Veel wetenschappers werken enige tijd in den vreemde. Wat valt ze daar op? Deze keer: arts en epidemioloog Janneke van ’t Hooft, die net is teruggekeerd van het Meta-Research Innovation Center van de Stanford University in de VS.

Wat is uw onderzoeksgebied?

‘Als gynaecoloog-in-opleiding ben ik geïnteresseerd in klinisch onderzoek naar vroeggeboorte. Ik houd mij bezig met metaresearch, oftewel het onderzoeken van onderzoek met de centrale vraag: hoe bruikbaar zijn klinische studies voor de praktijk? Er is namelijk veel zogenoemde research waste, wat betekent dat onderzoek lang niet altijd nuttig is voor patiënten en artsen. Ik zoek uit hoe dit beter kan. Zo is het belangrijk om patiënten bij onderzoek te betrekken zodat je weet welke klinische uitkomsten relevant zijn voor hen. Ook is transparantie cruciaal. Dit komt erop neer dat je van tevoren kenbaar maakt wat je onderzoeksplannen zijn. Op die manier voorkom je dat je tijdens de studie opschuift richting bepaalde resultaten. Een ander belangrijk punt gaat over de methodiek van klinische studies. Vaak focussen onderzoekers te veel op het realiseren van hun studie en vergeten daarbij het grotere plaatje: geeft dit onderzoek wel voldoende informatie voor het beoogde doel? Met andere woorden: wat is de meerwaarde voor de patiënt en de arts? En wat betekent dit in de context van reeds bestaand onderzoek?’

Hoe bent u in de VS terechtgekomen?

‘Het afgelopen jaar werkte ik bij professor John Ioannides, die bekend staat om zijn gedurfde kritische blik op wetenschappelijk onderzoek. Een collega had al eerder bij hem gewerkt en toen ik Ioannides benaderde, was hij meteen bereid mee te denken voor een NWO-Rubicon-beursaanvraag. Mijn project is inmiddels bijna afgerond en ik ben ook net weer terug in Nederland.’

Hoe verschilt wetenschapsbeoefening tussen de VS en Nederland?

‘De universiteit van Stanford organiseert per vakgebied bijeenkomsten. Opvallend is de variatie in disciplines die daarbij aanwezig is. In mijn vakgebied (vroeggeboortes) verwacht je een neonatoloog en gynaecoloog, maar er zijn bijvoorbeeld ook urologen, bioinformatici en proteomics-experts. Dit levert innovatieve discussies op. De diversiteit in manieren van denken helpt om samen een complex onderwerp als bevalling te begrijpen, want dit is wetenschappelijk gezien nog steeds een black box.’ 

En hoe verschilt het leven in de VS en Nederland?

‘Een groot verschil met Nederland is de universiteitscampus van Stanford, waar veel medewerkers en studenten ook wonen. Naast de universiteit en het ziekenhuis vind je hier onder meer sportfaciliteiten, winkels, musea en theaters en dat alles in een groene omgeving. Stanford voelt echt als een kleine gemeenschap. Het klopt zeker dat wetenschappers hier hard werken en vaak ook in de weekenden. Tegelijkertijd kun je hier ook gerust twee uur lang buiten volleyballen tijdens de lunch. Sporten onder werktijd is heel on-Nederlands. Maar in Stanford is dat geen probleem, want iedereen weet dat je die tijd wel op een andere manier inhaalt. Het is ook heerlijk om zoveel buiten te zijn. De natuur in Californië is prachtig met oerbossen van duizend jaar oude bomen. Zoiets vind je niet snel in Nederland.’ 

Wat heeft u opgestoken in de VS?

‘Voorheen wilde ik graag dat mijn werk impact had op mensen. In Stanford ontdekte ik dat in eerste instantie kiezen voor wat ik leuk vind en dat met overtuiging en passie doen, vanzelf resulteert in iets dat betekenis heeft voor anderen.’
 

Meer informatie


Auteur: Chrétienne Vuijst
Fotoprivécollectie Janneke van ’t Hooft
Publicatiedatum: 31 juli 2020

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website