Veel wetenschappers werken enige tijd in den vreemde. Wat valt ze daar op? Deze keer: de uit Israël afkomstige Lynn Bar-On (37), die werkt bij Amsterdam UMC locatie VUmc, de KU Leuven en de Universiteit Gent.

Wat is uw onderzoeksgebied?

‘Ik houd me bezig met cerebrale parese (CP), de meest voorkomende oorzaak van motorische beperkingen bij kinderen. Tijdens mijn promotieonderzoek in Leuven ontwikkelde ik samen met biomedische ingenieurs een instrument om de spierspanning bij kinderen met CP objectief te meten. Hiermee konden we bepaalde behandelingen, bijvoorbeeld botoxinjecties die de spierspanning verlagen, verbeteren. Tegenwoordig probeer ik meer inzicht te krijgen in de spiermechanismen zelf: wat gebeurt er bij verhoogde spierspanning en welke invloed heeft dat op lopen? Ik heb daarom echografie toegevoegd aan ons meetinstrument en tijdens loopanalyses. We kunnen nu zien of spiereigenschappen veranderd zijn door de hoge spierspanning. Zo kunnen we behandelingen nog meer personaliseren.’

Hoe bent u in Nederland en België terechtgekomen?

‘Oorspronkelijk ben ik Israëlisch. Op mijn achttiende kwam ik naar Nederland voor een studie fysiotherapie. Ik werkte vervolgens in Nederland, Israël en India voordat ik besloot een master in de pediatrische fysiotherapie te gaan volgen in Leuven, België. Ik promoveerde in Leuven en ben daarna samen met onderzoekers van het VUmc geselecteerd voor een VENI-project. Daarbij bleef ik nauw samenwerken met Leuven. Onze kracht zat hem in de samenwerking: we gebruiken dezelfde werkwijze en instrumenten en kunnen dus onze onderzoekspopulaties samenvoegen. Het betekende wel veel op en neer reizen, ook toen ik in 2016 zwanger werd. Mijn VENI-project loopt nog, maar ik heb inmiddels een tenure track  geaccepteerd in Gent. We wonen daarom sinds februari weer in België. Door de coronapandemie zijn online contacten heel gewoon geworden, waardoor ik veel minder op en neer hoef te reizen. Voor mijn man, die nog voor een Nederlands bedrijf werkt, is dat ook een groot voordeel.’

Hoe verschilt de wetenschapsbeoefening tussen België en Nederland?

‘Nederland voelde voor mij altijd strenger dan België. Er is meer bureaucratie, het duurt langer om iets op gang te krijgen en er wordt meer vergaderd. Maar met het introduceren van Europese wetgeving zijn die verschillen verkleind. Ik denk wel dat die strengheid uiteindelijk beter is. Zo’n werkwijze is transparanter. Ook het benaderen van patiënten voor onderzoek verschilt tussen beide landen. In Nederland zijn ouders iets kritischer over medische interventies en over wetenschappelijk onderzoek, waardoor ze meer vragen stellen dan Belgische ouders. Door mijn ervaringen in beide landen ben ik professioneler geworden in mijn communicatie, een belangrijk onderdeel van open science.

En hoe verschilt het leven in België en Nederland?

‘De levensstijl is vergelijkbaar, al zijn er wel cultuurverschillen. Het bevalt mij allebei: Gent is een prachtige stad; Amsterdam natuurlijk ook. Gent heeft heel veel mooie plekjes met veel charme en ik geniet hier van de Bourgondische levensstijl, mensen nemen echt de tijd voor elkaar. In Nederland, en dan vooral Amsterdam, is het leven hectischer. Het tempo ligt hoog, hoewel ik daar soms ook veel energie en inspiratie van op kan doen. Daarnaast is de Nederlandse omgangsvorm in tegenstelling tot de Belgische vrij direct, en dan doel ik met name op de communicatie. Dit kan je liggen of niet. Het heeft soms zijn voordelen omdat je precies weet waar je aan toe bent.’


Tekst: Diana de Veld
Foto: Privécollectie Lynn Bar-On
Publicatiedatum: 29 september 2021

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website