Mensen worden de hele dag verleid tot de consumptie van ongezonde snacks en sterk bewerkte voedingsmiddelen. Onderzoek laat zien dat Nederland te weinig doet tegen deze ongezonde voedselomgeving. Het is de hoogste tijd voor stevige maatregelen, zoals de suikertaks die het Verenigd Koninkrijk al hanteert.

‘Onze voedselomgeving is de laatste decennia erg veranderd’, stelt Maartje Poelman, universitair docent consumption and healthy lifestyles aan de Wageningen University & Research (WUR). Overal zijn snacks te koop en de winkels liggen vol met ongezondere, bewerkte voedselproducten. Het aanbod is enorm en de promotie opdringerig.

Wat is het gevolg?

Poelman: ‘Als mensen continu te veel sterk bewerkte producten eten die rijk zijn aan zout en verzadigd vet, zoals snacks, en geraffineerde koolhydraten die in bijvoorbeeld wit brood en zoetigheden zitten, lopen ze het risico overgewicht en obesitas te ontwikkelen. Of andere chronische ziektes als diabetes type 2 en hart- en vaatziekten.’

Welke rol spelen de prijzen?

‘Sterk bewerkte voedselproducten zijn goedkoper dan veel verse producten, zoals groenten en fruit. Als je kijkt naar de aanbiedingen voor voedselproducten, zit daarvan maar liefst 70 procent níet in de Schijf van Vijf. Het wordt ons dus veel makkelijker gemaakt om ongezondere dan gezonde producten te kopen.’

Maartje Poelman
Maartje Poelman

Heeft de inrichting van winkels invloed?

‘Er wordt slim over nagedacht waar producten worden aangeboden. Op de kopse kant van de schappen in de supermarkt liggen veelal aanbiedingen. Bij de kassa’s liggen snoep en snacks. Dit zijn typisch plekken waar mensen impulsaankopen doen.’

Als wetenschapper bent u betrokken bij het Europese onderzoeksconsortium PEN (zie kader). Hoe is het laatste onderzoek naar de voedselomgeving aangepakt?

‘Mijn collega’s Carlijn Kamphuis, Sanne Djojosoeparto en ik hebben een overzicht gemaakt van het Nederlandse overheidsbeleid met behulp van de Food environment policy index (Food-EPI), die internationaal door experts is ontwikkeld. Daarbij is gekeken naar maatregelen die invloed hebben op de voedselomgeving. Een panel van onafhankelijke experts heeft vervolgens beoordeeld hoe Nederland het doet vergeleken met best practices in andere landen.’

PEN: Europese landen vergeleken

Het Policy Evaluation Network (PEN) is een multidisciplinair consortium waarin onderzoekers van 28 onderzoeksinstituten uit 7 Europese landen samenwerken. PEN vergelijkt het beleid van diverse Europese landen om lichaamsbeweging en gezonde voeding te stimuleren. Wat zijn de maatregelen, hoe verloopt de uitvoering en wat is het effect? Het PEN-project is gefinancierd door het Joint Programming Initiative ‘Healthy Diet for a Healthy Life’ (JPI HDHL). ZonMw financiert de Nederlandse onderzoekers in dit internationale samenwerkingsproject. Binnen PEN richtten Maartje Poelman (WUR), Carlijn Kamphuis (Universiteit Utrecht) en Sanne Djojosoeparto (Universiteit Utrecht) zich op voeding.

Hoe scoort Nederland?

‘Als het gaat om maatregelen met een directe invloed op de voedselomgeving (zoals regels voor voedselsamenstelling), dan zijn die zwak of zelfs afwezig. De experts beoordeelden het Nederlandse beleid met een indirecte invloed (zoals voedingsvoorlichting) iets beter, namelijk “matig” tot “acceptabel”.’

‘Het Verenigd Koninkrijk is politiek een conservatief land. Maar het heeft wel een suikertaks ingevoerd’

Wat is de kern van het probleem bij het Nederlandse beleid?

‘Tot nu toe heeft de Nederlandse overheid grotendeels ingezet op het promoten van goede voeding, zoals de Schijf van Vijf. Nederland draagt de boodschap dus wel uit. Sinds 2018 hebben we het Nationale Preventie Akkoord, waarbij de overheid samen met de industrie en maatschappelijke organisaties afspraken heeft gemaakt om Nederland gezonder te maken. Plannen voor een gezonde voedselomgeving zijn daar onderdeel van. Het is niet zo dat we niets doen. Maar we overleggen veel, maken te vrijblijvende plannen en dan verandert er niets. Er is weinig directe wetgeving om die gezondere voedselomgeving af te dwingen.

Wat stelt het panel van experts voor?

‘Voor Nederland hebben ze 29 aanbevelingen geformuleerd waarmee beleidsmakers een gezondere voedselomgeving kunnen creëren, zodat consumenten gemakkelijker gezonde voedselkeuzes kunnen maken. Een van de aanbevelingen is dat de Nederlandse overheid ambitieuzere doelen stelt voor vermindering van de hoeveelheid zout, verzadigd vet en toegevoegde suiker in alle sterk bewerkte producten die een belangrijke rol spelen in ons voedselpatroon. Andere belangrijke aanbevelingen zijn bijvoorbeeld het verbieden van kindermarketing voor ongezonde producten en verlaging van de prijs van groenten en fruit.’

Waarom is dat tot nu toe niet gebeurd?

‘Hiervoor zijn diverse verklaringen. We hebben 10 jaar een neoliberale regering gehad die maximaal heeft ingezet op individuele keuzevrijheid en gericht is op vrije marktwerking. Als de politieke wil er niet is, dan lukt het niet. Ook is er een strakke lobby van de industrie. Daardoor komt die gezondere voedselomgeving er maar niet.’

Kunt u een voorbeeld noemen?

‘Neem suiker. Nu is er alleen zelfregulatie, waarbij producenten zelf mogen bepalen of ze het suikergehalte in voedingsmiddelen verlagen. De overheid kan meer wettelijk afdwingen, bijvoorbeeld door een suikertaks. Als er een extra heffing zit op producten met veel suiker, worden die producten duurder en dus minder gekocht en geconsumeerd. In andere landen zien we dat ze in aanloop naar de taks het suikergehalte van producten verlaagden om die heffing te voorkomen. Dat is goed, want zo zullen mensen minder suiker consumeren. Maar de heffing is natuurlijk slechts één element.’

Ziet u verandering?

‘Bij de afgelopen verkiezingen heeft een groot deel van de politieke partijen in partijprogramma’s plannen opgenomen voor verbetering van de voedselomgeving, zoals een suikertaks. Vooral progressieve partijen bepleiten dit. Ik ben benieuwd hoe het in de formatie uitpakt.’

Projecten voor een betere voedselomgeving
De voedselomgeving bestaat uit 4 elementen: fysieke omgeving (beschikbaarheid, kwaliteit, marketing), economie (prijzen), beleid (maatregelen) en sociaal-culturele factoren (opvattingen en groepsgedrag). Ze beïnvloedt het eetgedrag en daarmee uiteindelijk ook de gezondheid. Voor het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en gemeenten is het thema daarom steeds belangrijker geworden bij bevordering van een goede gezondheid.
ZonMw financiert onder meer projecten op het gebied van nudging en voeding, waarbij mensen een ‘duwtje’ krijgen om een gezonde keuze te maken. Zo worden in het project Food in Motion gezonde snacks aangeboden op plaatsen en tijden waar mensen regelmatig juist ongezond snacken.
Een ander project is Gezonde School. Hierbij worden scholen ondersteund bij gezondheidsbevordering. Een goede leefstijl zorgt er niet alleen voor dat kinderen gezonder zijn, ze leren er ook beter door.

Zijn er voorbeelden van landen waar het beter gaat?

‘Het Verenigd Koninkrijk is politiek een conservatief land. Maar het heeft wel een suikertaks ingevoerd. Premier Boris Johnston heeft obesitas en werd zelf getroffen toen hij COVID-19 kreeg. Nu wil hij een verbod op online advertenties voor junkfood die vaak op kinderen zijn gericht, en voor zulke reclames op televisie vóór 9 uur ’s avonds.’

Het kan dus wel?

‘Natuurlijk. We zien door corona dat bij een acute crisis alles uit de kast wordt getrokken om zo’n pandemie te lijf te gaan. We moeten 1,5 meter afstand van elkaar houden, in publieke ruimtes mondkapjes dragen en hebben wekenlang een avondklok gehad. Dit laat zien dat wettelijke maatregelen in het kader van de volksgezondheid mogelijk zijn. Het biedt wellicht een opening voor structurele maatregelen om overgewicht, obesitas en voeding-gerelateerde chronische ziekten te voorkomen.’  


Tekst: Tjitske Lingsma
Foto's: Robert Hoetink / Nationale Beeldbank, eigen collectie Maartje Poelman
Publicatiedatum: 24 juni 2021

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website