Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 

De sociale winst van een betere gezondheid

Gemeenten staan voor een enorme maatschappelijke opgave om goed voor burgers te zorgen. Volgens Tof Thissen en Mark van Oosterhout brengt een betere gezondheid de beleidsdoelen op sociaal gebied dichterbij. Focussen op preventie is het devies.

‘Gezondheid is iets elementairs, het is een van de eerste dingen die je raken als er wat verkeerd mee is’, zegt Mark van Oosterhout, wethouder in Drimmelen en lid van de ZonMw-programmacommissie Gezonde Slagkracht. ‘Gezondheid heeft bovendien invloed op vrijwel elk levensdomein. Je komt het dan ook tegen in alle decentralisaties waar wij als gemeenten mee bezig zijn.’ De overdracht van taken van de centrale naar de lokale overheid vindt in 2015 plaats op 3 terreinen: jeugdzorg, werk en inkomen, en de zorg aan langdurig zieken en ouderen.

Elementen verbinden

Het concept ‘integraal gezondheidsbeleid’, het verbinden van preventie, zorg en welzijn, is voor Van Oosterhout gesneden koek. Voor Drimmelen verandert er weinig na de laatste gemeenteraadsverkiezingen. ‘Bij alle politieke verschillen zijn we het over de hoofdlijnen van het gezondheidsbeleid wel eens. En dan vooral dat we zoveel mogelijk elementen met elkaar moeten verbinden.’

Gezondheid als middel

Drimmelen heeft de verschillende transities, van maatschappelijke ondersteuning nieuwe stijl en jeugdtaken tot participatie, ondergebracht in één overkoepelend project. ‘Zo dwing je jezelf om het beleid in samenhang te zien.’ Voor Van Oosterhout ligt de belangrijkste bijdrage van gezondheidsbeleid op het sociale terrein. ‘Gezondheid is een prachtig middel om ook doelen te bereiken op andere terreinen dan de volksgezondheid. Het streven naar Gezonde Scholen is bijvoorbeeld niet alleen interessant vanwege lessen over leefstijl. Gezonde leerlingen presteren ook beter. Via gezondheid bevorder je dus hun maatschappelijke participatie.’

Focussen op preventie

Tof Thissen, directeur van het Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten (KING), is het daar van harte mee eens. ‘De decentralisaties bieden grote kansen voor verbeteringen in het sociale domein. De gemeente kent haar mensen immers het beste en weet goed wat zij nodig hebben. Maar een transitie is nog wel wat anders dan een transformatie, een echte hervorming. We zullen veel meer moeten gaan focussen op preventie, het voorkómen van problemen. En dat op alle relevante terreinen: arbeidsparticipatie, inkomensondersteuning, onderwijs en welzijn en zorg. Daar moet je als gemeente echt je beste mensen op zetten.’

Sociale omgeving mobiliseren

In Drimmelen nemen ze die raad al langer ter harte, vertelt Van Oosterhout. ‘We geven de professionals in onze gemeente handvatten voor hun werk met de mensen in de buurt. Een krachtig instrument is de sociale-netwerkstrategie, waarin je zoveel mogelijk de sociale omgeving mobiliseert als iemand met een probleem zit. Je kunt soms al veel doen door een match te maken tussen vrijwilligers en mensen die steun nodig hebben. Bijvoorbeeld om iemand met een beperking bij een activiteit te betrekken.’ Het koppelen van verschillende sectoren is ook een belangrijke kunst. ‘De buurtsportcoaches hebben daar al veel ervaring mee, zoals met het samenbrengen van welzijnswerk en sportaanbieders. Andere professionals kunnen daar veel van leren, zodat preventie echt een verbindend element kan worden.’

‘Zelfredzaamheid maakt mensen uiteindelijk gelukkiger’

Voor Tof Thissen dient de inzet op preventie nog een ‘hoger’ politiek doel: ‘Zorg en ondersteuning dichterbij, een belangrijke gedachte achter de transities, draagt bij aan het humaniseren van de relatie tussen overheid en burger. Mensen moeten in het sociale domein geen nummer meer zijn. Het gaat niet om de systemen, maar om de leefwereld van mensen.’ In dat verband huldigt Thissen een duidelijke opvatting over het zelfredzaamheidsideaal: ‘Je bent niet altijd en overal zelfredzaam. De overheid moet echt blijven uitrukken als het nodig is. We kunnen mensen niet aan hun lot overlaten.’ Van Oosterhout, lid van de VVD, vindt het een interessant punt. ‘Natuurlijk, een goed vangnet is onontbeerlijk. Maar ik ben ervan overtuigd dat je mensen uiteindelijk gelukkiger maakt als je ze vooral aanspreekt op hun zelfredzaamheid. Ik help mensen liever aan werk dan dat ik ze een uitkering geef.’

Goed voor de begroting

Bij dat laatste denkt Van Oosterhout uiteraard ook aan de lokale begroting. Want de gemeenten moeten alle mooie transitiedoelen intussen wél realiseren met een fors kleiner budget dan voorheen. Maar ook hier biedt integraal gezondheidsbeleid kansen vanwege de bijdrage aan andere beleidsdoelen, van armoedebestrijding tot onderwijs. Thissen: ‘Uit onze Stapelingsmonitor, die laat zien van hoeveel verschillende regelingen of voorzieningen de huishoudens in een gemeente gebruikmaken, blijkt dat vooral de gemeenten met de zwakste schouders de zwaarste last te dragen krijgen. Stapeling voorkomen met integraal beleid, is goed voor de gemeentelijke begroting. En het levert vooral ook sociale winst op.’

Praktijkgericht onderzoek

Van Oosterhout ziet dat ook, maar dan moeten gemeenten voor hun beleid wel kunnen beschikken over gedegen kennis over de veronderstelde relaties tussen beleidsdomeinen. ‘Ik heb veel behoefte aan goede evaluaties, zodat we onze beleidsinspanningen echt op outcome – dus op resultaten – kunnen afrekenen. Dan wordt het mogelijk die sociale winst ook uit te drukken in concrete opbrengsten. Typisch een vraag voor een academische werkplaats, als je het mij vraagt. Het soort praktijkgericht onderzoek dat zij kunnen doen, wordt de komende tijd alleen maar belangrijker voor het lokale beleid.’

Tekst: Marc van Bijsterveldt
Illustratie: WIM ontwerpers