Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 
Sporttape vermindert last van springersknie

Een centimeter minder pijn bij het sporten

Sporters met een overbelaste knieschijfpees gebruiken vaak tape of een ‘patellabandje’ om de pijn te verlichten. Dat helpt echt, bewijst een onderzoek van het Sportmedisch Centrum in Groningen voor het eerst.

Rafael Nadal tennist vaak met een dun stukje sporttape onder zijn linker knieschijf. De Koning van het gravel heeft last van een ‘springersknie’. Explosief wenden en keren en vooral veel springen kan zo’n pijnlijke knie teweegbrengen. De blessure komt dan ook heel vaak voor onder volleybal-, basketbal-, hand- of korfbalspelers. Afhankelijk van de trainingsintensiteit en het niveau van sportbeoefening krijgt naar schatting 15 tot 40 procent van de ‘springsporters’ ermee te maken. ‘Jarenlang is gedacht dat het een ontsteking van de knieschijfpees was’, zegt sportarts Hans Zwerver. ‘Zo wordt het op internet vaak genoemd en zo is het ook lang behandeld: met ontstekingsremmers en injecties met corticosteroïden.’ 

Dood touwtje

Zwerver doet bij het UMC Groningen (UMCG) al jaren onderzoek naar de springersknie en promoveerde op een studie naar een behandelmethode daarvoor. Hij weet dat de springersknie geen ontsteking is. ‘De knieschijfpees is geen dood touwtje tussen twee botjes; het is levend weefsel dat zich aanpast aan belasting. Bij onvoldoende balans tussen belasting en herstel verwerken de cellen volgende belastingen minder goed. Door overbelasting ontstaan op den duur beschadigingen in de vezels van de pees.’

Geen bewijs

Op tv en in sportzalen zie je het en op de polikliniek van het Sportmedisch Centrum van het UMCG hoort Zwerver het vaak: mensen die last hebben van een springersknie grijpen naar sporttape of een patellabandje om de pijn tijdens het sporten te verminderen. Een patellaband is een brace die met klittenband onder de knie wordt aangebracht. Patellaband en sporttape drukken de knieschijfpees ietwat plat, wat de trekkracht op de pees zou verminderen. Sporters en hun begeleiders hebben er veel vragen over. Inge van den Akker–Scheek, bewegingswetenschapper eveneens verbonden aan het Sportmedisch Centrum: ‘Fysiotherapeuten, sportartsen en trainers bijvoorbeeld willen méér kunnen zeggen dan: probeer het maar. In de literatuur bestond nergens wetenschappelijk bewijs voor de effectiviteit ervan.’

Deelnemers schaars

Inge van den Akker-Scheek schreef met Zwerver een onderzoeksvoorstel dat gehonoreerd werd binnen het ZonMw-programma Sport, Bewegen en Gezondheid. ‘Het was een grote, gerandomiseerde studie onder bijna 100 sporters met een springersknie’, aldus de projectleidster. ‘Onderzoeken naar bijvoorbeeld behandelmethoden voor de springersknie komen vaak niet uit boven 25 tot 30 deelnemers en nooit meer dan 60 omdat het moeilijk is om mensen te vinden die willen meedoen. De werving hebben we samen met de sportbonden gedaan, onder meer via hun sociale media.’ 

Centimeter

Bewegingswetenschapper Astrid de Vries voerde het onderzoek uit. De tests vonden plaats in verschillende onderzoekscentra in het land, waaronder in Groningen, vertelt zij. ‘Deelnemers vroegen we elk eerst naar hun sport, de ernst en duur van de klachten en of ze al dan niet tape of een patellabandje gebruikten. Vervolgens deden ze na een warming-up in de sportzaal 3 verschillende testen die de belasting tijdens trainingen en wedstrijden nabootsten. De pijnlijke knie buigen op een hellend vlak, een sprongtest en een hinkeltest. Die deden ze in een willekeurige volgorde 4 keer: met patellabandje, zonder, met sporttape en met een ander soort rode tape die als placebo gold.

Uit de pijnscores bleek dat zowel de patellaband als de sporttape pijn verminderen.

Steeds moesten de deelnemers hun pijnervaring aangeven op een schaal van 1 tot 10 centimeter. Vervolgens hielden ze in een logboekje thuis bij hoeveel pijn ze hadden tijdens het sporten. De eerste week moesten ze sporten zonder hulpmiddel. De tweede week gebruikte een kwart van de deelnemers tijdens het sporten een patellabandje, een kwart tape, een kwart de placebotape en een kwart geen hulpmiddel. Uit de pijnscores bleek dat zowel de patellaband als de sporttape pijn verminderen. Op de schaal van 1 tot 10 scheelt het 1 centimeter. De tape scoort een millimeter minder dan de patellaband.’

Belangrijke wedstrijd

De boodschap is helder, volgens Zwerver: sporters met een springersknie hebben door tape of een patellaband te gebruiken een gerede kans om pijn tijdens het sporten te verminderen, ook bij die belangrijke wedstrijd. ‘Uit prestatieoogpunt komt dat hun sport ten goede.’

Een eindpublicatie is onderweg, maar daar blijft het niet bij. Om de kennis bij sporters, trainers, sportartsen en fysiotherapeuten te brengen, vormde het onderzoeksteam met gebruikers al tijdens het project de Kennistransfergroep Sportgezondheidszorg ‘Jumper’s Knee’ bij de Vereniging voor Sportgeneeskunde. Mogelijk komen er filmpjes over het goed aanbrengen van de patellabandjes, te verspreiden via sportzorg.nl. 

Frustrerend

Is het wel gezond om door te sporten met patellaband of tape? Zwerver lacht. ‘Goede vraag. Wij hebben ze onderzocht als ondersteunende maatregelen bij het sporten, niet als behandeling van de springersknie. Bij peesproblemen zijn 2 dingen belangrijk: pijnmanagement en gedoseerd belasten. Wij willen nu graag onderzoeken of doorspelen met minder pijn goed is voor de structuur van de pees. Op theoretische gronden mag je dat verwachten, omdat je met een patellabandje of tape de trekbelasting op de pees waarschijnlijk vermindert.’ De sportarts meent dat onderzoek naar de relatie tussen belasting, pijn en peesstructuur relevant is voor meer doelgroepen dan sporters. ‘Ook in werksituaties en bij mensen met chronische aandoeningen en overgewicht ontstaan vaak peesklachten. Die klachten belemmeren het functioneren en ontmoedigen om meer te bewegen, wat juist het advies is. Dat kan heel frustrerend werken.’

Tekst: Angela Rijnen
Foto: Corbis