierichtlijnen te gebruiken.’

Richtlijnen verplichten

Zowel Hooijmans als Horn vinden dat er een rol is weggelegd voor subsidieverstrekkers en wetenschappelijke tijdschriften. ‘ZonMw neemt zijn verantwoordelijkheid al door publicatie van negatieve resultaten te subsidiëren mits er een richtlijn is gevolgd’, zegt Hooijmans. ‘Maar wetenschappelijke tijdschriften zouden op hun beurt vaker goed uitgevoerde studies met negatieve resultaten moeten publiceren. Zo’n studie is wetenschappelijk gezien net zo belangrijk als positief nieuws.’ Ook vindt ze dat richtlijnen vaker verplicht gesteld moeten worden bij publicatie van dierexperimenten. ‘Een grondbeginsel van wetenschap is dat onderzoek reproduceerbaar moet zijn. Dat kan alleen als essentiële details worden beschreven, maar die ontbreken vaak. Dat gaat ten koste van de betrouwbaarheid.’ 

Open en eerlijk

Voor haar studie binnen een onderzoek naar IC-zwakte ontwikkelde Horn muizen met buikvliesontsteking. De muizen werden ziek, maar vertoonden geen IC-zwakte. ‘Ons diermodel bleek dus ongeschikt voor het doel.’ Omdat haar onderzoek zeer degelijk is uitgevoerd en gedetailleerd beschreven, accepteerde Muscle and Nerve de publicatie. Horn gelooft niet dat dieronderzoek nagenoeg kan worden afgeschaft. ‘Dan zou je elk medicijn als eerste op mensen moeten uittesten; daar gaat niemand aan meedoen. Dus kunnen we maar beter eerlijk en zorgvuldig de resultaten van dierexperimenten publiceren. Richtlijnen verhogen de kans dat een wetenschappelijk tijdschrift negatieve onderzoeksresultaten publiceert. Bovendien zijn ze nuttig bij de uitvoering van je onderzoek, ook als je uiteindelijk niet publiceert. Ze dwingen je om netjes je resultaten te rapporteren. Ze geven houvast.’

Tekst: Riëtte Duijnstee
Illustratie: Dik Klut