Veel wetenschappers werken enige tijd in den vreemde. Wat valt ze daar op? Deze keer: Maarten IJzerman, hoogleraar Cancer Health Services Research bij de University of Melbourne in Australië. Hij is ook parttime hoogleraar bij de Universiteit Twente.

Wat is uw onderzoeksgebied?

‘Hoe kunnen we de gezondheidszorg voor patiënten met kanker verbeteren? Dat is de centrale vraag van mijn wetenschapsteam in Melbourne. Door gebruik te maken van grote datasets proberen we de diagnostiek en behandeling te optimaliseren. In Australië spelen ook de grote reisafstanden een problematische rol bij goede zorg. We onderzoeken hoe lang het duurt voordat kankerpatiënten uit plattelandsgebieden behandeld worden. Ook ontwikkelen we methodieken om dit te verbeteren. Denk bijvoorbeeld aan bloedtesten die een bepaald type kanker sneller opsporen. Momenteel werken we aan nieuwe kankermedicijnen die op basis van genetische informatie op maat worden gesneden voor de patiënt. In steden hebben mensen hier makkelijk toegang toe, maar hoe krijg je dit voor elkaar zoveel kilometer buiten de stad? Daar bedenken we oplossingen voor. Bijvoorbeeld e-health-toepassingen, zoals virtuele multidisciplinaire teambesprekingen. Die zijn zeker door COVID in een stroomversnelling gekomen.’ 

Hoe bent u in Australië terechtgekomen?

‘Ik was al langer toe aan een volgende stap in mijn carrière en ik wilde ook graag opnieuw naar het buitenland; eerder werkte ik in de VS. In 2016 ben ik benaderd door de Universiteit van Melbourne om een onderzoeksprogramma te ontwikkelen gericht op oncologie, binnen  een alliantie van tien ziekenhuizen. Sinds 2018 woon en werk ik fulltime in Australië maar ben ik ook nog volop actief in Nederland, waar ik onder meer een aantal promovendi in Twente begeleid.’

Hoe verschilt de wetenschapsbeoefening tussen Australië en Nederland?

‘In de Melbourne Biomedical Precinct werken ongeveer 30.000 mensen en er gaat ongeveer 7 miljard dollar per jaar in om. Deze enorme omvang betekent een bruisende wetenschappelijke omgeving met een grote dynamiek waarbij je onderzoekers eerder moet afremmen dan aanjagen. Een ander groot verschil met Nederland is de onafhankelijkheid als wetenschapper. Als je hier als onderzoeksgroep zelf geld binnenhaalt, kan je daar ook zelf over beschikken. In Nederland wordt het onderzoek meer van bovenaf aangestuurd, waarbij er ook meer bemoeienis is vanuit universiteiten. In Melbourne zijn relatief veel kleine, zelfstandige onderzoeksgroepen. De keerzijde van zoveel groepjes die financieel hun eigen broek ophouden is dat het niet altijd efficiënt is. Maar in Nederland ligt zoveel nadruk op efficiëntie dat je creativiteit in onderzoek verliest.’ 

En hoe verschilt het leven in Australië en Nederland?

‘In Melbourne wonen en werken veel verschillende nationaliteiten. Je kunt hier geweldig lekker eten in diverse restaurants die allemaal topkwaliteit leveren. Australiërs zijn ook ontzettend aardig en tolerant, niet alleen naar immigranten toe maar ook richting de LHBT-gemeenschap. Er heerst onderling veel verdraagzaamheid. Wat ook opvalt, is het respect dat Australiërs hebben voor gezag. De huidige coronamaatregelen zijn best streng – zoals mondmaskers en een avondklok – maar Australiërs accepteren ze gewoon. Nederlanders protesteren en klagen veel meer.’ 

Wat heeft u opgestoken in Australië?

‘Ik werk nu in een omgeving waar ruimte is voor intrinsieke motivatie. Het gevoel dat je in een heel groot team zit met mensen die graag samenwerken en daar echt moeite voor doen, is heel leerzaam en waardevol. Het gaat niet alleen om de hoogste publicatiescores. Het draait om de samenwerking en je relatie met collega’s. Dat netwerk is essentieel om te slagen.’  
 


Auteur: Chrétienne Vuijst
Foto: Gijs van Ouwerkerk
Publicatiedatum: 7 oktober 2020

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website