Veel wetenschappers werken enige tijd in den vreemde. Wat valt ze daar op? Deze keer: de Duitse milieumicrobioloog Heike Schmitt, onderzoeker bij het RIVM, universitair docent aan de Universiteit Utrecht en adviseur bij Wetsus.

Wat is uw onderzoeksgebied?

‘Ik heb drie banen die alle gericht zijn op de transmissie van antibioticaresistente bacteriën (arb’s) die zich verspreiden via het milieu. Het is een terrein waarvan we weinig wisten. De verspreiding van deze arb’s gebeurt vooral via het riool, het oppervlaktewater en de lucht. Zo stroomt door rivieren gezuiverd rioolwater, waarmee mensen in contact kunnen komen als ze bijvoorbeeld recreëren. Mijn onderzoek is internationaal gericht, want in Nederland zitten we wat waterkwaliteit betreft best goed. In andere landen is het water veel meer vervuild en wordt het minder gezuiverd, waardoor er meer risico is op verspreiding van arb’s.’

Hoe bent u in Nederland terechtgekomen?

‘Dat is een beetje toeval. Ik had twee jaar in Duitsland gewerkt en wilde voor mijn PhD-onderzoek naar het buitenland. Toen zag ik een inhoudelijk interessante positie bij ecotoxicologie aan de Universiteit Utrecht. Ik ben in 2000 bij het Institute for Risk Assessment Sciences (IRAS) begonnen en altijd gebleven. Verreweg het grootste deel van mijn werkende leven heb ik nu in Nederland doorgebracht.’

Hoe verschilt de wetenschapsbeoefening tussen Duitsland en Nederland?

‘Wat me al meteen bij mijn PhD-onderzoek opviel was de vrijheid. De hoogleraar zei: “Je moet het zelf uitzoeken, kijk maar wat het meest relevante is om te onderzoeken.” In Duitsland zou je niet meteen zoveel vertrouwen hebben gekregen. In Nederland word je vanaf het begin tot een volwaardig zelfstandig onderzoeker opgeleid. Volgens mij komt dit doordat Nederland minder hiërarchisch is, ook al verandert dat nu wel in Duitsland. Een ander aspect is dat universiteiten in Nederland gemiddeld genomen beter uitgerust zijn: nieuwere en betere gebouwen en faciliteiten. In Duitsland zijn er grotere verschillen tussen excellente instituten en de minder hoog aangeschreven universiteiten.
Doordat Nederland kleiner is, leer je snel mensen uit je vakgebied kennen. Kennis wordt sneller doorgegeven. De keerzijde is wel dat men hier meer gericht is op het vinden van consensus. In de wetenschap wordt er dus ook gepolderd.’

Hoe verschilt het leven in Duitsland en Nederland?

‘Ik kwam met het idee dat Nederland erg progressief is. Pas later zag ik hoe divers het land is. Naast de Randstad heb je behoudendere landelijke gebieden. Tussen die regio’s zitten enorme cultuurverschillen en ik krijg de indruk dat er weinig interactie bestaat. 
Fascinerend is ook hoe “maakbaar” het land is. In Nederland is alles op de vierkante centimeter geregeld. We kunnen alles inrichten en plannen zoals we willen. Dat heeft natuurlijk ook iets griezeligs. In Duitsland zijn er toch nog meer rommelige gebieden.
Verder herken ik erg de koopmansgeest. Geld speelt hier altijd een rol. Mensen kunnen enorm hun best doen om 10 euro uit te sparen. Je ziet het in het klein en in het groot, ook bij premier Rutte, die geen cent te veel wil betalen aan de EU. 
Wat ik mooi vind aan Nederland is dat het minder serieus is dan Duitsland. Het zit ‘m ook in de taal, door de verkleinwoordjes. Het zorgt voor meer lichtheid. Maar verder lijken we natuurlijk vooral enorm op elkaar.’


Tekst: Tjitske Lingsma
Foto: Rinus van Loos
Publicatiedatum: 2 april 2020
 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website