Sinds 2004 is anonieme spermadonatie bij wet verboden. Diezelfde wet geeft donorkinderen het recht om vanaf hun 16e de identiteit van hun donor op te vragen. Eind 2020 werden de eerste donorkinderen die na 2004 zijn geboren 16 jaar. Leidt dit tot een run op ontmoetingen tussen kind en donor? En wat betekent kennis over de donor voor de identiteit van het kind?

In Nederland wordt Kunstmatige Inseminatie met Donorzaad (KID) al toegepast sinds de jaren ‘50 van de 20e eeuw. ‘Dat gebeurde toen in het strikte geheim omdat het insemineren van een vrouw met donorzaad werd gezien als overspel. Dat was in die tijd nog strafbaar’, vertelt Monique Mochtar, gynaecoloog bij het Amsterdam UMC. Het advies aan ouders was dan ook om de genetische afkomst van hun kind geheim te houden. Dat lukte niet altijd: veel kinderen kwamen er op ongelukkige wijze – bijvoorbeeld na een ruzie, een scheiding of een toevallige verspreking van een familielid – achter dat ze verwekt waren met sperma van een anonieme donor. Hun verhalen laten zien dat geheimhouding negatief kan uitpakken. Ook kennen we de verwoede zoektochten naar donoren uit tv-programma’s als DNA Onbekend en Spoorloos. Daardoor is het denken over donoranonimiteit en geheimhouding volledig veranderd.

Niet meer anoniem

Met de invoering van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting (Wdkb) in 2004 is anonieme spermadonatie niet langer mogelijk. Naar aanleiding van de invoering van deze wet financierde ZonMw een project dat uit 2 onderdelen bestond. Het eerste is een onderzoek, onder Mochtars leiding, naar de behoefte aan ondersteuning rondom de ontmoeting tussen donor en donorkind. Het tweede is een ethische beschouwing over het belang van afstammingsinformatie voor de ontwikkeling van de identiteit van een donorkind.

Stabiele identiteit

De belangrijkste reden voor de invoering van de Wdkb was dat ieder kind het recht heeft om te weten van wie hij afstamt. Een ander argument was dat een kind zich niet goed zou kunnen ontwikkelen als het zijn genetische roots niet kent. Maar voor dat laatste is geen wetenschappelijk bewijs, vertelt Wybo Dondorp, die als ethicus bij de Universiteit Maastricht meewerkte aan de ethische beschouwing. ‘Uit onderzoek onder donorkinderen blijkt dat er geen verband is tussen het niet weten wie je donor is en het vormen van een stabiele identiteit. Het is dus niet zo dat het per definitie slecht gaat met een kind omdat het te weinig informatie heeft over zijn genetische roots, zoals soms wordt gesuggereerd.’ Volgens hem wordt hierbij ten onrechte een parallel getrokken met adoptiekinderen, bij wie vaak sprake is van een traumatische breuk omdat zij werden afgestaan door hun biologische ouders. Bij donorkinderen is daar geen sprake van, omdat zij vanaf hun geboorte bij hun ouders opgroeien.

Verwachtingen managen

Eind 2020 bereikten de eerste donorkinderen uit 2004 de leeftijd van 16 jaar. Willen zij en masse weten wie hun donoren zijn? ‘Het loopt nog niet storm’, antwoordt Mochtar. Ze vertelt dat er enkele aanvragen binnenkwamen bij de Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting, die de landelijke gegevens van sperma-, eicel- en embryodonatie beheert. Fiom, een organisatie gespecialiseerd in afstammingsvragen, bemiddelt bij ontmoetingen. ‘Fiom houdt voorgesprekken met het donorkind en de donor om de wederzijdse verwachtingen te peilen’, legt Mochtar uit. ‘Daarnaast geeft Fiom praktische tips en adviezen, bijvoorbeeld om vragen van tevoren op te schrijven en fotoboeken mee te nemen. Tijdens de ontmoeting zijn ze op de achtergrond aanwezig om te kunnen inspringen als het gesprek stroef verloopt.’ Die ondersteuning wordt op prijs gesteld, blijkt uit het onderzoek dat Mochtar en haar collega’s deden onder donorkinderen en donoren van vóór 2004. Deze donoren stammen nog uit de anonieme tijd, maar stonden hun DNA vrijwillig af aan Fiom om matching met donorkind(eren) mogelijk te maken.

'Ik vind het verwonderlijk, maar ook heel mooi dat die genetische band zo sterk is dat je elkaar direct herkent en in de armen sluit’

Uit onderzoek onder diezelfde groep blijkt dat de manier waarop iemand ontdekt een donorkind te zijn een grote invloed heeft op de redenen voor een ontmoeting met de donor. ‘Deze variëren van nieuwsgierigheid naar je afkomst tot erkend willen worden door je genetische vader. Hoe traumatischer de ontdekking is geweest en hoe langer de zoektocht naar de donor heeft geduurd, hoe meer iemand gebrand is op die erkenning’, vertelt Mochtar.

Herkenning

De ontmoeting tussen het donorkind en de donor verloopt over het algemeen goed. ‘Donoren ervaren het vaak als een verrijking van hun leven en voor donorkinderen is het meestal een feest van herkenning’, vertelt Mochtar. Vaak komen er meer emoties bij kijken dan van tevoren gedacht. ‘Ik hoorde het verhaal van een donor die zijn DNA vrijwillig had afgestaan bij Fiom. Toen hij twee donordochters ontmoette was hij op slag verliefd. Ik vind het verwonderlijk, maar ook heel mooi dat die genetische band zo sterk is dat je elkaar direct herkent en in de armen sluit’, aldus Mochtar. Hoe het daarna verdergaat, is aan het donorkind. Sommigen willen niet of hooguit af en toe afspreken, anderen hebben regelmatig contact met de donor.

Je eigen levensverhaal

De afschaffing van de anonimiteit betekent overigens niet dat alle ouders tegenwoordig open zijn over de afkomst van hun kind, geeft Dondorp aan. Om openheid hierover te promoten is het Landelijk Informatiepunt Donorconceptie opgericht. Donorkinderen, donoren en (wens)ouders vinden hier informatie over donorconceptie, ervaringsverhalen en verwijzingen naar organisaties of hulpverleners. Dondorp: ‘Ieder van ons heeft de opdracht het eigen levensverhaal vorm te geven. Onze ouders hebben een belangrijke rol als eerste vertellers van dat verhaal. En daar hoort ook een verhaal over je ontstaansgeschiedenis bij.’ Mochtar denkt dat een donorkind geen verwoede zoektochten naar de donor zal ondernemen als het van jongs af aan weet dat het via spermadonatie verwekt is. Voor veel donorkinderen is het leren kennen van de donor vooral een kwestie van nieuwsgierigheid. ‘Het is niet zo dat hun hele bestaan en hoe ze naar zichzelf kijken er volledig door op de schop gaat’, aldus Dondorp.


Tekst: Dieuwke de Boer
Foto: Shutterstock
Publicatiedatum: 29 september 2021

Meer informatie

ZonMw-project: Ontmoeting tussen donor en donorkind; wat zijn de behoeftes aan ondersteuning en een ethische beschouwing

ZonMw-project: Psychosociale begeleiding en counseling van (wens)ouders, donorkinderen en spermadonoren bij kunstmatige inseminatie met donorsperma

ZonMw-programma: Ethiek en Gezondheid 3

Evaluatie wet donorgegevens kunstmatige bevruchting
Kamerbrief met reactie op de tweede evaluatie wet donorgegevens kunstmatige bevruchting

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website