Wijkverpleegkundigen komen vaak eenzaamheid tegen onder oudere cliënten. Daarom hebben zij een richtlijn opgesteld over dit thema. De belangrijkste aanbeveling: ‘Praat met je cliënt die lijdt aan eenzaamheid.’

Onder ouderen komt veel eenzaamheid voor. Uit een schatting van het Sociaal en Cultureel Planbureau uit 2018 blijkt dat het aandeel eenzame ouderen na het 55e jaar langzaam oploopt tot maar liefst 53 procent. Dat komt vaak door een opeenstapeling van gebeurtenissen, zoals het overlijden van de partner, familie en vrienden en het verlies van mobiliteit en zelfstandigheid. 

De eerste richtlijnen

Wijkverpleegkundigen komen vaak in aanraking met eenzame ouderen, maar weten niet goed wat ze daarmee aan moeten, vertelt Rob van der Sande, lector eerstelijnszorg aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). Hij was jarenlang lid van de afdeling wijkverpleegkunde van beroepsvereniging V&VN en dacht mee over de opzet van een eigen richtlijnprogramma voor verpleegkundigen. ‘Omdat in inventarisaties onder wijkverpleegkundigen eenzaamheid elke keer weer in de top-drie staat, was dit een van de eerste thema’s die in aanmerking kwamen voor een richtlijn.’ In de werkgroep die werd geformeerd, namen wijkverpleegkundigen, eerstelijnsverpleegkundigen en verzorgenden het voortouw, ondersteund door wetenschappers van de Vrije Universiteit Amsterdam. 

Geen ziekte

De werkgroep boog zich eerst over de vraag: hoe stel je eenzaamheid vast, en helpen vragenlijsten daarbij? Vragenlijsten zijn alléén zinvol voor wijkverpleegkundigen die hun cliënt naar andere hulpverleners willen doorverwijzen, luidde de conclusie. Maar dat is lang niet altijd niet nodig. ‘Als iemand jou vertelt dat hij of zij eenzaam is, ga je niet moeilijk doen met vragenlijsten’, zegt Van der Sande. ‘Eenzaamheid is tenslotte geen ziekte. Je hoeft geen diagnose te stellen om te besluiten dat je iemand wilt helpen.’ Daarnaast heeft het weinig zin om ouderen met een vragenlijst te screenen op een eventueel verhoogd risico op eenzaamheid. Er is namelijk onvoldoende onderzoek gedaan naar het succesvol screenen van groepen op eenzaamheid. Het ontbreekt ook aan een heldere afbakening van de aandoening, wat een van de criteria is voor een verantwoorde screening. ‘Dit is geen ziekte die je met een pipetje kunt vaststellen’, vat Van der Sande samen. 

Rob van der Sande

Moeilijke boodschap

Het is een lastige boodschap die ze hebben, geeft de projectleider toe. Want eenzaamheid is niet alleen lastig te definiëren, maar het is ook niet duidelijk wat je eraan kunt doen. Er bestaan vele tientallen interventies. Denk aan het stimuleren van contacten of bezigheden, zoals een computercursus of cursus sociale vaardigheden; interventies op cognitief niveau, zoals het bijstellen van verwachtingen; en ten slotte interventies die een mix bevatten van verschillende elementen. Maar op de onderzoeksvraag welke interventies betrouwbaar zijn, kwam geen bevredigend antwoord. Van der Sande: ‘We vonden in de wetenschappelijke literatuur geen enkele goede studie die uitsluitsel kon geven over de effectiviteit. Ook waren de uitkomsten niet eenduidig: sommige suggereerden enig effect, maar andere helemaal niet.’

‘Als je ziet dat mensen ergens last van hebben, ga je het gesprek aan. Daar is geen wetenschappelijke onderbouwing voor nodig; dat behoort gewoon tot goede zorg’

Dat is extra lastig, vindt Van der Sande, omdat wijkverpleegkundigen staan te popelen om iets te doen voor deze doelgroep. Meer onderzoek moet de richtlijn in de toekomst dan ook verder aanscherpen. Daarbij wordt veel verwacht van maatwerk. ‘De 142 studies die we geanalyseerd hebben, zijn als een schot hagel’, zegt Van der Sande. ‘Je wilt weten: aan wat voor type interventie heeft deze specifieke cliënt behoefte? Om dat te kunnen doen, moeten we de werkzame elementen eruit filteren.’

Praten helpt

Gelukkig laat de richtlijn wijkverpleegkundigen niet met lege handen achter. Want praten helpt, is de boodschap. ‘Ook als er geen bewijs is, kan praten zinvol zijn’, licht de projectleider toe. ‘Praat met je cliënt die lijdt aan eenzaamheid over zijn of haar probleem. Als je ziet dat mensen ergens last van hebben, ga je het gesprek aan. Daar is geen wetenschappelijke onderbouwing voor nodig; dat behoort gewoon tot goede zorg.’

Toeleiden naar activiteiten

Wijkverpleegkundigen mogen best de tijd nemen voor zo’n gesprek, werd in een budget-impactanalyse berekend. Denk aan drie à vier korte gesprekken per cliënt, of twee keer een half uur. Van der Sande: ‘Ga niet direct zelf kienavonden (lotto-avonden, red.) organiseren voor cliënten, maar probeer hen te motiveren voor passende activiteiten en zo nodig naar die activiteiten toe te leiden.’

Gesprekstraining

Naar verwachting zal beroepsvereniging V&VN de richtlijn in november autoriseren. Omdat wijkverpleegkundigen het soms ingewikkeld vinden het gesprek over eenzaamheid te voeren, is er ook een handreiking opgeleverd. Daarin worden tips gegeven om met simpele aanleidingen het gesprek te beginnen, zoals het wijzen naar een foto of vragen naar iemands kinderen. Daarnaast heeft een docent van de Hogeschool van Amsterdam samen met de HAN een gesprekstraining over eenzaamheid ontwikkeld, inclusief een train-de-trainer-module. Van der Sande hoopt dat die gebruikt zal worden op hogescholen en door wijkteams. ‘Zo hopen we te voorkomen dat het bij een papieren richtlijn blijft.’

Trots

Dat wijkverpleegkundigen in Nederland hun eigen richtlijnen formuleren, is internationaal gezien tamelijk uniek, benadrukt Van der Sande. ‘Daar mogen we best trots op zijn. Dit is een van de eerste richtlijnen die deze beroepsgroep oplevert. Wijkverpleegkundigen zeggen met deze richtlijnen: dit vinden wij behoren tot onze standaardwerkzaamheden. Dat is extra belangrijk, gezien de centrale rol die zij in de thuiszorg hebben en krijgen.’ 

ZonMw-projecten rond eenzaamheid
Van 1-8 oktober is de Week tegen Eenzaamheid. ZonMw financiert diverse projecten op dit terrein. Het deelprogramma Versterking aanpak eenzaamheid van het programma Langdurige Zorg en Ondersteuning draait om vermindering van eenzaamheid onder 75-plussers. Dit jaar zijn zestig projecten gestart, waaronder een beweeggroep in Hoogeveen, ontmoetingen tussen rouwende ouderen in Kampen en een kluscoach in Rotterdam. Belangrijke onderdelen in alle projecten zijn de evaluatie en een beschrijving. Daarmee leveren ze handvatten op om werkwijzen verder te verbeteren én elders over te nemen. Het programma Kunst en Cultuur in de Langdurige Zorg en ondersteuning richt zich op ondersteuning van onderzoek naar kunstinitiatieven. Welk effect hebben kunstzinnige en culturele initiatieven op positieve gezondheid bij ouderen, en wat is daarvoor nodig? Het uiteindelijke doel is wetenschappelijke onderbouwing en continuïteit van initiatieven.


Auteur: Annette Wiesman
Foto's: Shutterstock, Rob Gieling
Publicatiedatum: 7 oktober 2020

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website