Om verspreiding van het coronavirus te voorkomen, is de opvang voor daklozen nu kleinschaliger georganiseerd. Dat blijkt gunstig voor hun gezondheid en veerkracht. Hoogleraar gezondheidsverschillen Maria van den Muijsenbergh doet nu vervolgonderzoek naar de lessen van de pandemie voor de hulp aan mensen op straat.

Maria van den Muijsenbergh heeft een bijzondere combinatie van functies op haar naam: hoogleraar gezondheidsverschillen aan de Radboud Universiteit, huisarts en straatdokter. Ze is net begonnen met een vervolgonderzoek naar de impact van corona op mensen zonder huis. Maar al vanaf het begin van de pandemie onderzocht zij hun situatie voor het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) samen met de Nederlandse Straatdokters en (ervarings)deskundigen.

Wat was de aanleiding voor het eerste onderzoek, in het voorjaar van 2020?

‘De angst bestond dat dakloze mensen op grote schaal slachtoffer en verspreider van COVID-19 zouden worden. In het buitenland zagen we grote uitbraken onder mensen op straat. Die beginnen vaak in de daklozenopvang. We wilden weten hoe dat in Nederland zat.’

Krijgen dakloze mensen volgens de eerste gegevens vaker COVID-19?

‘Nee. Het aantal daklozen dat ziek is geworden door corona lag in de eerste maanden niet hoger dan bij de rest van de bevolking. Dat verraste me. Bij andere infectieziektes zien we dat namelijk wel. Mensen die op straat leven, kunnen zich minder makkelijk aan beschermende maatregelen houden en hebben vaker last van chronische ziektes. Migranten van buiten de Europese Unie hebben overigens wél meer kans om corona te krijgen en in het ziekenhuis te belanden. En in de tweede golf ligt het aantal infecties bij daklozen hoger dan in de eerste golf. Maar dat past in het landelijke beeld.’

Kunt u verklaren waardoor het aantal infecties tot dusver meevalt?

‘Veel gemeentes hebben adequaat gereageerd en vrij snel noodopvang geregeld. Ze beseften dat het belangrijk was voor deze groep iets te doen. Terwijl het anders veel tijd kost om in gesprek te komen, kregen straatdokters nu snel afspraken met ambtenaren en konden we snel schakelen. Bij het onderzoek zaten wel alleen gemeentes waar straatdokters actief zijn.’

Houden de daklozen zich goed aan de preventieve maatregelen?

‘In de interviews zeiden bijna alle daklozen dat ze de maatregelen heel belangrijk vonden en zich eraan hielden. Maar binnen de opvang en op straat is het lastig om de maatregelen goed na te leven. Een aantal mensen houdt zich er niet aan en is daar ook niet goed op aanspreekbaar.’

Is dat niet riskant met het oog op verspreiding van het virus?

‘Dat kan het zeker zijn. Daarom pleit ik ervoor deze groep snel te vaccineren. Ze behoren tot de kwetsbaren. En als straks de lockdown voorbij is zouden zij ook voor anderen een risico kunnen vormen, als zij besmet zijn maar weer op straat moeten leven.’

Welke gevolgen hebben de algemene coronamaatregelen voor deze groep?

‘Uit de interviews in het voorjaar van 2020 blijkt dat de mentale gevolgen voor daklozen groot zijn. Aan de ene kant ervaren ze meer rust door de kleinere kamers in de noodopvang en doordat ze overdag vaker binnen mogen blijven. Maar de extra stress en eenzaamheid door het gebrek aan sociale contacten overheersen. Sommige mensen voelen zich nu meer gediscrimineerd. Iemand zei: ik word nu helemáál overal weggekeken.’
 

‘Zorg op afstand is voor deze doelgroep echt een probleem. Laten we dus niet al onze hoop en geld inzetten op online hulp’

 

Welke impact heeft corona op de hulpverlening?

‘De reguliere dagopvangactiviteiten zijn in het voorjaar 2020 allemaal opgeschort. Dat betreuren de daklozen zeer. Ook de toegang tot zorg, met name tot de ggz, lag in de eerste golf grotendeels stil. Online afspraken zijn voor deze groep lastig. Neem alleen al waar ze moeten gaan zitten tijdens het contact… Verder zien we ze nu minder vaak bij de arts. Dat vind ik wel verontrustend. Het kan zijn dat ze zich door de kleinschaligere opvang fysiek beter voelen, maar het komt ook doordat ze de zorg mijden of denken er niet terecht te kunnen.’

Wat viel nog meer op in het eerste onderzoek?

‘Vanwege het risico van besmetting slapen dakloze mensen minder vaak op slaapzalen en vaker op afstand in tweepersoons- of zelfs eenpersoonskamertjes. Deze kleinschaliger opvang en het feit dat ze overdag niet per se de straat op hoeven, werken positief door op hun gezondheid. Bij sommige mensen daalde de bloeddruk. Enkelen vertelden dat ze voor het eerst konden nadenken over hun situatie en verbetering daarvan, omdat ze eindelijk weer eens goed en zonder lawaaiige kamergenoot konden slapen en ook overdag meer rust hadden.’

Wat moet dit volgens u betekenen voor het beleid?

‘We pleiten al jaren voor kleinschaliger opvang. We zien nu het positieve effect op gezondheid en veerkracht. Laten we die les vasthouden: minder mensen op een slaapzaal, meer mogelijkheden om overdag binnen te blijven, en een dagprogramma.’

Wat is de stand van het huidige onderzoek?

‘We zijn net met de interviews begonnen. Maar ook wij hebben last van de lockdown. We moeten naar de mensen toe, en dat gaat nu lastig.’

Wat gebeurt er met de verzamelde kennis?

‘We geven tussentijds beleidsadviezen aan het ministerie van VWS en het Directoraat-generaal COVID-bestrijding. Op langere termijn willen we de kennis gebruiken voor adviezen over een optimale inrichting van de opvang en de zorg aan deze groep. We vragen de daklozen namelijk ook naar hun behoeften aan steun en zorg, en dan niet alleen tijdens de pandemie. Die informatie willen we verwerken in trainingen en onderwijsprogramma’s. In de artsenopleiding krijg je hier veel te weinig scholing over.’

Hebt u nu al adviezen?

‘Het belang van de kleinschalige opvang hebben we al gedeeld met het ministerie van VWS. Dan: zorg op afstand is voor deze doelgroep echt een probleem. Laten we dus niet al onze hoop en geld inzetten op online hulp, maar de zorg toegankelijk houden. Tot slot: gebleken is dat het veel helpt als er in een stad goede contacten zijn tussen alle partijen die betrokken zijn bij de opvang van daklozen. Laten we dus blijven samenwerken, ook als er geen pandemie meer is.’

Vervolgproject ZonMw
Voor het ZonMw-project Daklozen en corona, lessen voor de toekomst van medische zorg en opvang interviewen onderzoekers dakloze mensen en beleidsmakers. In 8 steden vindt registratie plaats van het aantal coronagerelateerde contacten tussen straatdokters en daklozen. Ook wordt de zorg van straatdokters en huisartsen aan dakloze mensen tussen 1 maart 2019 en 1 maart 2020 vergeleken met dezelfde zorg in de periode 2020-2021, en worden de effecten van corona op veranderingen in omvang en samenstelling van de groep daklozen geanalyseerd. De onderzoekers willen in gesprek met alle betrokkenen adviezen formuleren voor betere zorg en opvang van dak- en thuislozen.


Tekst: Veronique Huijbregts
Foto:  Privécollectie Maria van den Muijsenbergh
Publicatiedatum: 19 februari 2021

Meer informatie

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website