Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 

‘Zorgonderzoek levert geld op’

Meer onderzoek is de slimste manier om de kosten van de gezondheidszorg te beperken. Dat stellen drs. Gerrold Verhoeks en drs. Marc Soeters van Zorgmarktadvies. Zij bekeken hoe een ‘revolverend fonds’ het benodigde geld kan verschaffen.

'Het argument voor investeringen in zorgonderzoek is simpel,' zegt econoom Marc Soeters: ‘Het kan geld opleveren.’ Samen met bestuurskundige Gerrold Verhoeks heeft hij voor ZonMw becijferd wat enkele onderzoeksprogramma’s hebben opgebracht aan kostenbesparingen. Daaruit blijkt dat de baten van het ZonMw-programma DoelmatigheidsOnderzoek drie keer zo hoog zijn als de kosten. En elk van de vijf projecten die het duo onder de loep heeft genomen uit het Nationaal Programma Ouderenzorg levert op zichzelf genoeg op om het hele programma terug te verdienen. ‘Als je het economisch bekijkt, is onderzoek een investering met een dikke kans dat je haar driedubbel en dwars terugverdient’, zegt Soeters. ‘Weliswaar weet je niet van ieder onderzoek of het een succes zal zijn, maar een rendement van 300 procent is enorm. Als je je geld naar de bank brengt, krijg je maar 2 procent per jaar.’ 

Juist nu investeren

En dat hoge rendement is alleen de directe winst door kostenverlaging, benadrukt hij. ‘Er zijn ook andere positieve effecten, zoals minder ziekteverzuim en meer participatie in de samenleving. Die hebben wij niet meegenomen.’ Verhoeks:  ‘Wij durven de stelling aan dat je juíst in tijden van bezuiniging moet investeren in onderzoek. Mensen worden hier beter van, doordat efficiencywinst hand in hand gaat met betere kwaliteit van zorg. Dat is niet het geval bij veel andere bezuinigingen zoals snijden in het basispakket of een hoger eigen risico.’  

Voorzichtige ramingen

Kan een onderzoek voor ZonMw naar de merites van zorgonderzoek wel objectief zijn? Met die scepsis heeft Zorgmarktadvies rekening gehouden. ‘We zijn op alle manieren voorzichtig geweest’, zegt Soeters. Zo zijn de adviseurs ervan uitgegaan dat aanbevelingen uit onderzoek slechts in 4 van de 10 gevallen praktijk worden. De cijfers over mogelijke kostenbesparingen hebben ze laten dubbelchecken door de onderzoekers en zoveel mogelijk ook door verenigingen van behandelaren. ‘Beroepsverenigingen hebben niet per se baat bij de boodschap dat zij goedkoper kunnen werken’, zegt Verhoeks. ‘Als zij de cijfers bevestigen, is dat een goede kwaliteitstoets.’

‘In theorie kan iets oneindig een besparing opleveren’

Astronomische bedragen

Van het programma DoelmatigheidsOnderzoek, dat sinds 2000 loopt, hebben de adviseurs alleen recente opbrengsten meegewogen, terwijl ze wel alle kosten hebben meegeteld. Ten slotte hebben ze aangenomen dat besparingen slechts tien jaar doorwerken, omdat een behandeling wellicht plaatsmaakt voor een nieuwe. Soeters: ‘In theorie kan iets oneindig een besparing blijven opleveren. Maar dan kom je op zulke astronomische bedragen uit, dat zou niemand serieus nemen.’

Implementatiekosten

Aan kostenbesparing door onderzoek zitten twee mitsen: er is eerst onderzoeksgeld nodig en de besparingen moeten daadwerkelijk gerealiseerd worden. ‘Als de resultaten niet worden geïmplementeerd, heb je nog steeds nul euro verdiend’, zegt Verhoeks. De adviseurs zien een manier om beide struikelblokken op te lossen: een fonds waarin naast ZonMw ook de partij investeert die baat heeft bij kostenreductie. Dat zijn met name zorgverzekeraars en gemeenten, die als inkopers van zorg geld uitsparen bij lagere kosten. Dit geld kunnen zij deels investeren in onderzoek naar nieuwe besparingen. Bovendien kunnen zij erop toezien dat kostenverlaging echt plaatsvindt. Hetzij door alleen doelmatige behandelingen in te kopen, of door zorgaanbieders een deel van de kostenbesparing te laten houden. Zorgaanbieders moeten immers vaak kosten maken voor implementatie.

‘Een prikkel om de besparing daadwerkelijk af te dwingen’

Revolverend fonds

Het principe om besparingen te delen, staat te boek als shared savings. Door zorginkopers een deel van het bespaarde geld te laten steken in doelmatigheidsonderzoek ontstaat een zogenoemd revolverend fonds, dat zichzelf (deels) in stand houdt. Verschillende vormen zijn daarvoor denkbaar. Het meest vergaande is om achteraf een percentage van de gerealiseerde kostenbesparing te laten terugvloeien. Maar de looptijd van onderzoek tot en met implementatie is lang, en bovendien kan discussie ontstaan over de omvang van de besparing in de praktijk. Eenvoudiger is het als zorgverzekeraars een percentage betalen van de verwachte kostenverlaging die een afgerond onderzoek oplevert. ‘Dat geeft ze een sterke prikkel om de besparing ook daadwerkelijk af te dwingen’, zegt Verhoeks. 

Gezamenlijk probleem

De meest praktische optie is een vaste bijdrage van zorgverzekeraars, bijvoorbeeld 50 procent van de jaarlijkse stortingen in het revolverende fonds. In deze variant zijn zij vooraf betrokken bij de keuze van projecten met de meeste kans op kostenbesparing. Soeters: ‘Dit is een relatief simpel systeem en zorgverzekeraars weten vooraf wat ze bijdragen, ook als de winst achteraf 300 procent is.’ 

Je kunt je afvragen of zorginkopers wel willen meebetalen aan onderzoek waarvan ze tot nu toe ‘gratis’ konden profiteren. De adviseurs denken van wel, omdat hierdoor de onderzoeksmiddelen minstens op peil kunnen blijven. Verhoeks: ‘We zijn inmiddels wel zover dat alle partijen beperking van de zorguitgaven als een gezamenlijk probleem zien.’ Soeters: ‘Als je weet dat doelmatigheidsonderzoek in het algemeen geld oplevert, en je krijgt inspraak in de selectie, wat wil je als zorgverzekeraar dan nog meer?’ 

Maatschappelijk relevant

Niet al het zorgonderzoek zal zich lenen voor een revolverend fonds. De opbrengst moet in geld zijn uit te drukken en ten goede komen aan niet al te veel partijen. Soeters: ‘Er zijn ook thema’s die geen kostenbesparing opleveren maar wel maatschappelijk relevant zijn, zoals kwaliteitsverbetering. Je zou de helft van het onderzoek bij ZonMw revolverend kunnen maken. Voor de andere helft hoeft de eis van kostenbesparing dan niet te gelden.’

Tekst: Krista Kroon
Foto: Marijn van Zanten