Hoe kun je vanuit de kracht van burgers en verbeteringen in de wijk de ‘positieve gezondheid’ van mensen verbeteren? Het Louis Bolk Instituut onderzocht het met actieve bewoners in Venserpolder, een deel van Amsterdam Zuidoost.

Op het eerste gezicht lijkt Venserpolder niet bij uitstek een aantrekkelijke wijk om te wonen. Lange eentonige rijen hoogbouw, meer dan gemiddeld veel armoede en overgewicht, en bij tijd en wijlen drugsoverlast en criminaliteit. Maar zelfstandig researcher Jessica Dikmoet ziet vooral de kracht van de zogenaamde achterstandswijk Venserpolder. ‘De bewoners zijn zó initiatiefrijk, levenslustig en veerkrachtig’, zegt ze. ‘Ondanks de negatieve beeldvorming, zó positief. De wijk telt een aantal sterke sleutelfiguren, vrijwilligers die als geen ander in staat zijn andere bewoners in beweging te krijgen. Er zijn prachtige initiatieven, het is ongelooflijk. Ik houd van deze buurt. Daarom zet ik mij er graag voor in.’ 

Samen met bewoners

Dikmoet was betrokken bij een onderzoek dat het Louis Bolk Instituut in 2016 begon. De vraag was: kun je de gezondheid van bewoners verbeteren vanuit de kracht van burgers en een integrale wijkaanpak (een aanpak waarbij je uiteenlopende zaken verbetert, zoals bereikbaarheid, groenvoorziening, en mogelijkheden om elkaar te ontmoeten)? Herman van Wietmarschen leidde het onderzoek. Van Wietmarschen: ‘We hebben daarbij gekozen voor het concept positieve gezondheid, waarbij je niet alleen kijkt naar lichamelijke gezondheid, maar ook naar mentale gezondheid en sociale en maatschappelijke aspecten: zingeving, meedoen, eigen kracht. We gingen dus geen BMI meten (Body Mass Index, red.) en bloeddruk verlagen, maar projecten ondersteunen die indirect de gezondheid verbeteren. Een praktijkgericht onderzoek, samen met bewoners.’ 

Koffie-uurtje 

Burgers konden stemmen op thema’s die volgens hen aandacht verdienen in de wijk. Acht pilots zijn daadwerkelijk uitgevoerd. Succesvolle pilots waren bijvoorbeeld rolstoeltoegankelijkheid, het winkelaanbod (bewoners wilden meer aanbod van gezonde voeding), het koffie-uurtje in het gezondheidscentrum en groenworkshops in het moestuinencomplex. Van Wietmarschen: ‘Bij al die pilots was het bestaande aanbod steeds het uitgangspunt. Dáár sloten we bij aan.’ Actieve vrijwilligers in de wijk namen het voortouw. Bijvoorbeeld bij het koffie-uurtje in het gezondheidscentrum. Van Wietmarschen: ‘Het koffie-uurtje liep al goed in het buurthuis. Op ons initiatief is het ook toegevoegd aan het aanbod van het gezondheidscentrum. Zo kan de huisarts, de diëtist of de fysiotherapeut gemakkelijk even binnenlopen voor een korte gastles. Dat bevordert de gezondheid.’ 

‘De huisarts kwam tijdens het koffie-uurtje even iets vertellen over de griepprik. Hij is ruim een uur gebleven. De vragen bleven stromen’

Jessica Dikmoet was de projectleider in de wijk tijdens het onderzoek. ‘Bij elke pilot was de werkwijze hetzelfde’, zegt ze. ‘We koppelden een sleutelfiguur aan een project, stimuleerden de formatie van groepjes er omheen en faciliteerden het. We hebben professionele organisaties gevraagd het initiatief te adopteren. Het koffie-uurtje in het gezondheidscentrum is bijvoorbeeld geadopteerd door MaDi, een organisatie voor maatschappelijk werk. Dat verhoogt de kans dat het project voortgang vindt, ook na de pilotfase.’ In het gezondheidscentrum is ook altijd een maatschappelijk werker of een maatschappelijk deskundige vrijwilliger aanwezig. Die luistert mee en adviseert. Dikmoet: ‘Zij zegt bijvoorbeeld: “Goh mevrouw, ik hoor uw zorgen. Misschien is het goed als u dit met de huisarts bespreekt.” Of: “Zal ik samen met u gaan onderzoeken of schuldhulpverlening iets voor u kan betekenen?”’

Succesvol

Niet elke pilot verliep zonder slag of stoot, vertelt de lokale projectleider. ‘Over de organisatie van het koffie-uurtje zei het gezondheidscentrum: “Het is hier al zo druk en het is storend voor patiënten.” Je moet veel drempels over voordat een initiatief wordt omarmd.’ Vóór het coronatijdperk was het koffie-uurtje een succes. Dikmoet: ‘Op een dag kwam de huisarts even iets vertellen over de griepprik. Hij is ruim een uur gebleven. De vragen bleven stromen.’ Via het koffie-uurtje krijgen mensen ook belangstelling voor andere initiatieven in de wijk, zoals de zwem-, naai- of wandelclub. Dikmoet: ‘Er was een mevrouw die het moeilijk vond om naar buiten te gaan. Ze werd doorverwezen naar de moestuintjes. Ze leerde hoe je groenten kweekt, en kwam in contact met steeds meer andere vrouwen. Ze bloeide zienderogen op.’ 

Duurzaam

Ten tijde van het interview is het gezondheidscentrum dicht vanwege corona. Jessica Dikmoet: ‘Vrijwilligers bellen nu elke week de vaste bezoekers. Ze vragen hoe het gaat en of ze iets kunnen betekenen. Op donderdagmiddag maken ze een ronde door de wijk om naar elkaar te zwaaien. Weer andere vrijwilligers ondersteunen in de buurt bij de verdeling van bijvoorbeeld een partij mango’s, avocado’s of wat er maar wordt aangeboden. En ze maken verrassingstasjes voor de kinderen. Het is onvoorstelbaar wat er in Venserpolder gebeurt.’

Duurzame projecten

Het format voor het koffie-uurtje en alle andere projecten is beschreven in een richtlijn, zodat andere Amsterdamse stadsdelen of wijken in Nederland volgens dezelfde route soortgelijke pilots kunnen starten. Ook is de aanpak opgenomen in het gebiedsplan van het stadsdeel. Van Wietmarschen: ‘Het zijn dus duurzame projecten. Dat is precies wat we wilden.’ 

Spinnenweb
Bij het concept positieve gezondheid hoort een gesprekstechniek – het ‘spinnenweb’ – die op individueel niveau de zes domeinen van gezondheid verbindt. De domeinen zijn: dagelijks functioneren, lichaamsfuncties, sociaal welbevinden, zingeving, sociaal maatschappelijk participeren en kwaliteit van leven. Het Louis Bolk Instituut heeft een nieuw spinnenwebmodel ontwikkeld om de zes domeinen op collectief niveau te verbinden, bijvoorbeeld in een wijk. Ook is er in samenwerking met de UvA onderzoek gedaan naar de cultuursensitiviteit van positieve gezondheid. Herman van Wietmarschen: ‘Wij leven in een individualistische maatschappij. Maar er zijn culturen waar gezondheid samenhangt met veel samen doen. Daarom hebben we de suggestie gedaan om twee extra domeinen toe te voegen aan het spinnenwebmodel: wederkerigheid en zelfredzaamheid. De uitvoering is nog in ontwikkeling.’ 
 


Tekst: Riëtte Duynstee
Fotoprivécollectie Jessica Dikmoet
Publicatiedatum: 2 juni 2020

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website