De longziekte COPD kan leiden tot versnelde veroudering van spieren en hersenen. Die achteruitgang lijkt te stuiten met extra lichaamsbeweging en mogelijk ook specifieke voeding. Annemie Schols, hoogleraar voeding en metabolisme bij chronische ziekten, over de betekenis van haar bevindingen.

Wat is het verband tussen voeding, stress en verlies van cognitieve functies, zoals geheugen en taalvermogen? Over die vraag boog zich het internationale consortium AMBROSIAC. Het Maastricht UMC+ verrichtte als Nederlandse partner drie onderzoeken onder COPD-patiënten, vertelt Annemie Schols. De hoogleraar voeding en metabolisme bij chronische ziekten was de projectleider van deze klinische interventiestudies. ‘De centrale vraag vanuit AMBROSIAC was: kun je door stress veroorzaakt cognitieverlies als kenmerk van veroudering tegengaan met voedingsinterventies? Bij mensen met COPD treden bepaalde verouderingsprocessen versneld op. Door leefstijl- en ziektegerelateerde factoren is hun stofwisseling verstoord en daarmee hun voedingstoestand. Daarom vormen zij een zeer relevante doelgroep om die vraag te onderzoeken'.

AMBROSIAC kreeg financiering vanuit het Joint Programming Initiative ‘a Healthy Diet for a Healthy Life’ (JPI HDHL), waarin 26 landen samenwerken. Het doel is de beschikbare onderzoeksmiddelen op het gebied van voeding, beweging en gezondheid efficiënter in te zetten en de maatschappelijke problemen op dit terrein gezamenlijk aan te pakken.

Ouderen hebben niet alleen cognitief functieverlies, maar ook hun spierkracht en spiermassa gaan achteruit. Dat heet sarcopenie. Dit fysieke functieverlies komt ook relatief veel voor onder COPD-patiënten. Er zijn toenemende aanwijzingen dat hetzelfde geldt voor cognitieve achteruitgang. Schols: ‘We vroegen ons af of dit cognitieve functieverlies echt vaker voorkwam bij COPD-patiënten met sarcopenie. Dat bleek niet het geval. Wel kunnen ontregelingen in de stofwisseling – in de spieren bijvoorbeeld – die we bij deze patiënten aantoonden, ook de gevoeligheid voor cognitief functieverlies en depressie verhogen. Dat was een goede reden om de meerwaarde te bestuderen van een voedingsinterventie die is gericht op deze ontregelde stofwisseling.’

Drinkvoeding

Schols en haar collega’s deden een trial waarin zij aan COPD-patiënten met sarcopenie niet alleen een bewegingsprogramma aanboden, maar ook drinkvoeding. Die was verrijkt met een aantal voedingsstoffen: het aminozuur leucine, vitamine D en omega-3-vetzuren. De onderzoekers vermoedden dat die stoffen de spieren zouden versterken, wat zou kunnen bijdragen aan een algehele verbetering van de kwaliteit van leven. Het effect was verrassend. ‘Wat we zagen was een onverwacht positief effect op dagelijkse fysieke activiteiten en kwaliteit van leven, dat niet verklaard kon worden door een betere fysieke capaciteit. Ook symptomen als angst en depressie leken gunstig te worden beïnvloed. Dat zette ons aan het denken: misschien worden de positieve effecten van deze voedingsstoffen deels verklaard door processen in de communicatie tussen de skeletspier en het brein, of tussen de darm en het brein, die nog niet eerder zijn bestudeerd.’

‘Onze Ierse partner heeft een gunstig effect aangetoond van andere voedingsstoffen. Die hebben we ook in de cocktail opgenomen die we nu onderzoeken’

Een voorbeeld van een stofje dat een rol kan spelen in de mogelijke communicatie tussen spier en brein is kynurenine. Er is een verband aangetoond tussen hoge niveaus van dit stofje in het bloed en achteruitgang van bepaalde hersenfuncties. Die hoge niveaus kunnen bijdragen aan depressie en verminderde cognitie. ‘In een van onze onderzoeken is aangetoond dat er in de spierbiopten van COPD-patiënten minder enzymen – KAT’s geheten – zitten die deze kynurenine onschadelijk kunnen maken. Eerder onderzoek suggereerde dat toediening van resveratrol, een bekend stofje dat in rode wijn zit, de spierstofwisseling kan stimuleren. Resveratrol zou in theorie de KAT’s in de spier kunnen herstellen. In een van onze klinische trials konden wij deze hypothese niet bevestigen. Maar het is ook goed om te weten wat níét werkt.’

Training werkgeheugen

Naast voeding en beweging was er nog een derde factor die het cognitieverlies mogelijk positief kon beïnvloeden, zo bedachten de Limburgse onderzoekers: cognitieve training. In een gecontroleerde trial ontving de ene groep COPD-patiënten een online training van het werkgeheugen en de andere een placebo-training. ‘Wanneer je leefstijladviezen geeft, is het natuurlijk van belang dat mensen die opvolgen. Wij veronderstelden dat chronisch zieke mensen zichzelf beter doelen kunnen stellen en daaraan vast kunnen houden als hun cognitie verbetert. De training resulteerde echter niet in een algeheel verbeterde cognitie, dus werd deze hypothese niet bevestigd.’

Optimale voedingscocktail

Samen met andere publieke en private partijen borduurt Maastricht UMC+ nu voort op de AMBROSIAC-onderzoeken. ‘We hebben inmiddels een – in theorie – optimale voedingscocktail samengesteld om cognitief functieverlies te verminderen. Het is een combinatie. Er zitten voedingsstoffen in die wij zelf al hadden onderzocht. Onze Ierse AMBROSIAC-partner heeft in experimentele studies een gunstig effect aangetoond van andere voedingsstoffen op de communicatie tussen darm en brein. Die prebiotica hebben we ook in de cocktail opgenomen. Het is een van de voorbeelden van de fraaie kruisbestuiving die je met zo’n internationale en interdisciplinaire krachtenbundeling krijgt. We zijn de effectiviteit en het werkingsmechanisme van dit voedingssupplement nu aan het onderzoeken.’

Geen wondermiddel

Schols wil er overigens voor waken om voeding als wondermiddel te bestempelen. ‘Het is waarschijnlijk niet zozeer dat je de cognitieve functie van mensen met een chronische ziekte en ouderen ermee kunt verbeteren, maar meer dat je de achteruitgang ervan zo lang mogelijk kunt beperken.’


Auteur: Els Wiegant
Foto:  Shutterstock
Publicatiedatum: 18 december 2020

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website