Een grote groep slechtziende mensen gebruikt regelmatig de fiets, ondanks hun beperking. Slechtziende fietsers blijken in staat hun individuele visuele beperking voldoende te compenseren, stellen onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen en Koninklijke Visio vast. Ook zochten ze uit waaruit die compensatie bestaat.

Voor mensen met een visuele beperking is de fiets een belangrijk middel om onafhankelijk en actief te blijven. Maar om te kunnen bepalen wanneer slechtziende mensen veilig kunnen fietsen, ontbreekt het aan kennis. Welke factoren bepalen of mensen met een visuele beperking verantwoord zelfstandig kunnen fietsen?

Gps-camera’s

Koninklijke Visio, Bartiméus en Rijksuniversiteit Groningen onderzochten welke knelpunten slechtziende fietsers in het dagelijks leven tegenkomen, om zo een eerste stap te zetten naar een wetenschappelijk gefundeerde richtlijn voor training en advies. Aan de hand van twee vragenlijstonderzoeken (onder professionals, slechtziende fietsers, voormalige fietsers en goedziende fietsers) inventariseerden de onderzoekers bevorderende en belemmerende factoren bij het fietsen met een visuele functiebeperking. In twee praktijkonderzoeken werd nagegaan hoe slechtziende mensen compenseren voor hun visuele beperkingen. Doen zij dat door langzamer te fietsen of door hun afstand tot de berm aan te passen? Daarbij werd het fietsgedrag van mensen met een lage gezichtsscherpte, met een perifere gezichtsvelduitval en mensen zonder visuele beperking vergeleken. Op de fietsen waren gps-camera’s gemonteerd. 

Compenseren

De meest genoemde omgevingsfactoren die bepalen of slechtziende mensen al dan niet op de fiets stappen, zijn de verkeerssituatie en de infrastructuur rondom hun woning. Van de persoonlijke factoren zijn persoonlijkheid en verkeerservaring het belangrijkst. Slechtziende mensen hebben moeite met licht-donkerwisselingen, het oversteken van kruisingen zonder verkeerslichten en de slechte zichtbaarheid van andere weggebruikers. Zowel mensen met verminderd overzicht (gezichtsvelduitval) als mensen met beperkt detailzicht (gezichtsscherptedaling) blijken nog te fietsen. Bepalend daarbij is niet alleen de visuele beperking, maar ook de mogelijkheden om daarvoor te compenseren. Denk aan extra afstand houden tot de berm, langzamer fietsen, het kiezen van veiliger routes, alleen overdag of buiten de spits fietsen of gebruik maken van een stabiele driewielfiets.

Geen verschillen

Uit het onderzoek blijkt dat slechtziende mensen die nog regelmatig fietsen niet opvallend langzamer rijden of een andere afstand tot de berm houden dan andere mensen. Mensen met een (ernstige) visuele functiebeperking kunnen, wanneer zij hun visuele beperking voldoende weten te compenseren, vaak nog veilig een gevarieerde route rijden op een gewone of elektrische fiets. De onderzoekers zullen de resultaten uiteindelijk verwerken in de revalidatietrainingen die worden verzorgd door Koninklijke Visio en Bartiméus.


Project: Veilig op de fiets: inzicht in de relevante factoren voor het zelfstandig fietsen met een visuele beperking 
Projectleider: Bart Melis-Dankers, Koninklijke Visio
Programma: InZicht, projectnummer 94311002 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website