Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 
Twee Parels voor betere zorg in de laatste levensfase

Palliatieve zorg geef je niet alleen

Bij palliatieve zorg is het belangrijk klachten tijdig te signaleren en alle hulp goed af te stemmen. Twee projecten maakten er werk van. Ze ontvingen hiervoor op 26 november 2014 een Parel van ZonMw.

De Parel voor het project ‘Signalering palliatieve zorg door verzorgenden’ was een grote verrassing voor projectleider Jetty Zuidema van Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL). Ze beschouwt de Parel als een welverdiende kroon op het werk van verzorgenden. Hun rol in de zorg tijdens de laatste levensfase is erg belangrijk. ‘Verzorgenden helpen bij twee derde van alle mensen die sterven aan chronische aandoeningen. Ze zijn de ogen en oren van andere zorgverleners. Ze kunnen verschijnselen signaleren, het verloop ervan in de gaten houden en hun bevindingen bespreken’, verklaart Zuidema. 

Signaleringsbox

Maar bij de uitvoering van die taken hebben verzorgenden wel materiaal en ondersteuning nodig. De richtlijnen en besluitvormingsmethodiek palliatieve zorg zijn niet voor hen ontwikkeld. IKNL stelde daarom voor deze doelgroep een ‘signaleringsbox’ samen. Die is in 2010 getest en aangepast tot een beknopte, makkelijk bruikbare, losbladige tool. IKNL ontwikkelde voor het gebruik ook nog een handleiding voor leidinggevenden en een docentenhandleiding voor het beroepsonderwijs. Inmiddels is de eerste versie van 5000 signaleringsboxen bijna op. Een tweede en inhoudelijk uitgebreide box komt eraan. Voor de toekomst wordt gedacht aan een digitale versie. 

Systematischer signaleren

Op veel plaatsen in het land gebruiken verzorgenden nu dus het stappenplan, de signaleringskaarten en de werkbladen uit de box. Uit effectmetingen blijkt dat ze door het gebruik van het materiaal steviger in hun schoenen komen te staan in de relatie met artsen en verpleegkundigen. Die merken op hun beurt dat verzorgenden de situatie van de patiënt systematischer signaleren en verwoorden. 

De ziekenhuisopnames in de laatste levensmaanden zijn gedaald 

Om betere communicatie draait ook het project Palliatieve Thuiszorg (PaTz), waarvoor projectleider Bart Schweitzer van Stichting PaTz een Parel in ontvangst mocht nemen. Versnippering van de thuiszorg, huisartsen die parttime werken, huisartsenposten buiten de kantooruren: al die factoren staan een goede coördinatie en continuïteit van de palliatieve zorg in de weg, zegt hij. In Engeland is daarvoor een oplossing bedacht: regelmatige overleggroepen van betrokken zorgverleners, in aanwezigheid van een deskundige. De deelnemers houden een register bij van patiënten in de stervensfase en bespreken wat deze mensen nodig hebben. 

Betere samenwerking

Stichting PaTz introduceerde het model in 2010 in Nederland en testte het uit in vier groepen voor huisartsen en wijkverpleegkundigen in Amsterdam. Deze PaTz-groepen komen 6 maal per jaar bijeen, samen met een deskundige in de palliatieve zorg. De groepen houden net als in Engeland een Palliatief Zorg Register bij en bespreken de patiënten daarin. Uit de effectmeting blijkt dat de werkwijze goed aanslaat. De deelnemers aan de pilot willen er graag mee doorgaan. 90 procent van hen vindt dat hun samenwerking is verbeterd en 75 procent dat de kwaliteit van zorg is gestegen. Nog een mooi resultaat: werd voorheen 51 procent van de patiënten in de laatste 3 levensmaanden nog opgenomen in het ziekenhuis, nu is dat 37 procent.

Lokale samenwerking

Stichting PaTz stimuleert de verbreiding van de PaTz-groepen over heel Nederland. Een groep opzetten gebeurt bottom up, benadrukt Schweitzer. ‘Het is de bedoeling dat de huisartsen de samenwerking op lokaal niveau organiseren. Ze kunnen bij ons terecht voor ondersteuning. Wij reiken de tools aan en geven informatie en trainingen.’ Inmiddels zijn verspreid over het land 70 groepen actief. Een mooi resultaat, gezien de middelen van Stichting PaTz, ‘maar onze ambitie gaat veel verder,’ zegt Schweitzer. 

Vrijwilligers

Stichting PaTz werkt ook aan verdieping van kennis en deskundigheid. Eén aandachtspunt is nu de vraag hoe zorgverleners goed kunnen samenwerken met de vele vrijwilligers in de palliatieve zorg. Nu al zijn die bij 12 procent van de sterfgevallen thuis aanwezig. ‘Palliatieve zorg geef je niet alleen en ook niet alleen in de eerste lijn,’ zegt Schweitzer. ‘We zijn daarom bezig contacten met de tweede lijn te leggen. Want in de overdracht van ziekenhuis naar huis is er nog het nodige te stroomlijnen.’

Voor verdere implementatie heeft de landelijke PaTz-organisatie wel ‘wat geld’ nodig, zegt Schweitzer bescheiden. Niet tot in de eeuwigheid, maar totdat de werkwijze voldoende ingeburgerd is. ‘Het gedachtegoed moet bewaard blijven. We gaan in ieder geval samenwerken met de regionale groepen van IKNL om de regionale spreiding van de groepen beter voor elkaar te krijgen.’

Tekst: Veronique Huijbregts
Foto: Frank Muller