Gezondheid meenemen in de inrichting van de stad, dat is de missie van het Zuid-Limburgse consortium RuimteGIDS. In een van de projecten buigen architecten, bewoners, gezondheidsprofessionals, wetenschappers en ambtenaren zich samen over de Groene Loper in Maastricht. Belangrijke aandachtspunten: ruimte voor wandelaars en fietsers, voor ontmoetingen en groen.

‘Eerder en meer aandacht besteden aan een gezonde leefomgeving, daar is nog zoveel winst te behalen’, zegt Maria Jansen. Zij is projectleider van het Zuid-Limburgse consortium RuimteGIDS, een samenwerkingsverband van Maastricht University, Zuyd Hogeschool, gemeenten Maastricht en Kerkrade, ProjectBureauA2, Provincie Limburg en GGD Zuid-Limburg. Het is 1 van de 7 regionale consortia die onder de vlag ‘Maak ruimte voor gezondheid’ onderzoek doen naar het effect van de leefomgeving op gezondheid en deelname aan de samenleving.

Groene Loper

Het Limburgse consortium buigt zich onder meer over de Groene Loper, het 2 kilometer lange gebied boven de nieuwe A2-tunnel in Maastricht. Bewoners, medewerkers van de GGD en van scholen, wetenschappers, beleidsambtenaren ruimtelijke ordening, ontwerpers en architecten bespreken samen de plannen. ‘Elke partij kijkt toch met een andere blik naar de invulling van de ruimte. Het is heel mooi om die verschillende perspectieven bij elkaar te brengen’, vindt de projectleider.

Schoolplein

Gezondheid en veiligheid staan hierbij hoog op de agenda. Is er voldoende fiets- en loopruimte, kunnen kinderen veilig oversteken, waar kunnen mensen elkaar ontmoeten? Is er genoeg groen? ‘We hebben aandacht voor gezondheid in de breedste zin van het woord’, zegt Jansen. Een voorbeeld is het integraal kindcentrum – met kinderopvang en basisschool – op de Groene Loper. ‘Daar hebben we het dan heel concreet over de grootte en inrichting van het schoolplein. De afgelopen jaren is er overal in Nederland flink bezuinigd op schoolpleinen: “Leg maar een paar stoeptegels neer en klaar.” Maar de Groene Loper biedt ruimte én mogelijkheden.’

Maria Jansen

Gezonde inrichting

Het consortium is betrokken bij 4 ruimtelijke projecten; 2 in Maastricht en 2 in Kerkrade. In Maastricht staat de gezonde inrichting van de leefomgeving centraal, in Kerkrade ligt de focus op het betrekken van de bewoners bij de ‘gezonde’ inrichting van de wijk. Jansen: ‘We hebben de gemeenten nauw betrokken bij het formuleren van de leervragen en de kennisagenda. Daardoor sluiten de vragen naadloos aan bij hun ambities. Ook de ambtenaren zijn enthousiast, dat is cruciaal.’

Gezamenlijke historie

Het is volgens Jansen een groot voordeel dat de partijen elkaar al kennen van de Academische Werkplaats Publieke Gezondheid van de GGD en de Maastricht University, waarvan zij programmamanager is. ‘We hebben al een behoorlijke historie samen, de werkplaats bestaat al 15 jaar. En nog belangrijker: de samenwerking met de Academische Werkplaats, waar wetenschap, beleid en praktijk samen optrekken, wordt ook door de gemeenten als heel positief ervaren.’ In een van projecten van de werkplaats is kennis opgedaan over het betrekken van burgers bij gezondheidskwesties in hun wijk. Kennis waarop het consortium RuimteGIDS weer kan voortbouwen.

‘De afgelopen jaren komt er van alles in beweging. Ook bij scholen en woningcorporaties groeit de aandacht voor gezondheid’

In Maastricht is het consortium ook betrokken bij de Blauwe Loper, een herstructureringsproject in de wijk Mariaberg. Bij deze plannen zijn ook – vanaf de ontwerpfrase – de bewoners intensief betrokken. ‘In die buurt wordt ook gesloopt en dat is voor bewoners vaak toch heel verdrietig. Maar het is goed dat ze nu actief kunnen meedenken hoe hun wijk er straks uit moeten komen te zien.’ De projecten in Kerkrade – Proeftuin Kerkrade Noord en West Wint aan Ruimte – hebben door corona vertraging opgelopen. Jansen: ‘Samen kijken naar de leefomgeving en onderling contact bevorderen is toch lastig vanaf een beeldscherm. Daar komt bij dat het wantrouwen richting de overheid in Kerkrade – ook door het mijnverleden – erg groot is. De gemeente is daarom erg voorzichtig en wil het vertrouwen van de bewoners niet kwijtraken.’ Het plan is vanuit het consortium om nu de Leefplekmeter in te zetten. Bewoners worden hierbij op allerlei aspecten bevraagd over hun leefomgeving.

Inrichting van de ruimte

De projectleider is blij met de groeiende aandacht voor de gezonde leefomgeving, in Limburg en in de rest van het land. ‘Ik pleit al jaren voor meer aandacht voor gezondheid bij het maken van beleid en de inrichting van de ruimte. De afgelopen jaren komt er van alles in beweging. Ook bij scholen, bij woningcorporaties groeit de aandacht voor gezondheid. COVID heeft daar ook zeker een rol in gespeeld.’ De komst van de Omgevingswet – die gemeenten meer verantwoordelijkheid geeft om te zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving – zal volgens haar ook helpen. Hierin hebben GGD’en een belangrijke adviesrol. ‘De GGD is dus een belangrijke partner in het consortium.’

Oude wijken

Met name in oude wijken schreeuwt de ruimtelijke inrichting om meer aandacht, zegt Jansen. ‘Ik heb het over wijken die in de jaren ’50, ’60 zijn gebouwd. Daar is vaak sprake van een verrommeling van de ruimte. En dat geeft wijkbewoners vaak weer het gevoel dat ze door de overheid in de steek worden gelaten. In deze wijken is zeker wat betreft een gezonde en veilige inrichting nog veel winst te behalen.’

Opbrengst

Een belangrijke opbrengst van RuimteGIDS is volgens de projectleider nu al het ‘toegenomen grensverkeer tussen de wereld van de gezondheid en van de planologie en ruimtelijke ordening’. Jansen: ‘Dat is winst, want we zitten al in een vroeg stadium met elkaar om tafel. Voorheen werd de GGD vaak op het laatst – wanneer de ruimtelijke plannen al rond waren – nog even om advies gevraagd.’


Tekst: Jessica Maas
Foto: eigen collectie Maria Jansen
Publicatiedatum: 24 juni 2021

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website