Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 
Nieuwe behandeling beperkt complicaties tweelingtransfusiesyndroom

Verbonden via de bloedbaan

Eeneiige tweelingen delen meestal één placenta, die vaak ook hun bloedsomlopen met elkaar verbindt. Geeft de ene foetus veel meer bloed aan de andere dan omgekeerd, dan is dat gevaarlijk. Een nieuwe behandelmethode scheidt hun bloedsomlopen volledig. Daardoor treden minder complicaties op, ontdekte gynaecoloog in opleiding Femke Slaghekke. 

Als een pas bevruchte eicel zich binnen 3 dagen splitst naar een eeneiige tweeling, ontwikkelen de twee embryo’s zich onafhankelijk van elkaar. Ze vormen een eigen placenta en elk een complete vruchtzak. Je noemt ze een “dichoriale tweeling”. Maar meestal vindt de splitsing plaats tussen 4 en 9 dagen na de bevruchting, te laat om nog een eigen placenta te vormen. Met als gevolg dat de tweeling een placenta moet delen. Bovendien zitten deze tweelingen samen in de buitenste vruchtzak. Ze zijn uitsluitend van elkaar gescheiden door de dunne binnenste vruchtvliezen.

Tweelingtransfusiesyndroom

‘De bloedsomlopen van deze “monochoriale tweelingen” zijn heel vaak via bloedvaten op het placenta-oppervlak met elkaar verbonden’, zegt Femke Slaghekke, gynaecoloog in opleiding en onderzoeker aan het LUMC. ‘Wanneer de bloedstroom tussen de kinderen in evenwicht is, is dat geen probleem. Maar als het bloed voornamelijk in één richting stroomt, ontstaat het tweelingtransfusiesyndroom (TTS). De “donor” heeft te weinig bloed, de ontvanger te veel.’

Dichtgeschroeide vaten

Om het bloedvolume desondanks op peil te houden, plast de donorfoetus nauwelijks. Hij produceert dus geen vruchtwater. De ontvangende foetus daarentegen plast enorme hoeveelheden. Het hart kan overbelast raken en de vruchtvliezen komen onder druk te staan. Slaghekke: ‘Je wilt koste wat kost voorkomen dat de vliezen breken en de tweeling voortijdig geboren wordt. Daarom werd het vruchtwater vroeger afgetapt. Telkens opnieuw als dat nodig was, met alle risico’s van dien. Maar de oorzaak kon men niet wegnemen. Totdat men zo’n 20 jaar geleden ontdekte dat je de bloedvaten kunt dichtschroeien. Daarvoor breng je door de buikwand van de moeder een camera met laser in de vruchtzak van de ontvangende foetus. Je herkent de schadelijke bloedvaten aan kleur en ligging; ze liggen op de placenta.’

Portret van vrouw (Femke Slaghekke)Femke Slaghekke - gynaecoloog in opleiding en onderzoeker aan het LUMC

Nieuw syndroom

Voor een aantal tweelingen is deze ingreep de oplossing van het probleem. Maar bij een klein deel komt TTS terug óf ontstaat een heel ander syndroom: de Tweeling Anemie Polycythemie Sequentie (TAPS). Slaghekke: ‘TAPS ontstaat als de bloedsomloop van de tweeling via minuscule haarvaatjes in de placenta is verbonden. Rode bloedcellen stromen dan zó geleidelijk van de donor naar de ontvanger, dat er gewenning optreedt. De ontvanger plast niet overvloedig zoals bij TTS, en de donor blijft gewoon plassen, dus er ontstaat geen vruchtwaterverschil. Wel wordt het bloed van de ontvanger te dik (polycythemie). Met als mogelijk gevolg een slechte doorbloeding van huid, vingers of tenen, hersenen en andere organen. De donor daarentegen ontwikkelt ernstige bloedarmoede (anemie). Dat kán leiden tot hartfalen, vochtophoping en uiteindelijk sterfte van de foetus.’

‘We scheiden de placenta volledig, ook de kleine onzichtbare haarvaten’

Solomonstudie

Om TAPS te voorkomen, startte de LUMC-onderzoeker in 2008 de Solomonstudie (genoemd naar het Salomonsoordeel). Samen met collega’s uit 4 andere Europese centra voerde ze bij 135 tweelingen met TTS de standaardoperatie uit: alleen alle zichtbare vaten op de placenta werden dichtgeschroeid. Bij 137 tweelingen werd na het dichtschroeien van deze vaten óók de hele scheidingslijn op de placenta dichtgeschroeid. Slaghekke: ‘Zo scheiden we als het ware de placenta volledig, ook de kleine onzichtbare haarvaten. Uit de studie blijkt dat de zwangerschap daarna met minder complicaties verloopt. We zien minder TTS terugkomen (1% versus 7%) of TAPS (3% versus 16%) ontstaan. De studie heeft geen nadelige effecten aangetoond, er werd geen verschil gezien in overleving of ernstige neonatale schade.’

Expertisecentrum

Femke Slaghekke kreeg voor haar onderzoek een Agiko Stipendium van ZonMw: een subsidie voor artsen die wetenschap combineren met hun opleiding. Op basis van de resultaten adviseert het LUMC de Solomontechniek voor de behandeling van TTS. ‘Jaarlijks worden er in Nederland zo’n 775 eeneiige tweelingen geboren’, zegt Slaghekke. ‘Ruim twee derde van hen deelt de placenta. Bij die tweelingen zijn de bloedsomlopen bijna altijd met elkaar verbonden. Zolang er een evenwicht bestaat, is dat geen probleem: er stroomt evenveel bloed van de een naar de ander als omgekeerd. Pas als het evenwicht zoek is, ontstaat TTS. Dat is in Nederland zo’n 75 keer per jaar. Het LUMC is expertisecentrum voor dit zeldzame syndroom. Zonder behandeling zal 75 tot 100% van de kinderen overlijden. Tijdig ingrijpen op de juiste wijze is dus van groot belang.’ 

Tekst: Riëtte Duynstee
Illustratie: A.C. Gautier
Portret: LUMC