Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 

‘Evaluatieonderzoek is een intrinsieke verplichting’

Zijn zinnen komen snel en trefzeker. Hij hapert alleen bij de openingsvraag, hoe hij zichzelf in drie woorden zou typeren. ‘Betrokken’, klinkt het meteen. Bij afronding van het vraaggesprek volgt de aanvulling: ‘empatisch en – doe toch maar – fanatiek.’ Aldus het staccato zelfportret van Ben Willem Mol, hoogleraar, jongleur en landverlater.

Prof. dr. Mol (48) is hoogleraar obstetrie, gynaecologie en klinische epidemiologie aan het Amsterdamse AMC. Over zijn drijfveren als onderzoeker en medisch specialist: ‘In zijn algemeenheid zou ik willen zeggen het bijdragen aan een betere zorg, daarbij geholpen door een oprechte en warme belangstelling voor de medemens. In mijn vak betekent dat concreet het zo goed mogelijk helpen van moeder en kind.’

Evaluatieonderzoek

Welke eigenschappen moet een jonge onderzoeker hebben?

‘Vooral een gevoel voor nederigheid en bescheidenheid. De wens tot samenwerking moet zich vertalen in teamspirit. Uiteindelijk moet elke onderzoeker beschikken over een grote belangstelling voor de “waarheid”.’

Is geneeskunde een kwestie van waarheidsvinding?

‘Nee, maar de behandeling van een mens is dat nadrukkelijk wel.’

In welk opzicht?

‘Iedere patiënt verdient een bewezen effectieve behandeling, toegesneden op de individuele noden en wensen van die patiënt.’

Dit antwoord is een opstapje naar de kern van Mols visie: evaluatieonderzoek is een intrinsieke verplichting voor elk medisch specialisme. Hij nam het initiatief om het effect van gangbare behandelingen te onderzoeken en te evalueren. Zo’n zeventig ziekenhuizen waren erbij betrokken, tientallen studies zijn uitgevoerd.

‘Je moet op zoek gaan naar de echte kernvragen. Neem bijvoorbeeld weeënremmers. Inderdaad remmen die middelen de weeën, vooruit. Maar levert dat gezondere baby’s op? Dat is onbekend, maar dat is wel de hamvraag die we ons moeten willen stellen. Of zie vrouwen met een zwangerschapswens. Deze vrouwen krijgen snel een behandeling aangeboden. Waar het bij sommige paren beter is om die behandeling een half jaar of langer uit te stellen. In die periode raken namelijk veel vrouwen alsnog op natuurlijke wijze zwanger. Onderschat niet wat het doet met een vrouw als een gehoopte zwangerschap uitblijft. Ze verliest een deel van het aangeboren “moederschap”, een deel van haarzelf. Die vrouwen moet je troosten, beschermen, steunen en moed inspreken. Maar we mogen die vrouwen niet voorhouden dat behandeling per definitie noodzakelijk én nuttig is; het verschil tussen behandelen en benadelen is één letter.’

‘A day without randomization is a day without progress’ 

Afwachten

Binnen huisartsgeneeskunde wordt al jaren als vuistregel beleden: “in dubio abstine”, dus “bij twijfel kun je beter even afwachten.” U kunt zich daarin vinden?’

‘Beslist. Die houding getuigt van wijsheid. In mijn vak - gynaecologie - klemt dat nog meer. Want je wordt, hoe dan ook, nederig van het nieuwe en o zo kwetsbare leven. De natuur heeft iets groots gepresteerd. Wij moeten leren bescheiden te zijn voordat we interveniëren in die natuur.’

Hebt u zelf een lijfspreuk?

‘Tot voor kort wel: “A day without randomization is a day without progress”.’ Een gulle lach volgt en klimt omhoog langs de wanden van zijn werkkamer. ‘Maar dat was het middel, niet het doel. Het doel is optimale zorg voor moeder en kind.’

Neemt ambitie af naarmate je ouder wordt?

‘Het wordt anders. Het leven, de kwetsbaarheid van moeder en kind, dát blijft motiveren tot op het bot. Je gaat echter meer en meer de context zien. Je wordt steeds gevoeliger voor het technische en logistieke perspectief. Dat bracht mij het afgelopen jaar ook in verwarring hoor. Al vroeg in mijn loopbaan zag ik dat we onze krachten moeten bundelen. Echt moeten samenwerken. Mijn eerste onderzoek betrof een onderzoekje in twee ziekenhuizen. Ik besloot om aan een groot netwerk te gaan bouwen om die samenwerking te faciliteren. Mede dankzij ZonMw subsidiegelden kon dat netwerk groeien. Het werd groot. Te groot. Meer en meer voelde ik mij een jongleur met teveel ballen voor het bescheiden aantal van twee handen. In eerste instantie besloot ik er in ieder geval geen extra ballen meer bij te nemen. En later kreeg ik hulp van anderen bij het jongleren. Dat was bittere noodzaak. Het werd onbeheersbaar voor één mens alleen.’ 

Relativeren

In welk opzicht verschilt een oudere onderzoeker van een jongere?

‘In essentie verschillen ze weinig van elkaar. Maar een oudere onderzoeker weet dingen te relativeren. Vooral te relativeren van wat wetenschap behelst én uiteindelijk teweeg brengt. Relativering begint bovendien bij zelfrelativering.’

Wat is voor u waardevol als ‘beloning’ van onderzoek? Daarbij niet denkend aan een beloning in geld?

‘Een kind gezond geboren zien worden, is de hoogst denkbare beloning die een mens kan krijgen. Dat went nooit, dat prachtgeschenk. Als ik naar mezelf kijk, zie ik beloning als volgt: via onderzoek kennis genereren dat niet meteen iets oplevert voor mij persoonlijk. Het is een grotere beloning dat bijvoorbeeld kennis uit wetenschappelijk onderzoek een plek krijgt in richtlijnen waardoor, ver weg van Amsterdam, een problematische geboorte – zeg maar in Zierikzee – zich alsnog oplost of, liever nog, helemaal niet optreedt.’

Investeren in evaluatieonderzoek loont, blijkt uit uw onderzoeken. Hoe investeert u zelf in medewerkers, promovendi of thuis?

‘Vooral door onderzoekers de beginselen van evaluatieonderzoek bij te brengen. Hun de kans geven om samen te werken. Zo beleggen we elk kwartaal een bijeenkomst voor alle onderzoekers uit het land. Ik begeleid onderzoekers bij het schrijven van artikelen, geef hun de kans naar het buitenland te gaan, et cetera. Het meest bevredigend is het als ik uiteindelijk merk dat ze de basisvisie oppikken, en zélf kritisch vragen stellen over bijvoorbeeld de indicatiestelling in een ziekenhuis’. 

Vertrek 

‘Ik ga naar Adelaide, Australië. Even afstand doen, even afstand nemen. Ik heb in mijn naïviteit de veranderingsbereidheid binnen de zorg onderschat, alsook de dwingende kracht van een systeem dat ook en misschien teveel op “productie” is gericht. Productie is zo’n vreselijke term, laten we het hebben over “geholpen medemensen”. Ik wil voor even geen deel uitmaken van dat systeem. Aan de andere kant is er ook veel bereikt, dat geeft veel voldoening. Laat anderen op hun manier de kar nu gaan trekken.’

Hij zegt het met zachte stem, bijna sotto voce. Hier spreekt een man die weigert zijn bevlogen idealen en zijn hoge morele besef op te geven. Wat doet een jongleur die teveel ballen in de lucht gooit? Hij vangt ze op, geeft ze over, maakt een laatste reverence naar het hooggeëerd publiek en verdwijnt uit de piste. Ongetwijfeld tijdelijk.

Noot: Bovenstaand interview werd gehouden in december 2013. Inmiddels is Ben Willem Mol hoogleraar in Adelaide.

Tekst: Frans Meulenberg
Foto: Marijn van Zanten