Veel wetenschappers werken enige tijd in den vreemde. Wat valt ze daar op? Deze keer: Reuven Agami, hoogleraar en hoofd van de afdeling oncogenomics bij het Nederlands Kanker Instituut (NKI), afkomstig uit Israël.

Waar doet u onderzoek naar?

‘Ik kijk hoe we kwetsbaarheden in kankercellen kunnen identificeren en te lijf gaan. Wanneer een kankercel groeit, verandert zijn genoom en begint hij ook andere eiwitten te produceren. Normaal gesproken worden zieke cellen aangevallen door je immuunsysteem, maar als een tumor groeit, kan hij zichzelf daartegen beschermen. Met immuuntherapie haal je dit verdedigingsmechanisme weg. Dat werkt goed bij cellen die veel veranderingen in het genoom hebben, maar de meeste kankercellen laten maar kleine veranderingen zien. We proberen nu de tumor te stimuleren om sterk te veranderen, zodat het immuunsysteem de kankercellen beter kan herkennen.’

Hoe bent u in Nederland terechtgekomen?

‘In Israël deed ik mijn master en proefschrift aan het Weizmann Institute of Science, afdeling Molecular Genetics. Daar kwam ik de Nederlandse Esther tegen, die stage kwam lopen. We trouwden en kregen twee kinderen. Na mijn PhD verhuisden we naar Nederland, vanwege Esthers familie en omdat ik bij het NKI een interessante baan vond. Zij wilde na 3 jaar weer terug, maar ik kreeg mijn eigen onderzoeksgroep en wist haar ervan te overtuigen om te blijven. Mij beviel alles hier: het uitdagende werk, het vertrouwen dat het NKI in me stelde, de omgeving, de mensen, het klimaat en de politiek.’

Hoe verschilt de wetenschapsbeoefening in Nederland van Israël ?

‘Nauwelijks. Er is één belangrijk verschil. In Israël zijn sponsors gebruikelijk in de wetenschap. Er is een geoliede machine van rijke particulieren die bijvoorbeeld nieuwsbouwprojecten financieren, in ruil voor hun naam erop. Zo werd de eivormige toren van een gebouw voor nucleair onderzoek op verzoek van de sponsor de hoogste in de omgeving. Toen een nieuwe sponsor 30 jaar later een hoger gebouw wilde, hebben ze dat nieuwe gebouw op een lager gelegen plek neergezet, om hen beiden te vriend te houden. Zelf werd ik als PhD-student gesponsord door een familie, die ik jaarlijks een brief schreef over mijn vorderingen. Het voordeel is dat je je meer dan bij een beurs bewust bent van het feit dat je geld kost, waardoor je je meer verantwoordelijk voelt.’

En hoe verschilt het leven in Israël en Nederland?

‘Het leven in Nederland is het absolute tegendeel van het leven in Israël. Het politieke klimaat in Israël is enorm gepolariseerd. Ik heb er een hekel aan dat de religie er zo’n grote impact op het openbare leven heeft: er rijden geen bussen op zaterdag, er gelden overal voedingsvoorschriften en als je trouwt, moet dat op de traditionele manier. Verder gedragen mensen zich gestrester. Toen ik begin vorig jaar met mijn dochter in Israël was, viel het haar op dat mijn beleefde autorijstijl zo uit de toon viel. In Israël is iedereen gestrest, door de politieke situatie en het dure levensonderhoud. Daar staat tegenover dat je in je eigen groep veel steun bij elkaar vindt; mensen helpen elkaar. In Nederland word je meer aan je lot overgelaten. Je kunt op straat neervallen en mensen lopen er nog omheen.’

Zien ze u nog terug in Israël?

‘Hier is mijn thuis. Onze kinderen zijn hier ingeburgerd, we zijn gelukkig. Een sabbatical van een paar jaar zou ik wel overwegen. Ik zou graag een tijdje in Israël werken om iets terug te kunnen doen voor de goede opleiding die ik aan ze te danken heb. Wat ik ook ga doen, ik zal altijd minstens met één voet in Nederland blijven.’


Tekst: Annette Wiesman
Foto: André Jagt
Publicatiedatum: 21 april 2021

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website