Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 

Eindspel op de ziekenhuismarkt

Onlangs heeft de Ondernemingskamer uitgesproken dat zorginstelling Fundis niet het LangeLand Ziekenhuis in Zoetermeer mag overnemen. Het LangeLand Ziekenhuis verkeert daardoor nog steeds in een existentiële crisis; faillissement en sluiting liggen op de loer. In Nederland is het aantal ziekenhuizen sinds eind jaren zeventig van de vorige eeuw flink afgenomen: van om en nabij 250 tot rond 100 op dit moment.

Sommigen, waaronder het RIVM, voorspellen dat we tussen 40 en 70 ziekenhuizen zullen overhouden. Niet alleen kleine ziekenhuizen verdwijnen uit de markt, maar ook grotere. Hoe verliep deze ontwikkeling en wat mogen we op grond daarvan verwachten voor de toekomst?

Schaalvergroting

Tot 2006 was overheidsregulering uitgangspunt van de sturing van de zorg. In de jaren tachtig richtte het beleid zich expliciet op reductie van de beddencapaciteit. Kleine ziekenhuizen hadden als gevolg hiervan geen bestaansrecht meer. In de jaren negentig stimuleerde de zogenaamde functionele budgettering de schaalvergroting. Grotere ziekenhuizen met bepaalde specialismen ontvingen hogere tarieven. Voorwaarde was een voldoende groot voorzieningsgebied, ook wel adherentie genoemd. Fuseren was dus een manier om een specialisatie te voorzien van voldoende schaalgrootte en een gunstiger bekostiging te krijgen.

Er zijn inmiddels partijen die kleine ziekenhuizen commercieel interessant vinden

In 2006 is de Zorgverzekeringswet ingevoerd. Deze is gebaseerd op gereguleerde concurrentie. Sindsdien hebben de verzekeraars de sturende rol van de overheid overgenomen. Door selectief in te kopen gunnen zij ziekenhuizen wel of geen contract voor bepaalde zorg. Het kwaliteitscriterium, waarin een minimale frequentie van bepaalde ingrepen een belangrijke rol speelt, is hierbij doorslaggevend. Om aan dit criterium te voldoen is wederom een groot voorzieningsgebied nodig. Met name kleine ziekenhuizen worden hierdoor getroffen. Zij worden vaak overgenomen en gesaneerd door een groter ziekenhuis.

Samenspel

Toch zijn er inmiddels partijen die kleine ziekenhuizen interessant vinden vanuit een commercieel oogpunt. Kennelijk zien zij kansen om juist deze organisaties doelmatiger te laten werken. De huidige ziekenhuisorganisaties – zowel grote als kleine – bereiken niet de efficiëntie die technisch mogelijk is. Dat is kenmerkend voor een markt waar alle spelers opereren als stand alone-instellingen, die ieder voor zich een compleet aanbod leveren. We weten dat geen enkel ‘spel’ optimaal gespeeld wordt zonder samenspel. Kleine ziekenhuizen die samenwerken, kunnen bij een grotere efficiency een betere prijs bieden dan grotere concurrenten. Tegelijkertijd is hun gezamenlijke aantal behandelingen omvangrijk genoeg om goede kwaliteit te garanderen. Kortom: als naast kwaliteit ook de prijs een rol gaat spelen, kunnen samenwerkende kleine ziekenhuizen toch bestaansrecht hebben. In Duitsland is dat al te zien.

Richard Janssen is bestuurslid van ZonMw en bestuurder van Altrecht. Daarnaast is hij bijzonder hoogleraar economie en organisatie van de gezondheidszorg aan Tilburg University.

Foto: Marijn van Zanten