Het UMCG heeft twaalf kwaliteitsindicatoren ontwikkeld om vast te stellen of mensen met chronische nierschade passende medicatie krijgen voorgeschreven. Volgens projectleider Petra Denig heeft de toepassing van soortgelijke indicatoren bij andere aandoeningen positieve resultaten opgeleverd.

Het was tot nu toe onduidelijk of mensen met chronisch nierfalen de juiste medicijnen kregen. Daarom ontwikkelden onderzoekers van het UMCG kwaliteitsindicatoren voor deze behandeling. ‘Bij diabetes waren al dergelijke indicatoren ontwikkeld voor het voorschrijven van medicatie en dat bleek tot goede resultaten te leiden’, vertelt hoogleraar kwaliteit van geneesmiddelgebruik Petra Denig.

Goed meetbaar

Promotieonderzoek van Kirsten Smits leverde de onderbouwing op van twaalf kwaliteitsindicatoren voor het medicijngebruik bij mensen met chronische nierschade. Denig: ‘We zijn tot deze twaalf indicatoren gekomen via een stappenplan. We zijn begonnen met het raadplegen van de klinische richtlijnen en wetenschappelijke literatuur. Dat leidde tot 22 indicatoren. Vervolgens boog een expertpanel zich erover in een aantal rondes. Toen waren er nog veertien indicatoren over. Op basis van beschikbare data zijn er nog twee indicatoren afgevallen die in de dagelijkse praktijk niet goed te meten waren. We moeten voorkomen dat er extra registratie van gegevens nodig is om de indicatoren te kunnen meten.’

Geen risicovolle middelen

Vijf van de twaalf indicatoren meten of patiënten de aanbevolen behandeling krijgen voor het verminderen van de bloeddruk, eiwitverlies in de nieren, cholesterol en fosfaat. De overige zeven indicatoren meten of patiënten geen risicovolle of onwenselijke geneesmiddelen krijgen voorgeschreven. Denig: ‘Bepaalde pijnstillers kunnen bijvoorbeeld slecht zijn omdat de nierfunctie het niet aankan. En als patiënten vitamine D krijgen voorgeschreven, moet de toediening daarvan weer stoppen als de balans tussen calcium en fosfor weer in orde is.’

Praktijkonderzoek

In 2017 heeft in een aantal klinieken een praktijkonderzoek plaatsgevonden waarbij de kwaliteitsindicatoren zijn gebruikt, vertelt Denig. ‘Toen bleek dat slechts 60 procent van de patiënten de zogeheten RAS-remmers kregen voorgeschreven, middelen om het eiwitverlies te verminderen. Het middel is weliswaar niet bij iedere patiënt met eiwitverlies noodzakelijk of mogelijk, maar wij hadden toch wel een percentage van zo’n 80 procent verwacht. Voor de nefrologen was dat een reden om nog eens beter naar de patiënten te kijken die geen RAS-remmers kregen.’

Behoorlijke winst

Het is volgens Denig nog te vroeg om iets te kunnen zeggen over het effect van de indicatoren. ‘Bij diabetes worden ze al langer toegepast en daarbij is behoorlijke winst geboekt. Mijn verwachting is dat dit ook bij chronische nierschade zal gebeuren.’
 


Project: Quality assessment of pharmacotherapy in patients with chronic kidney disease
Projectleider: Petra Denig, UMCG
Programma: Goed Gebruik Geneesmiddelen, projectnummer 836021013
 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website