Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 

‘De onderzoeksinfrastructuur aan Yale is heel efficiënt’

Veel wetenschappers werken enige tijd in den vreemde. Wat valt ze daar op? Deze keer: verplegingswetenschapper Bianca Buurman, senior onderzoeker bij de afdeling ouderengeneeskunde van het AMC. Zij heeft met een Rubiconbeurs een jaar als postdoc gewerkt aan Yale University en is net terug in Nederland.

Hoe bent u in de Verenigde Staten beland?

‘Ik wilde na mijn promotie graag een jaar naar het buitenland. Ik heb gekeken waar onderzoek plaatsvindt op mijn vakgebied, het ontstaan van beperkingen op oudere leeftijd. Toen heb ik Thomas Gill van Yale aangeschreven. Hij heeft meegedacht over een voorstel voor Rubicon en een aanbevelingsbrief geschreven.’

Wat is uw onderzoeksterrein?

‘Hoe bij ouderen beperkingen ontstaan door ziekenhuisopname. In het ziekenhuis liggen ouderen in bed en bewegen ze weinig. Vaak kunnen ze daarna niet goed meer lopen en zichzelf wassen. Dertig procent van de ouderen komt slechter uit het ziekenhuis dan ze erin gingen. Als ouderen die functies eenmaal kwijt zijn, is dat moeilijk te herstellen. Aan Yale heb ik gekeken naar het effect van revalidatie na ziekenhuisopname. Het blijkt dat 70 procent van de mensen daar geen baat bij heeft. Ik wil nu gaan onderzoeken hoe we de revalidatiezorg voor ouderen kunnen verbeteren. Is het verpleeghuis de beste plek of kunnen mensen beter thuis revalideren?’

Verschilt de Amerikaanse wetenschapsbeoefening van de Nederlandse?

‘Yale is competitiever. Zelfs professoren zijn afhankelijk van subsidies voor hun salaris. Wat ik leuk vind is dat het nog internationaler georiënteerd is. Uit alle uithoeken van de wereld werken er mensen. De onderzoeksinfrastructuur aan Yale is heel efficiënt. Het project waarop ik heb gewerkt loopt al 14 jaar. Ouderen worden maandelijks geïnterviewd. Er is dus een schat aan data. Als Thomas Gill iets wil weten, maakt de data-afdeling de dataset klaar en doet de statistiekafdeling de analyse. Als onderzoeker schrijf je de tekst om die cijfers heen. Het Nederlandse systeem van promovendi bereidt je wel beter voor op een onderzoeksloopbaan. Je werkt vaak mee aan een groter project, schrijft zelf artikelen en leert analyseren.’ 

Wat heeft u zoal opgestoken?

‘Ik heb veel geleerd van de mensen van de statistiekafdeling, de besten op hun vakgebied. Ik deed zelf mijn eigen analyses, vooral om latent class analysis onder de knie te krijgen. Daarbij keken zij mee. Voor mij is het ook heel nuttig meer te weten over het Amerikaanse gezondheidssysteem. Het is goed om in de discussie in je artikelen te kunnen aansluiten bij wat voor Amerikanen belangrijk is. Een voorbeeld: eerstelijnszorg is in Nederland standaard, maar in Amerika heeft de helft van de mensen geen huisarts of vaste specialist. Ziekenhuizen weten vaak niet aan wie ze informatie over een patiënt moeten sturen.’

Hoe beviel het leven in de VS?

‘Het was heel leuk. Mijn dochters van 5 en 7 zijn er naar school geweest en spreken nu vloeiend Engels. Wat wij lekker vonden was dat er zoveel ruimte en groen is. In Nederland zit je toch vrij dicht op elkaar. Nu ik terug ben in Nederland vind ik het heel prettig om weer te fietsen. In Amerika pak je snel de auto vanwege de grote afstanden. Je moet veel meer opletten dat je beweging inbouwt in je dagen, terwijl de porties eten en drinken groter zijn. Toen we in Nederland voor het eerst weer op een terrasje zaten, dacht ik: hè, wat krijg ik een klein kopje koffie.’

Tekst: Krista Kroon
Foto: Marijn van Zanten