Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 

‘Ik mis mijn fiets’

Veel wetenschappers werken enige tijd in den vreemde. Wat valt ze daar op? Deze keer: psycholoog Jarry Porsius, aio aan het VUmc. Hij werkt 3 maanden aan de University of Auckland in Nieuw-Zeeland.

Hoe bent u in Nieuw-Zeeland beland?

‘Het was mijn wens om tijdens mijn promotietraject een tijdje in het buitenland te zijn. Tijdens een congres ontmoette ik Keith Petrie, die een grote naam is op mijn vakgebied. Hij zei dat ik welkom was bij de University of Auckland. Toen ZonMw een call uitzette voor internationale uitwisseling op het gebied van elektromagnetische velden heb ik een aanvraag ingediend.’

Wat is uw onderzoeksterrein?

‘Ik onderzoek hoe mensen met de mogelijke gezondheidsrisico’s van elektromagnetische velden omgaan. Op plaatsen waar  hoogspanningsmasten komen heb ik vragenlijsten uitgezet, tijdens de bouw en nadat de mast in werking is gesteld, bij mensen die dichtbij en verderaf wonen. Ik kijk of hun klachten toenemen en hoe die samenhangen met hun ideeën over de omgeving.’ 

Wat kunt u opsteken van de Nieuw-Zeelanders?

‘Ze doen hier veel experimenteel onderzoek naar windmolens. Ze hebben bijvoorbeeld in een geluidslab mensen de infrasound van windmolens laten horen óf een nepgeluid. De helft van de mensen kreeg vooraf internetbeelden te zien over schadelijke effecten van infrageluid, de andere groep een video met neutrale informatie. Het bleek dat het niet uitmaakte welk geluid mensen hoorden, de informatie vooraf bepaalde hoe zij zich voelden. 

Keith Petries kennis van placebo-effecten is erg nuttig nu ik mijn data aan het analyseren ben. Aan de VU werk ik op een afdeling met vooral epidemiologen, daar is minder gezondheidspsychologische kennis. De 2 methoden vullen elkaar goed aan. In het laboratorium kun je onbekende factoren beter uitsluiten, terwijl mijn onderzoek meer ecologische validiteit heeft: we weten niet of iemand die in een laboratorium klachten rapporteert, dat ook zou doen bij een hoogspanningslijn of windmolen in zijn omgeving.’

Verschilt de wetenschapsbeoefening in Nieuw-Zeeland van de Nederlandse?

‘De hiërarchie is hier nog iets lager. De professor nodigde me vrij snel uit op een barbecue bij hem thuis, samen met andere studenten. Professoren steken veel tijd in masterstudenten. Masterstudenten worden volledig bij het onderzoek betrokken en hun thesis leidt vaak tot een publicatie. Het is een efficiënte manier om publicaties te krijgen als er geen geld is om aio’s aan te stellen. Er zijn hier minder subsidies, de meeste projecten zijn eerste geldstroom. Phd-studenten krijgen minder geld dan wij in Nederland: zij moeten betalen om te mogen studeren en hebben er vaak een baantje naast.’

Hoe bevalt het leven in Nieuw-Zeeland?

‘In het algemeen zou ik zeggen dat de mensen wat relaxter zijn, minder gestrest. In eerste instantie zijn ze een beetje stug, als je het vergelijkt met Australiërs die meteen heel open zijn. Maar als ze je iets beter kennen word je uitgenodigd bij mensen thuis en hartelijk ontvangen. 

Auckland is een heel leefbare stad, vriendelijk en rustig. In de omgeving zijn mooie eilanden waar je makkelijk naartoe kunt om te wandelen. Dankzij de grote Aziatische community heb je veel food courts met lekker Aziatisch eten. En dan is er het Pacificgevoel, met tropische vegetatie in de stad. Amsterdam is wel een leukere stad. In Auckland zijn de loopafstanden enorm en fietsen is hier levensgevaarlijk. In Nederland ben ik veel mobieler. Ik mis mijn fiets.’

Tekst: Krista Kroon
Foto: Marijn van Zanten