Veel wetenschappers werken enige tijd in den vreemde. Wat valt ze daar op? Deze keer: de uit Polen afkomstige Hanna Dusza, die werkt bij het Institute for Risk Assesment Sciences (IRAS) van de Universiteit Utrecht.

Wat is uw onderzoeksgebied?

‘Milieutoxicologie. Dat is de studie van de effecten van natuurlijke en kunstmatige chemicaliën op het ecosysteem, de fauna en de mens. Ik richt me op chemische stoffen die hormonen kunnen imiteren die een belangrijke rol spelen tijdens de zwangerschap. Ik ontwikkel methoden om hormoonverstorende stoffen in de baarmoeder te identificeren en te onderzoeken hoe deze chemicaliën de ontwikkeling van de baby kunnen beïnvloeden. Een baby is klein en kwetsbaar terwijl de hersenen, ledematen en organen zich ontwikkelen. Er zijn maar weinig hoeveelheden van deze chemische stoffen nodig om invloed te hebben en mogelijk schade toe te brengen. Vroeger dacht men dat de baby in de baarmoeder hiertegen beschermd was, maar dat is een misvatting. Onderzoek toont aan dat de baby wel degelijk via de moeder kan worden blootgesteld aan chemicaliën. Het is relatief nieuw terrein, waar nog niet veel over bekend is.’

Hoe bent u in Nederland terechtgekomen?

‘Ik studeerde milieubiologie in de Poolse stad Gdansk. Via een Erasmus-uitwisseling kwam ik in Schotland terecht. Mijn studievriendin was een Nederlandse. Zij had een leuke broer, die mijn vriend werd. Ik ben naar Nederland gekomen en heb een master gedaan aan de VU. Toen mijn hoogleraar Juliette Legler naar Londen vertrok, ben ik meegegaan. Vervolgens kreeg zij een functie bij het IRAS aan de Universiteit Utrecht en ben ik haar opnieuw gevolgd.’

Hoe verschilt de wetenschapsbeoefening tussen Polen en Nederland?

‘Omdat ik al 10 jaar weg ben uit Polen, kan ik beter het Nederlandse met het Britse systeem vergelijken. De verschillen zijn groot. In Nederland is de druk hoger. Voor een PhD in toxicologie moet je een aantal publicaties hebben in tijdschriften waarbij wetenschappers je werk beoordelen (peer-reviewed). Als PhD-onderzoeker ben je medewerker op een universiteit met een salaris, in tegenstelling tot het Verenigd Koninkrijk waar je slechts een beurs krijgt. Je hebt in Nederland daardoor wel meer verantwoordelijkheden. Je moet studenten begeleiden, college volgen en examens doen. Het is flink de mouwen opstropen. Maar ik vind het Nederlandse systeem beter.’

En hoe verschilt het Britse leven van dat in Nederland?

‘Nou, momenteel zit ik op Tenerife. Mijn PhD-contract was afgelopen en het was coronacrisis. Toen zijn mijn vriend en ik hierheen gegaan. We hebben hier een appartementje. Ik heb aan mijn proefschrift geschreven en we genieten natuurlijk van het eiland. We gaan naar het strand en de bars zijn open. De coronaregels worden hier minder strikt nageleefd. Het weer is heerlijk. Het is een aangename bubbel.’

Zien ze u nog terug in Polen?

‘We hebben zojuist een huis vlakbij Utrecht gevonden. Ik ga verder bij het IRAS met mijn onderzoek naar microplastics in de baarmoeder. Ik verheug me er ook op weer terug te zijn. Nederlanders hebben een open houding naar andere culturen en zijn toekomstgericht. Bovendien gebeurt er in Nederland veel op het gebied van toxicologie-onderzoek. Tussendoor gaan we graag naar Polen. Voor vakantie, familie en de prachtige natuur.’


Tekst: Tjitske Lingsma
Foto:  Privécollectie Hanna Dusza
Publicatiedatum: 24 juni 2021

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website