Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 
Renske van Wijk: ‘Behandeling werkt niet voor grootste groep baby’s’

Babyhoofd niet mooier door helm

Baby’s met een afgeplatte schedel krijgen vaak een helm om de vorm van hun hoofd te verbeteren. Dat heeft meestal weinig nut, blijkt uit het promotieonderzoek van gezondheidswetenschapper Renske van Wijk van de Universiteit Twente. De helm helpt niet, is duur en heeft bijwerkingen. 

Waarom dit onderzoek?

‘Steeds meer baby’s met een schedelvervorming krijgen een behandeling met de redressiehelm. Maar bewijs voor de effectiviteit ervan ontbrak, en de behandeling was en is controversieel. De ene kinderarts schrijft regelmatig helmen voor, de andere wil eerst meer inzicht in de effectiviteit ervan. De behandeling is immers zuiver cosmetisch. Hij kost zo’n € 1400 per kind, en baby’s moeten hem 23 uur per dag op tot ze een jaar oud zijn. Ze kunnen er huidirritatie van krijgen of erg van gaan zweten. Ouders kunnen hun baby niet onbelemmerd knuffelen.’

Hoe is de sterke toename van het helmgebruik te verklaren?

‘Die houdt verband met het advies om baby’s niet meer op de buik, maar op de rug te slapen te leggen, tegen wiegendood. Dat scheelt heel veel wiegendoden, maar daardoor liggen baby’s meer in één houding, op hun achterhoofd. Het babyhoofd is zacht en groeit ook heel hard. Het advies tegen wiegendood heeft de ouders misschien ook wel afgeschrikt om het kind overdag op de buik te leggen, bijvoorbeeld om te spelen. Maar als de baby wakker is en onder toezicht, is buikligging juist goed voor de motorische ontwikkeling en de schedel. Dan zie je ook minder schedelafplatting.’

Hoe heeft u het onderzoek aangepakt?

‘We hebben 84 baby’s van 5 tot 6 maanden at random verdeeld over 2 groepen. Ze hadden allemaal een matige tot ernstige schedelafplatting en waren verder gezond. De ene groep kreeg een redressiehelm, in de andere groep werd de natuurlijke herstelgroei afgewacht. Uit eerdere onderzoeken wisten we dat de schedelvorm normaal gesproken verbetert als de kinderen ouder worden. We hebben de kinderen bij 8, 12 en 24 maanden opnieuw gemeten. Die laatste meting was de belangrijkste. Misschien herstelt het kindje met de helm tussendoor sneller, maar als het resultaat bij 24 maanden hetzelfde is, is dat relevanter. De kinderfysiotherapeut die de meting deed wist niet of het kind een helmpje had gehad of niet. De schedelvorm bij 24 maanden hebben we vergeleken met de schedelvorm bij 5 maanden. We vonden geen verschil in verbetering tussen beide groepen. Van 25% van de kinderen was de schedelvorm volledig hersteld bij 24 maanden, ongeacht de groep waarin ze zaten.’

‘De baby laten variëren in houding is erg belangrijk’

Wat betekenen de resultaten nu voor medici en ouders?

‘De helm heeft geen toegevoegde waarde voor het herstel van de schedelvervorming, en er zijn wel kosten en bijwerkingen. Daarom raden wij de behandeling af voor gezonde baby’s met matige tot ernstige schedelvervorming, de grootste groep. Mogelijk hebben bepaalde kinderen er wel baat bij, zoals kinderen met belemmeringen in de motoriek. Dat weten we niet. Artsen kunnen ouders die zich zorgen maken over de schedelvorming van hun baby op ons onderzoek wijzen. De arts weet dat deze medische behandeling voor een grote groep kinderen niet werkt. Overigens zit helmtherapie sinds januari 2013 al niet meer in de basisverzekering, omdat het doel cosmetisch is. In de bestaande richtlijn voor consultatiebureauartsen over voorkeurshouding en schedelvervorming staat dat er nog geen wetenschappelijk bewijs is voor helmbehandeling en dat terughoudendheid aanbevolen is. Die richtlijn wordt in 2017 herzien. Op korte termijn proberen wij de verschillende beroepsgroepen te informeren over de uitkomsten van ons onderzoek, bijvoorbeeld met  een symposium op 25 september voor kinderartsen, consultatiebureauartsen en kinderfysiotherapeuten.’ 

Hoe kun je de schedelvervorming wel aanpakken?

‘Door preventie en vroegtijdige opsporing en behandeling. De baby laten variëren in houding is erg belangrijk. Als ouder kun je dat stimuleren door bij de pasgeboren baby het hoofdje afwisselend per slaap naar links en naar rechts te draaien, en bij flesvoeding van arm te wisselen. En het kind op de buik te leggen als het wakker is en je het in het oog kunt houden. De consultatiebureauarts of -verpleegkundige kan de ouders hierover voorlichten. En je kunt eventueel de kinderfysiotherapeut inschakelen. Die weet goed hoe je de motorische ontwikkeling kunt stimuleren.’

Was het onderzoek lastig?

‘Het kostte meer tijd dan verwacht om voldoende baby’s voor het onderzoek te krijgen. Van de benaderde ouders heeft 21% daadwerkelijk meegedaan. Veel ouders kozen liever zelf voor wel of geen behandeling met de helm en wilden daarom niet meedoen met de loting. Ook de groep kinderen van deze ouders hebben we gevolgd. Van hen koos 34% voor de helm. De tevredenheid met de vorm van de schedel woog bij hun keuze zwaarder dan de ernst van de afplatting.’ 

Tekst: Veronique Huijbregts
Foto: Shutterstock - Darren Brode