Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 
Onduidelijke regelgeving werkt verlammend

‘Regel toezicht op zorg in één nieuwe wet’

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) ligt bij incidenten in de zorg veelvuldig onder vuur. Zijn de wettelijke uitgangspunten voor het toezicht wel op orde? Daarover gaat de thematische wetsevaluatie Bestuursrechtelijk toezicht op de kwaliteit van de zorg. Johan Legemaate, hoogleraar en adviseur gezondheidsrecht bij de Universiteit van Amsterdam en het AMC, legt uit waar het wringt en hoe het beter kan.

Wat was de aanleiding voor de evaluatie?

‘Het toezicht staat flink ter discussie. Bij misstanden in de zorg wordt meteen geopperd dat de inspectie niet snel genoeg heeft ingegrepen. Verder zijn de opvattingen veranderd over de verantwoordelijkheden van zorginstellingen, inspectie, overige toezichthouders en de overheid als het gaat om toezicht op de kwaliteit van de zorg. De positie van de inspectie moet je afleiden uit wetten over andere onderwerpen, die elk ook iets over toezicht zeggen. We hebben nu eens naar dat geheel gekeken.’

Hoe ziet het huidige wettelijk kader voor toezicht er uit?

‘Het maakt een versnipperde indruk. Zoals een huis dat er telkens weer dakkapellen bij krijgt. Bij het eerste dakkapel ziet het er nog mooi uit. Maar bij de derde begint het een gedrocht te worden.’

Hoe erg is dat?

‘De uitgangspunten voor het toezicht zijn versnipperd. De bevoegdheden van de inspectie zijn onduidelijk. Ook zijn belangrijke zaken niet geregeld. De onduidelijkheid heeft verlammend gewerkt. De energie die de discussies vergen, heeft de slagkracht van de inspectie verminderd.’

Door marktwerking en overheid-op-afstand hebben zorginstellingen meer verantwoordelijkheid gekregen. Waar staat de inspectie?

‘De regel is: bij misstanden moet de zorginstelling eerst zelf onderzoek doen. Pas daarna is de inspectie eventueel aan zet. Het betekent wel dat de inspectie scherp in de gaten moet houden waar het kantelpunt zit. Lange tijd heeft de inspectie te veel vertrouwen gehad dat het veld het wel goed zou doen. De toezichthouder is te veel adviseur, en te weinig sanctionerend geweest. Onder invloed van de Tweede Kamer wordt de inspectie nu wel te veel politieagent. Wij zeggen: pas op met handhaven. Je moet niet alleen maar flinke spierballen laten zien. Want hoe formeler je je opstelt, hoe meer instellingen in hun schulp kruipen. Je moet soms zacht reageren, en hard als het nodig is. Het is maatwerk. Responsief toezicht noemen we dat.  Toezichthouders blijven afhankelijk van het veld.’

In welke zin?

‘De inspectie staat voor de vraag: hoe krijgen we op een adequate manier informatie uit het veld? Medewerkers verzamelen natuurlijk zelf informatie, maar dat is gezien het aantal instellingen een hele klus. De inspectie is vooral afhankelijk van anderen, en dat vereist een open relatie. Er is wel een meldplicht met betrekking tot zaken als calamiteiten. Maar recent is bijvoorbeeld gebleken dat deze niet goed is geregeld bij het verstrekken van medische hulpmiddelen door artsen of fabrikanten. Dat moet dus beter. Ook hebben we in ons rapport voorgesteld dat belanghebbenden die het gevoel hebben dat er iets niet pluis is, naar de inspectie kunnen stappen. Tevens adviseren we dat individuen anoniem kunnen melden.’

‘We willen vastleggen dat de minister zich neerlegt bij oordelen van de inspectie’

Hoe hou je toezicht op 40.000 zorginstellingen waar 1,3 miljoen mensen werken?

‘Je kunt niet alles weten. De inspectie moet aan risicotaxatie doen. De meeste aandacht moet uitgaan naar de terreinen waar de grootste risico’s liggen. Zoals kwesties die raken aan patiëntveiligheid. Denk aan medicatiefouten, links-rechtsverwisseling, infecties en slechte overdracht.’

Wat is de positie van de inspectie?

‘Formeel is de inspectie onderdeel van het ministerie van VWS, waaraan de minister leiding geeft. Dat willen we niet veranderen. Maar we willen wel vastleggen dat de minister zich neerlegt bij inhoudelijke oordelen van de inspectie. Het gaat ons om de inhoudelijke onafhankelijkheid van de toezichthouder.’

Hoe verhoudt zich dat tot recente aanbevelingen door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid?

’Ook de WRR zit heel sterk op de onafhankelijkheid, deskundigheid en het gezag van de inspectie. Het moet niet zo zijn dat de minister even met de vingers knipt, en de toezichthouder doet wat ze zegt. Dan dreigt politisering van het toezicht, en is het gezag van de IGZ weg.’

Wat is uw voorstel?

‘Uiteraard zullen vele aparte wetten, zoals bijvoorbeeld de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrisch ziekenhuizen, blijven bestaan. Dat kan niet anders. Maar er moet daarnaast één algemene toezichtwet komen. Met daarin de uitgangspunten, de relatie met de minister, regels voor het melden, de functie van andere toezichthouders. Ook moet de wet een hoofdstuk bevatten over het uitwisselen van informatie met andere partijen die een toezichtrol hebben. De inspectie zou veel gestructureerder moeten overleggen met zorgverzekeraars. Nu weten ze niet of dat mag.’

U lijkt de wet al klaar te hebben.

‘Er is een mooi voorbeeld: de wet op het onderwijstoezicht. Die hebben we als blauwdruk gebruikt bij onze opzet voor de nieuwe toezichtwet die we in het rapport hebben opgenomen. De minister komt deze zomer met een standpunt over onze aanbevelingen. Ik ben benieuwd.’

Tekst: Tjitske Lingsma
Foto: Marijn van Zanten