Veel wetenschappers werken enige tijd in den vreemde. Wat valt ze daar op? Deze keer: Portugees Noel de Miranda, hoofd van de vakgroep Cancer Immunogenomics bij de afdeling Pathologie van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).

Wat is uw onderzoeksgebied?

‘Mijn groep onderzoekt hoe we onderdelen van het immuunsysteem kunnen inzetten tegen kanker. Dat ligt niet voor de hand, want ons afweersysteem is niet gemaakt om tumoren te bestrijden. Evolutionair gezien heeft dat geen zin omdat mensen pas op latere leeftijd kanker krijgen, nadat het nageslacht al geproduceerd is. Ons afweersysteem is vooral gericht op verwekkers van infecties (virussen en microben). Toch blijkt dat je het immuunsysteem ook kunt gebruiken tegen kanker; dit heet immuuntherapie. De focus in dit veld ligt vooral bij één soort afweercellen, de T-cellen. Maar we beschikken over een veel grotere diversiteit aan afweercellen die onderbelicht zijn. Ons team probeert ook andere typen afweercellen te identificeren die kanker kunnen bevechten. En we willen het mechanisme doorgronden: hoe herkennen deze afweercellen de tumor en hoe ruimen ze hem op? Dit is fundamentele wetenschap. Tegelijkertijd werken we nauw samen met artsen en het ziekenhuis, zodat onze ontdekkingen leiden tot een behandeling voor de patiënt.’

Hoe bent u in Nederland terechtgekomen?

‘In 2004 kwam ik voor het eerst in Nederland. Ik liep stage als masterstudent bij de afdeling Pathologie van het LUMC en bleef daar voor mijn PhD. Daarna werkte ik vier jaar in Zweden, maar ik keerde terug omdat het Nederlandse onderzoeksklimaat mij beviel. Dankzij de KWF Young Investigator Award en de ZonMw Veni-subsidie heb ik sinds 2015 mijn eigen onderzoeksgroep. En binnen dezelfde afdeling waar ik ooit als student terechtkwam.’

Hoe verschilt de wetenschapsbeoefening tussen Nederland en Portugal?

‘Het grootste verschil zijn de financiële middelen. Portugal beschikt net als Nederland over uitstekende wetenschappers en expertise maar er is veel minder geld beschikbaar. In Portugal ontbreken subsidies waarmee wetenschappers onafhankelijk kunnen worden, zoals de Veni-, Vidi-, Vici-subsidies van ZonMw. Er is ook geen geld uit goede doelen om wetenschap te steunen. De geldstromen in Nederland zijn ook beter georganiseerd, waardoor wetenschappers meer zekerheid hebben. In Portugal is het lastiger om je onderzoek te plannen omdat met elke verkiezing de financiering kan veranderen. En je hebt planning nodig omdat het in de wetenschap vaak jaren duurt om tot een toepassing te komen. Een ander groot verschil met Portugal is de geringe hiërarchie in Nederland. Hier kan een student met een senior wetenschapper of professor op hetzelfde niveau discussiëren.’

En hoe verschilt het leven in Nederland van dat in Portugal?

‘Ondanks het koudere weer en het gebrek aan bergen, geniet ik van mijn Nederlandse leven. De steden zijn georganiseerd met groene ruimtes. Met de fietspaden en het openbaar vervoer kun je overal zonder auto komen. In Portugal kun je helaas niet zonder auto. Ik houd van de internationale cultuur in Nederland en de goede balans tussen werk en privé. Nederlanders zijn meer direct en rationeler dan Portugezen. De Hollandse nuchterheid zie je bijvoorbeeld bij de minister-president die gewoon fietsend naar zijn werk gaat. Wat ik wel mis van Portugal is de sociale spontaniteit. Portugezen gaan gemakkelijker bij elkaar langs of ongepland met vrienden wat drinken. Nederlanders zijn meer georganiseerd. Inmiddels ben ik wel vernederlandst. Ik vind het bijvoorbeeld nu ook vervelend als mensen een half uur later op een afspraak verschijnen; iets wat in Portugal heel normaal is.’


Auteur: Chrétienne Vuijst
Foto:  SIETS*fotografie
Publicatiedatum: 18 december 2020

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website