Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 

Betere en goedkopere zorg dankzij evaluaties

Al 15 jaar timmert het ZonMw-doelmatigheidsprogramma aan de weg. Resultaat: we weten steeds beter welke behandelingen de beste resultaten geven in combinatie met lage kosten. Geen wonder dat dit evaluatieonderzoek volop in de belangstelling staat. Prof. dr. Pauline Meurs, voorzitter van ZonMw, reageert enthousiast: ‘Artsen vragen nu zelf om dergelijke evaluaties.’

Het begon een aantal jaren geleden met een analyse van een honderdtal kwaliteitsprojecten, vertelt Henk Smid, de directeur van ZonMw. ‘Uit die evaluaties bleek dat in 80% van de onderzochte projecten de zorg zowel beter als goedkoper kon. Bij de overige 20% was een kwaliteitsverbetering mogelijk tegen gelijkblijvende of extra kosten.’

Winst

Dat betekent dat door de bestaande zorg te evalueren, enorme bezuinigingen kunnen worden gerealiseerd terwijl de patiënten beter geholpen worden. De conclusie ligt voor het oprapen: evaluatieonderzoek betaalt zichzelf terug. Inmiddels hebben economen het doelmatigheidsprogramma onder de loep genomen en daaruit blijkt dat elke euro die geïnvesteerd wordt in zorgevaluaties het drievoudige aan besparingen oplevert. Smid: ‘En dan hebben we het nog over een voorzichtige berekening. In werkelijkheid zouden de besparingen wel eens veel hoger kunnen uitvallen.’

‘Evaluatieonderzoek loont’

Eclatant succes

Meurs benadrukt dat het hier niet gaat om een paar losse projecten met mooie resultaten. ‘We hebben het programma doelmatigheidsonderzoek in de volle breedte laten analyseren. In die winstmarge van 1 staat tot 3, zitten dus ook evaluaties die niet financieel lonend zijn. Het gaat hier om een patroon. Dit is een eclatant succes waar we niet omheen kunnen. Evaluatieonderzoek loont.’ Om de zorgevaluaties - inclusief de daarmee gepaard gaande kostenbesparingen – om te zetten in een werkelijk grootscheepse innovatieslag, moet aan twee voorwaarden worden voldaan: middelen voor investeringen in meer onderzoek en zorgprofessionals die hun dagelijkse handelen afstemmen op de resultaten uit dat onderzoek.

Samen optrekken

Smid: ‘In een tijd van bezuinigingen is extra geld natuurlijk altijd lastig. Maar het is klip en klaar dat dergelijke evaluaties grote kostenbesparingen opleveren. Het kan haast niet anders dan dat zowel het ministerie als zorgverzekeraars hier oren naar hebben. Gesprekken daarover worden op allerlei fronten gevoerd. Ook door de zorgaanbieders zelf. Want ook zij zien er de voordelen van.’ Zorgaanbieders, patiëntenorganisaties en ZonMw trekken dan ook gezamenlijk op. De neuzen staan dezelfde kant op. Niemand wil hogere premies of een verdere uitkleding van het basispakket. Betere zorg tegen lagere kosten is het gemeenschappelijke devies.

Praktijk

Dat die gezamenlijke aanpak belangrijk is, beaamt ook Meurs: ‘In het verleden gebeurde het nog te vaak dat betere en goedkopere alternatieven voor bestaande behandelingen misschien wel in richtlijnen terecht kwamen, maar dat de dagelijkse praktijk in de gezondheidszorg achter de feiten aanliep. Om allerlei redenen was het lastig om nieuwe werkwijzen breed in te voeren. Ook het financieringsstelsel van de zorg werkt in dat opzicht onvoldoende mee. Soms is het voor een zorginstelling of professional lonender om vast te houden aan dure en vaak verouderde manieren van werken. Dat werkt averechts.’

‘Zorgprofessionals willen weten welke zorg effectief is’

Vragen om kennis

Meurs is zeer te spreken over de huidige inspanningen van zorgprofessionals om te komen tot zinnige en zuinige zorg. ‘We zien echt een kentering. De Orde van Medisch Specialisten is samen met de wetenschappelijke verenigingen druk bezig met het beschrijven van zogenaamde ‘verstandige keuzes’ en ook in de praktijk van huisartsen en verpleegkundigen is veel aandacht voor kwaliteitsverbetering en kostenbesparingen. Het zijn de zorgprofessionals zelf die kennisagenda’s opstellen; zij willen weten welke zorg effectief is. Richtlijnen worden makkelijker doorzoekbaar en eenvoudiger gepresenteerd. Waar wij in het verleden soms een beetje moesten duwen om de praktijk wat minder weerbarstig te maken, komen ze nu met vragen naar ons toe.’

Van onderaf werken

Juist omdat het de professionals zelf zijn die de zorg willen evalueren, zien Smid en Meurs de toekomst rooskleurig in. Zeven wetenschappelijke verenigingen van medisch specialisten hebben inmiddels een lijst opgesteld met 35 evaluaties die ze prioriteit willen geven. Smid juicht dat toe. ‘Je ziet het ook bij de huisartsen. Die werken al langer met door henzelf opgestelde kennisagenda’s. Het resultaat is dat de richtlijnen die daaruit voortvloeien ook intensiever worden opgevolgd. Het werkt veel beter als vragen van onderaf komen dan wanneer je dat centraal probeert af te dwingen.’ Meurs: ‘Blijft natuurlijk dat de minister wel gelijk heeft als ze zegt dat er nog veel kennis ligt die niet voldoende wordt toegepast. Het is goed dat zorgprofessionals zich dat commentaar steeds meer aantrekken.’

‘Stop een deel van de opbrengst in een onderzoekfonds’ 

Belonen

‘Je moet zorgprofessionals ook belonen voor hun inspanningen’, stelt Smid. ‘Als zij dankzij de evaluaties betere en goedkopere zorg leveren dan kan een deel van het geld dat dat oplevert ook weer naar hun toevloeien. Bijvoorbeeld als ondersteuning om tijd en ruimte vrij te maken om te kunnen blijven vernieuwen. Dat is ook een beetje wat we bepleiten met shared savings. Investeer in zorgevaluaties en zorg dat iedereen die daaraan meewerkt er ook van profiteert. Daarmee bedoel ik dat de middelen die de evaluaties opleveren niet alleen maar in de staatskas of bij de zorgverzekeraars terecht komen, maar dat ook zorgaanbieders financieel wat speelruimte krijgen om in hun werk vernieuwingen te kunnen doorvoeren. En stop een deel van de opbrengst in een onderzoekfonds dat weer nieuwe besparingen kan opleveren. Dan is de cirkel rond.’ 

Stap vooruit

ZonMw en de zorgaanbieders pleiten daarom voor een breed kwaliteitsprogramma met veel aandacht voor zorgevaluaties. Centraal daarbinnen staan de kennisagenda’s die de uitvoerende professionals zelf hebben opgesteld. Dat betekent dat ZonMw vooral onderzoek financiert dat binnen die kennisagenda’s valt. Toetsing van onderzoeksvoorstellen zal dan voornamelijk plaatsvinden op kwaliteit en minder op relevantie. Dat is immers al door de zorgprofessionals zelf gedaan. Smid: ‘De inzet van ZonMw zal daardoor veranderen, maar ik denk dat zo’n manier van werken in zijn totaliteit een grote stap vooruit is.’ Meurs: ‘Wij kunnen ons dan echt richten op de kwaliteit van onderzoek, de daarbij horende begeleidingsstructuren en op de matching van evaluatiewensen met de juiste wetenschappers. Er is nog zoveel werk te doen. Daar zetten we graag onze schouders onder.’

Tekst: Marcel Senten
Foto: Marijn van Zanten