Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 
 
Special 'ICT in de zorg', januari 2015
E-health van de grond krijgen in eerstelijnszorg

'Living Labs' zoeken aansluiting met de praktijk

Er bestaan veel e-health-toepassingen voor de eerste lijn, maar zij worden nog maar mondjesmaat gebruikt. Ook is de zorg er vaak nog onvoldoende op afgestemd. Het eLabEL project hoopt hier verandering in te brengen. De ervaringen van gebruikers staan centraal in 10 praktijken ('living labs') die met een selectie van applicaties aan de slag gaan.

Er worden voortdurend nieuwe e-health-toepassingen ontwikkeld. Luc de Witte, hoogleraar technologie in de zorg aan de Universiteit Maastricht, spreekt zelfs van een 'tsunami van mogelijkheden' die ons overspoelt. Dat heeft echter nog niet geleid tot meer kwaliteit en efficiency in de zorg. 'Bij iedere applicatie moet je je kritisch afvragen of die een toegevoegde waarde heeft. Je moet het kaf van het koren scheiden. Dat lukt niet door ze geïsoleerd in te zetten en te bestuderen. Het is zinvoller nuttige applicaties te combineren en te integreren en als zorgverlener daarop je praktijkvoering aan te passen. Pas dan krijgt e-health een reële kans van slagen. Dat is ons doel met het eLabEL project.’ De naam van het project verwijst naar de centrale thema's erin: e-health, living labs en eerste lijn. Het project brengt de barrières voor e-health in kaart en test mogelijke oplossingen in de praktijk. 

'Living lab'

eLabEL gaat een selectie van e-health-toepassingen radicaal implementeren in 10 eerstelijns zorgpraktijken in heel Nederland. De Witte noemt deze praktijken living labs: innovatie-experimenten in een natuurlijke omgeving waarin de ervaringen van gebruikers centraal staan.'Wij hebben in nauw overleg met die centra en samen met patiënten, zorgprofessionals en technologiebedrijven voorlopig alleen bestaande robuuste en bewezen effectieve applicaties uitgekozen. De nieuwe zijn voor later.’ 

'Met eLabEL gaan we vanuit de eerstelijns zorg zelf een samenhangend geheel opbouwen.' 

De geselecteerde applicaties worden geïntegreerd in een portaal, zodat zorgverleners en patiënten er makkelijk mee kunnen werken. Alle data worden uiteraard goed afgeschermd, zodat de privacy van de gebruikers gewaarborgd is.

Digitale coaches

In de living labs worden 2 soorten applicaties bekeken. De eerste betreft generieke programma’s die voor alle patiënten de contacten met hun zorgcentrum vergemakkelijken. Zij maken het mogelijk om bijvoorbeeld digitaal afspraken te maken, online medicatie te bestellen en online vragen te stellen, eventueel in combinatie met beeldcontact. De tweede categorie bestaat uit ziektespecifieke programma's. De Witte geeft als voorbeeld de digitale coaches voor patiënten met de longziekte COPD, suikerziekte (diabetes) of ernstig overgewicht. Bij COPD is het bijvoorbeeld de kunst om de verergeringen (exacerbaties) te voorspellen waardoor de longen verder achteruitgaan. De digitale coach stelt de patiënt dagelijks een paar vragen en de patiënt geeft door hoeveel zuurstof in zijn bloed zit. Dat kan een goede manier zijn om exacerbaties te voorspellen en zelfs te voorkómen. eLabEL gaat uitzoeken of zulke apps hun belofte in een natuurlijke omgeving waarmaken.

Zorgverzekeraars afwachtend

Een belangrijk probleem is volgens De Witte de bekostiging van de praktijken die meedoen. 'ZonMw betaalt het onderzoek maar de deelnemende zorgcentra krijgen niets extra, terwijl zij investeren en extra tijd kwijt zijn voor de implementatie en hun pioniersrol. Volgend jaar ontstaat er ruimte voor extra vergoedingen aan eerstelijns praktijken die zich richten op innovatie. Maar zorgverzekeraars nemen een afwachtende houding aan. We hebben al heel wat gesprekken met hen gevoerd, maar tot nu toe zonder resultaat. We moeten eerst aantonen dat het voor hen besparingen oplevert. Ze zullen niet investeren en willen geen risico lopen.’ Desondanks gaat eLabEL door. Volgend jaar gaat men in een aantal praktijken van start.

De Witte: 'Dit is een beweging die gewoon moet doorgaan. Minister Edith Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft ook aangegeven dat de introductie van e-health gewenst en noodzakelijk is. We hopen dat de zorgverzekeraars alsnog overstag gaan.’

Telezorgcentrum

Parallel aan eLabEL loopt er nog een ander project om e-health steviger in de eerstelijnszorg te verankeren. Het Centre for Care Technology Research (CCTR), waarvan De Witte voorzitter is, wil samen met ontwikkelaars van applicaties een telezorgcentrum ontwikkelen. Huisartsen en zorgcentra kunnen daar in de toekomst terecht voor vragen en ondersteuning op het gebied van e-health. Volgens De Witte moet het aanbod aan applicaties structureel geregeld worden. 'Voor dit project hebben we een aparte subsidie gekregen van Limburg Economic Development en het programma Innovatie Zuid. Alle eerstelijns zorgcentra in Nederland moeten uiteindelijk een aanbieder hebben waar ze die programma’s kunnen bestellen. En natuurlijk wordt dat geen statisch aanbod. Als blijkt dat een bepaalde applicatie toch niet voldoet, gaat die eruit. Blijken er in de praktijk nieuwe wensen te ontstaan, dan kunnen nieuwe applicaties worden ontwikkeld en toegevoegd. Voor artsen zelf is het volstrekt ondoenlijk de ontwikkelingen op dit gebied te volgen. Dat telezorgcentrum moet hen ontzorgen.’

Tekst: John Ekkelboom
Foto: Marijn van Zanten