Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 
Meer kennis nodig over doodswens op leeftijd

De vraag waarom sommige ouderen willen sterven

Voor hulpverleners is een aanhoudende doodswens van ouderen vaak moeilijk te beoordelen. Is dit een weloverwogen keuze, of ligt er medische, psychische of sociale problematiek aan ten grondslag? Meer kennis is nodig, vindt ZonMw.

Welke cijfers zijn er bekend over ouderen die weloverwogen hun leven beëindigen? Wat weten we over deze mensen? Is duidelijk waarom sommige ouderen deze definitieve stap zetten en andere niet? Welke hulp hebben zij gezocht? Volgens ZonMw en NWO/Geesteswetenschappen moet op deze vragen snel een antwoord komen. In de Kennisagenda Ouderen en het zelfgekozen levenseinde dringen beide kennisorganisaties aan op meer helderheid rond dit ingewikkelde vraagstuk, dat vaak onderwerp is van heftig politiek en maatschappelijk debat.

‘Klaar met leven’

Het gaat in de kennisagenda om ouderen met een aanhoudende doodswens, zonder dat zij lijden aan een dodelijke ziekte. Begrippen die in dit verband vaak gebruikt worden, zijn ‘voltooid leven’, ‘klaar met leven’, ‘lijden aan het leven’ en ‘levensmoe’.

‘In de media wordt veel over deze ouderen gepraat en geschreven, maar de begrippen zijn vaak niet eenduidig en de voorbeelden dekken lang niet altijd de lading’, vindt klinisch psycholoog en psychotherapeut Jos de Keijser. ‘Wat is bijvoorbeeld “klaar met leven”? Wat betekent dit, voor wie, in welke situatie?’

Duurzame stervenswens

De Keijser is lid van de ZonMw-commissie Preventie van psychische aandoeningen. Sinds september 2013 is hij ook bijzonder hoogleraar behandeling complexe rouw aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is een van de deskundigen die door ZonMw bij het opstellen van de kennisagenda geraadpleegd zijn.

‘Ik heb ook meegewerkt aan het opstellen van de landelijke richtlijn suïcidepreventie’, licht De Keijser toe. ‘Grofweg weten we dat er bij zo’n 95 procent van alle mensen die zeggen dat zij willen sterven, sprake is van onderliggende problemen die we mogelijk zouden kunnen verminderen. Slechts zo’n 5 procent van de mensen heeft een weloverwogen en ook duurzame wens om te sterven. Maar als er iemand tegenover je zit met deze wens, behoort die dan tot die 95 of tot die 5 procent?’

Hulpvraag beoordelen

Precies deze vraag is ook belangrijk als het gaat om ouderen, weet De Keijser. Hij geeft veel trainingen en nascholingen over suïcidepreventie aan bijvoorbeeld huisartsen en psychologen. ‘Zij vragen dan vaak wat ze moeten doen als hun oudere patiënten zeggen dat zij klaar zijn met leven. Ze vinden het moeilijk deze hulpvraag te beoordelen én weten vaak niet goed wat zij moeten doen.’

‘Alleen het uitspreken van een doodswens kan al ruimte geven’

Volgens De Keijser durven veel hulpverleners het gesprek over zo’n doodswens niet goed te voeren. Er is veel zogeheten handelingsverlegenheid, waardoor er geen open gesprek met de oudere ontstaat. ‘Alleen al het kunnen uitspreken van een doodswens kan iemand ruimte geven’, weet De Keijser. ‘Om een dialoog tot stand te laten komen, kan de hulpverlener zeggen: ik denk met u mee over uw doodswens, maar wil u dan vragen mee te denken over wat u kunt doen om uw problemen op te lossen.’

ZonMw en NWO dringen er in de kennisagenda op aan zulke methodieken te inventariseren en wetenschappelijk te onderbouwen. De Keijser vindt dit heel belangrijk. ‘We weten nog te weinig wie deze ouderen precies zijn, wat hen helpt en hoe we hulpverleners beter kunnen toerusten. Een pasklaar antwoord ontbreekt, maar tegelijkertijd moet de wél beschikbare kennis ook beter worden verspreid.’

Kwaliteit ouderenzorg

Een heel andere vraag die ZonMw en NWO benoemen, is of de Nederlandse samenleving en gezondheidszorg er voldoende in slagen ouderen te ondersteunen. Kan de manier waarop wij met (zeer) oude mensen omgaan, ertoe bijdragen dat sommigen van hen willen kiezen voor de dood? 

Vooral in de media wordt deze link vaak gelegd, merkt De Keijser. Politici, ouderen, familieleden en ook professionals zeggen regelmatig dat ouderen hun leven zouden willen beëindigen omdat de zorg in verzorgings- en verpleeghuizen tekortschiet. De Keijser: ‘In de literatuur is daar weinig onderbouwing voor, maar het is belangrijk om dit uit te zoeken. De uitkomsten van dit onderzoek moeten vervolgens breed worden verspreid, zodat eventuele misvattingen weggenomen kunnen worden.’

‘Shoppende’ ouderen

Op deze manier kan volgens De Keijser de wetenschap ertoe bijdragen dat maatschappelijke en politieke vragen rond dit thema (beter) beantwoord worden. In opdracht van het ministerie van VWS en Veiligheid en Justitie start binnenkort een commissie van wijzen die zich over de problematiek van deze ouderen buigt. Deze commissie zal volgens De Keijser ook moeten nagaan hoe we kunnen voorkomen dat familieleden een oudere onder druk zetten om voor levensbeëindiging te kiezen. ‘Ik zeg niet dat dit vaak gebeurt, maar ik ken wel voorbeelden. Dit vraagt op zijn minst om goede regelgeving, die eenduidig wordt toegepast. Ik zou het bijvoorbeeld heel jammer vinden als ouderen of hun familieleden gaan “shoppen”, dus naar een andere regio gaan omdat de hulpverleners daar eerder bereid zijn stervenshulp te verlenen. Ook hier ligt een taak voor de wetenschap: meer kennis kan shoppen helpen voorkomen.’

Tekst: Gonny ten Haaft
Foto: Sabine Joosten / Hollandse Hoogte