Jongeren die een gevaar zijn voor zichzelf of voor anderen worden soms door de rechter in de gesloten jeugdzorg geplaatst. Hoe ervaren zij de zorg? En wat doet het met zorgverleners als jongeren zichzelf iets aandoen?

Gemiddeld beëindigen per jaar zo’n 50 Nederlandse jongeren tussen de 10 en 20 jaar oud hun leven. Maar het aantal suïcides onder hen stijgt, met als dieptepunt 2017 toen 81 jongeren hun leven beëindigden. Van hen ontvingen 26 jongeren een vorm van jeugdzorg; in 6 gevallen was dat JeugdzorgPlus (gesloten jeugdzorg). Hoe ervaren jongeren de zorg die ze krijgen in de gesloten jeugdzorg? En hoe reageren zorgverleners op suïcidaliteit en zelfverwonding?

Vertrouwensband

Shireen Kaijadoe is onderzoeker bij Karakter, een GGZ-organisatie voor kinder- en jeugdpsychiatrie. Met subsidie van ZonMw voerde zij samen met 5 ervaringsdeskundige jongeren een kwalitatief onderzoek uit. Voor deze studie sprak ze met 29 zorgverleners en met 13 jongeren binnen de JeugdzorgPlus, van wie 11 meisjes. Alle meisjes hadden ervaring met suïcidaal gedrag en/of automutilatie. Op de vraag wat zij nodig hebben, was het antwoord opvallend gelijkluidend. Kaijadoe: ‘Zonder uitzondering zeiden ze dat het hen zou helpen als hulpverleners de tijd nemen om een vertrouwensband met hen op te bouwen. Samen wandelen, elkaar leren kennen, belangstelling tonen. En alle jongeren lieten weten dat ze soms een knuffel nodig hebben.’

Aanbevelingen voor JeugdzorgPlus

In het ZonMw-programma Longitudinale effectmonitor JeugdzorgPlus is in de afgelopen 10 jaar onderzoek gedaan naar JeugdzorgPlus. Er zijn verdiepende studies uitgevoerd naar opvallende thema’s, zoals suïcidaal gedrag. Het Nederlands Jeugdinstituut heeft de balans opgemaakt in de publicatie Kijk op JeugdzorgPlus, waarin ook verbeterpunten staan. Zoals het voorkomen van plaatsing in gesloten jeugdzorg; analyse en behandeling van onderliggende oorzaken van gedrag; aansluiten op de jongere met onder meer persoonlijke aandacht en passend onderwijs; gezinsgericht werken; aandacht voor het vervolgtraject; en samenwerking in de hele keten.

 

De zorgverleners op de groepen zijn mbo- of hbo-opgeleid, vaak in sociaalpedagogisch werk of pedagogiek. Voor het onderzoek naar suïcidale uitingen vertelden zij hoe incidenten hen professioneel en persoonlijk raken. Ze vinden dat het werk zwaarder is geworden; ze staan vaak met 2 professionals op een groep van 12 jongeren met complexe psychiatrische problematiek. Ze worden vaker geconfronteerd met een geslaagde suïcide. ‘Het maakt veel groepswerkers machteloos’, zegt Kaijadoe. ‘Ze proberen nabijheid te bieden, maar vaak ontbreekt de tijd vanwege hoge werkdruk. Om te voorkomen dat jongeren zichzelf verwonden of suïcideren, grijpen ze noodgedwongen naar middelen als isoleren, fixeren en cameratoezicht.’

Vrij van oordeel

Jongeren vinden het belangrijk dat zorgverleners geen veroordeling uitspreken over zelfverwonding of suïcidaal gedrag. Ze verlangen juist naar begrip: wat is er met jou gebeurd waardoor je zo wanhopig bent? Praten over suïcidale gedachten werkt preventief, maar jongeren zwijgen vaak uit angst om afgewezen en geïsoleerd te worden. Evi van Arragon (22) is student psychologie en tevens ervaringsdeskundige. Vanuit die rol nam ze als onderzoeker deel aan de studie. Ze was opgenomen in de gesloten jeugdzorg van haar 14e tot haar 17e. ‘Iedereen weet dat begrip tonen en luisteren beter helpt dan isoleren en fixeren’, zegt ze. ‘De kunst is om de zorg zodanig in te richten dat hulpverleners hun werk goed kunnen doen.’ Uit het onderzoek blijkt ook dat jongeren graag willen dat zorgverleners vaker het gesprek over suïcide openbreken, mits vrij van oordeel. Van Arragon: ‘Er rust een taboe op het thema. Zorgverleners denken: als we erover beginnen, wordt iedereen suïcidaal en gaan er doden vallen. Maar dat is helemaal niet waar.’

‘Een gedwongen opname is voor jongeren vaak een traumatische ervaring op zich’

Jongeren belanden steeds vaker via een spoedmachtiging van de rechter bij de JeugdzorgPlus. Bij een spoedmachtiging is er weinig tijd en ruimte om te zoeken naar een alternatief. JeugdzorgPlus wordt dan ingezet als laatste redmiddel. Volgens Kaijadoe moet er meer aandacht komen voor preventie om zo’n crisisopname te voorkomen. ‘Een gedwongen opname is voor jongeren vaak een traumatische ervaring op zich’, zegt ze. ‘Ze worden soms letterlijk van hun bed gelicht en meegenomen. Jongeren maken op crisisgroepen kennis met leeftijdgenoten die zichzelf snijden, bleekwater drinken of batterijen slikken. Het besmettingsgevaar is groot.’

Getuige geweest

Alle jongeren die Kaijadoe sprak voor haar onderzoek, zijn getuige geweest van een of meerdere geslaagde suïcides in hun omgeving. Soms op de jeugdzorggroep waar ze verbleven, soms daarna, als ze contact hebben gehouden met elkaar. 'Er moet meer aandacht komen voor de impact die dat op deze jongeren heeft’, vindt zij. ‘We weten uit onderzoek dat mensen die een suïcide van dichtbij meemaken, daar vaak jaren later nog last van hebben. Dit onderwerp valt buiten de scope van ons onderzoek. Maar ik vind het belangrijk om te vermelden.’

Het thema leeft

De resultaten van het onderzoek zijn samengevat in een rapport met aanbevelingen voor alle partijen in de zorgketen. Zoals: investeer in contact en verbinding, werk kleinschalig en preventief, beperk isolatiemaatregelen, investeer in scholing, bied hoop en perspectief, en zoek meer samenwerking met de jeugd-GGZ. Kaijadoe: ‘Dat laatste is een verantwoordelijkheid van beide partijen. Maar ook de jeugd-GGZ kampt met financieringstekorten.’ De onderzoekers hebben een korte aansprekende YouTube-film gemaakt waarin jongeren vertellen over hun ervaringen in de JeugdzorgPlus, en een kalenderboekje dat zorgverleners helpt om het thema suïcide bespreekbaar te maken. Kaijadoe: ‘Het filmpje is meer dan 5300 keer bekeken. En ook voor de kalender is boven verwachting veel belangstelling. Suïcide is een groot thema dat binnen en buiten de jeugdzorg enorm leeft.’

Wilt u praten over suïcide? Bel gratis 0800-0113 of chat op 113 Zelfmoordpreventie

Samenwerking met jeugd-GGZ

Uit het onderzoek blijkt dat er behoefte is aan meer samenwerking en kennisdeling tussen de jeugd-GGZ en de JeugdzorgPlus. De jeugd-GGZ is gespecialiseerd in psychiatrie. Er zijn de afgelopen jaren veel bedden gesloten en er is te weinig financiering voor langdurige behandeltrajecten van jongeren die thuis wonen. Daardoor zijn er onvoldoende mogelijkheden voor preventie. De gesloten jeugdzorg is gespecialiseerd in pedagogiek. Eenmaal in de JeugdzorgPlus hebben jongeren behalve pedagogische zorg óók psychiatrische zorg nodig. Met een betere samenwerking krijgen jongeren sneller de juiste hulp. Zo worden spoedopnames voorkomen.


Tekst: Riëtte Duynstee
Foto: Hans Oostrum
Publicatiedatum: 29 september 2021

Meer informatie

ZonMw-project Als suïcide en suïcidale uitingen je dag kleuren: wat doet dat dan met jou en mij?

Video: jongeren over Jeugdzorgplus – wat helpt en wat niet

Boek Evi van Arragon over haar ervaringen: Ik ben (niet) normaal

ZonMw-thema Suïcidepreventie

ZonMw Longitudinale effectmonitor JeugdzorgPlus
 

 

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website