Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 

‘We plukken eerst het laaghangend fruit’

Van 30 tot 50% van alle zorg die artsen leveren, ontbreekt de wetenschappelijke basis. Daarom gaan zeven wetenschappelijke verenigingen evalueren welke behandeling het meest effectief is voor bepaalde aandoeningen.

‘Het is echt niet zo dat dokters maar wat aan rommelen’, zegt ir. Teus van Barneveld, directeur van het Kennisinstituut van Medisch Specialisten. ‘De zorg in Nederland is van uitstekende kwaliteit.’ Dat wil niet zeggen dat het niet beter en vaak ook goedkoper kan. Voor veel kwalen bestaan verschillende behandelingsmogelijkheden. Die zijn echter onvoldoende met elkaar vergeleken. Zeven wetenschappelijke verenigingen van medisch specialisten - gynaecologen, KNO-artsen, neurologen anesthesiologen, orthopeden, urologen en kinderartsen - hebben inmiddels een prioriteitenlijst opgesteld met wensen voor zorgevaluaties om kwaliteit en kosten van verschillende therapieën te toetsten.

Besparingen

Neem het Carpaal tunnel syndroom, een beknelde polszenuw, vertelt Van Barneveld. ‘Alleen al aan werkverzuim kost deze aandoening jaarlijks ruim 26 miljoen euro. Er is grote praktijkvariatie in zowel diagnostiek als behandeling.‘ Artsen weten eigenlijk niet goed welke behandelstrategie - opereren of injecteren - voor welke patiënten het beste is. Door dit goed uit te zoeken zijn grote kostenbesparingen mogelijk. Dergelijke voorbeelden zijn er op elk vakgebied voor meerdere aandoeningen. Dus rijst de vraag: met welk evaluatieonderzoek ga je beginnen?  

Prioriteiten

De zeven wetenschappelijke verenigingen hebben die vraag voorgelegd aan hun achterbannen. Daarop kwam elke vereniging met een groslijst van een paar honderd onderwerpen. Na bestudering bleven daar per vereniging nog een kleine 60 tot 90 onderwerpen van over. Die zijn besproken met de achterban, patiëntenorganisaties en zorgverzekeraars. Daarbij werd gekeken naar zaken als de grootte van de doelgroep, de te verwachten gezondheidswinst, het kostenbeslag, veiligheidsaspecten en de mate waarin de behandelingen te onderzoeken zijn. Uiteindelijk bleven zeven keer vijf prioriteiten over. Van Barneveld: ‘Met die 35 onderwerpen willen we beginnen. We plukken eerst het laaghangende fruit; die zaken waar we de meeste winst van verwachten als het gaat om zowel kwaliteit van zorg als kostenbesparingen.’ 

‘Voor al dat onderzoek hebben we veel patiënten nodig’ 

SEEENEZ

Het project van de wetenschappelijke verenigingen dat met begeleiding van het Kennisinstituut wordt uitgevoerd, heeft de naam SEEENEZ gekregen: Stimuleer effectieve en elimineer niet-effectieve zorg. ‘Het streven is om een efficiënte en stabiele onderzoekinfrastructuur op te zetten, waar alle betrokken partijen een rol in krijgen. Wij maken samen met de wetenschappelijke verenigingen de onderzoeksagenda. Financiering zou vooral moeten komen van de zorgverzekeraars. ZonMw voert het doelmatigheidsprogramma uit. Het onderzoek wordt uitgevoerd door deelnemers binnen de wetenschappelijke verenigingen samen met de ziekenhuizen. Deze zijn van groot belang omdat we voor al dat onderzoek veel patiënten nodig hebben die mee willen doen met onderzoek. Patiënten die in een ziekenhuis belanden, zullen steeds vaker de vraag voorgelegd krijgen of ze aan wetenschappelijk onderzoek willen deelnemen. Het zou ook voor patiënten vanzelfsprekend moeten zijn dat resultaten van hun behandelingen worden geëvalueerd.’ 

Richtlijnen

De betrokkenheid van de wetenschappelijke verenigingen bij het bepalen van de onderzoeksagenda heeft een groot voordeel. Omdat de specialisten zelf aangeven dat dit onderzoek belangrijk is, zullen resultaten uit het onderzoek direct een plek krijgen in richtlijnen en het handelen van de specialisten. Die richtlijnen krijgen een modulaire structuur waardoor deelaspecten makkelijk aangepast kunnen worden zodra er nieuwe onderzoeksuitkomsten zijn. Een centrale database. ontwikkeld door de wetenschappelijke verenigingen en het Kennisinstituut, maakt de richtlijnen goed toegankelijk voor de specialisten in het land. Alles bij elkaar moet dit leiden tot een sluitende kennis-kwaliteitscyclus.

‘De balans tussen innovatie en evaluatie zal meer in evenwicht moeten komen’

Extra investeringen

Hoe belangrijk Van Barneveld zorgevaluatie ook vindt, hij pleit er wel voor dit niet ten koste te laten gaan van investeringen in zorginnovatie. ‘We zullen moeten blijven vernieuwen om te zorgen dat onze gezondheidszorg up-to-date blijft. Het is en-en niet of-of. Alleen zal de balans tussen innovatie en evaluatie meer in evenwicht moeten komen. Dus zijn er extra investeringen nodig in evaluatieonderzoek. Gelukkig zijn deze bestedingen lonend. We hebben dat geleerd uit het gynaecologisch onderzoeksnetwerk. Drie miljoen euro eenmalig besteden aan zorgevaluaties levert naast gezondheidswinst voor de patiënt een jaarlijkse besparing op van tien miljoen.’

Zorgverzekeraars

Die onderzoeksinvesteringen zullen volgens Van Barneveld vooral bij zorgverzekeraars vandaan moeten komen. ‘De premiebetaler plukt er immers de vruchten van.’ Goed uitgevoerd doelmatigheidsonderzoek kost ongeveer 3 ton. Willen de 35 huidige prioriteiten uit SEEENEZ leiden tot onderzoek dan komt dat neer op een bedrag van om en nabij 10 miljoen. ‘Maar’, zegt Van Barneveld, ‘ook de andere wetenschappelijke verenigingen zijn aan het inventariseren. Ik schat dat we in totaal zo’n 30 tot 50 miljoen nodig hebben.’ De gesprekken met zorgverzekeraars daarover zijn inmiddels in volle gang. Van Barneveld heeft goede hoop dat het gaat lukken. ‘Je hoeft geen econoom te zijn om te snappen dat je een investering die het drievoudige oplevert niet aan je voorbij moet laten gaan.’

Tekst: Marcel Senten
Foto: Marijn van Zanten