Hoe kunnen we de positie van inwoners met verward gedrag verbeteren? Dat lieten zes gemeenten in de regio Noord-Veluwe nagaan met drie vouchers van De Vliegende Brigade+. Ze ontvingen waardevolle tips van ervaringsdeskundigen.

‘Mensen die niet helemaal passen in ons plaatje van “normaal”, accepteren we niet meer in onze maatschappij. Iedereen wil “gewone” buren’, verklaart Dorina Wering, beleidsmedewerker samenleving in de gemeente Oldebroek. ‘Maar er zijn mensen die niet volgens onze ideeën functioneren. Vaak worden die aangeduid als mensen met verward gedrag. Wij spreken liever van onbegrepen gedrag. We merken dat het moeilijk is een woonplek voor deze mensen te vinden. Ook woningen voor hen bouwen stuit op weerstand. Dat is soms best heftig. Door de ambulantisering van de ggz komen steeds meer mensen met een ggz-achtergrond op straat. Zij hebben wel een woning nodig.’

Bevlogen

De zes gemeenten gebruikten drie vouchers van de Vliegende Brigades+ om te kijken op welke manier ze hier beleid op konden maken. Met deze vouchers, een relatief nieuwe vorm van financiering van ZonMw, kunnen organisaties experts inschakelen om met hen mee te denken over de aanpak van mensen met verward gedrag. De gemeenten benaderden daarvoor maatschappelijk onderzoeksbureau DSP-groep. Babette Beertema en Christel Scholten van dit bureau voerden drie kleine onderzoeksprojecten uit. De zes gemeenten leverden daarvoor gezamenlijk de vragen aan, Beertema en Scholten diepten deze uit en scherpten ze aan. ‘Het was opvallend hoe inhoudelijk gemotiveerd en bevlogen de zes gemeenten zijn’, vertelt Scholten. ‘Dat maakte het des te plezieriger met hen te werken.’

Christel Scholten

Vooroordelen verminderen

Voor de eerste voucher interviewden Beertema en Scholten kwetsbare mensen en mensen die nauw bij hen betrokken zijn in de regio Noord-Veluwe over hun ervaringen. De resultaten van deze gesprekken zijn behalve als boekje ook verspreid via websites, twitter, en lokale media. ‘Zo willen we in onze gemeenten begrip kweken voor mensen met onbegrepen gedrag en het stigma en de vooroordelen verminderen’, vertelt Wering. ‘We willen vanuit dit perspectief ook het beleid inzetten. Zo is de moeder van de zoon met schizofrenie die voor het boekje is geïnterviewd haar verhaal ook aan onze gemeenteraad komen vertellen, zodat die beter begrijpt wat zij in haar situatie tegenkomt. Ik hoorde terug dat men onder de indruk was. Op deze manier kun je inzicht in je beleid vergroten.’

Ervaringsdeskundigen

De tweede voucher ging over de vraag hoe ervaringsdeskundigen beter in te zetten zijn in de praktijk en in het beleid van de Noord-Veluwse gemeenten. Drie daarvan huurden al ervaringsdeskundigen in om mee te denken met hun wijkteams. En de gemeente Harderwijk had ook al een Praktijkhuis, waar ervaringsdeskundigen mensen met een ggz-achtergrond ondersteuning bieden bij hun herstel. ‘Daar is iedereen in de regio heel enthousiast over’, vertelt Scholten.

‘De vouchers bieden je de mogelijkheid een vraag vanuit een andere expertise te laten benaderen’

Voor het onderzoek werden acht ervaringsdeskundigen en professionals geïnterviewd en een focusgroep met de ervaringsdeskundigen georganiseerd. ‘De vraag ging over de inzet van ervaringsdeskundigheid in de zorg, maar de ervaringsdeskundigen zeiden zelf dat zij breder inzetbaar zijn. Ze zouden de gemeenten bijvoorbeeld kunnen adviseren bij complexe regelgeving in gemeentelijke sectoren als werk en inkomen. Juist mensen met psychische problemen kunnen daarin de verbindende schakel zijn tussen ambtenaren en cliënten, gaven zij als tip. De ervaringsdeskundigen vonden ook dat zij al veel eerder bij het formuleren van beleid betrokken zouden moeten worden.’

Geen doelgroepenbeleid

Ook bij de gesprekken in het kader van de derde voucher, over de vraag hoe wijken ‘inclusiever’ te maken zijn, open voor álle bewoners, kwamen de ervaringsdeskundigen met zinvolle adviezen. Zoals de belangrijke tip om te stoppen met doelgroepenbeleid. ‘Je wilt niet aan uitsluiting doen, maar je wijst wel doelgroepen aan voor apart beleid. Dat wringt’, zegt Scholten. ‘Daarmee verbijzonder je groepen. In een inclusieve wijk doet iedereen mee.’ 

Geen aparte bijeenkomsten

Nog een belangrijke aanbeveling was om als gemeente heel goed na te denken alvorens je voorlichting organiseert over de komst van mensen met psychische en andere kwetsbaarheden in een wijk. ‘Houd daarvoor geen aparte bijeenkomsten’, adviseerden de ervaringsdeskundigen. Scholten: ‘Als je dat wel doet, creëer je al bij voorbaat een kloof tussen de bewoners. De ervaringsdeskundigen adviseerden om in plaats daarvan te focussen op wat wijkbewoners bindt en dingen te organiseren die voor iederéén interessant zijn, zoals opnieuw een buurthuis voor jong en oud opzetten. En áls je voorlichting geeft, richt die dan op het doorbreken van vooroordelen en niet over wat die psychische klachten kunnen inhouden. Dat laatste vonden ervaringsdeskundigen zeer stigmatiserend.’

Ander perspectief

Gebruik van de vouchers heeft bijgedragen aan bewustwording bij de gemeenten, denkt Scholten. Het rapport over ervaringsdeskundigheid heeft zeker geholpen om het onderwerp op de agenda te zetten, zegt Wering. En het rapport over de inclusieve wijk biedt veel materiaal om mee bezig te blijven. ‘Werken aan een inclusieve wijk is een proces dat nooit af is.’ Zij besluit: ‘Als je onderwerpen graag wilt laten uitdiepen en behoefte hebt aan achtergrondinformatie en aan handvatten voor beleid, dan bieden de vouchers een mooie mogelijkheid. Ze helpen je om een vraag vanuit een andere expertise te laten benaderen. Dat biedt je net even een ander perspectief om aan een onderwerp verder te werken.’ 


Auteur: Veronique Huijbregts
Foto: afbeelding Christel Scholten: Robbert Lagendijk 
Publicatiedatum: 31 juli 2020

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website