Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 

De verrassende effecten van sport

Het ZonMw-programma Sport, Bewegen en Gezondheid heeft veelzijdige resultaten opgeleverd. Die waren aanleiding voor een vervolg: het programma  Sport. In een van de nieuwe projecten bouwen Nijmeegse neurologen voort op hun Parkinson-studie uit het eerste programma.

‘Je kunt wel bedenken dat beweging ergens goed voor is, maar je moet weten of het echt klopt. Onderzoek naar sport en bewegen is dus belangrijk’, zegt Eduard Klasen, tot voor kort voorzitter van het afgeronde ZonMw-programma Sport, Bewegen en Gezondheid. ‘Het is nu wel bewezen dat beweging een groot effect heeft op het welbevinden en de gezondheid. Van het deels voorkómen van hart- en vaatziekten tot aan uitstel van dementie. Als effecten wetenschappelijk aangetoond zijn, kun je ze gebruiken voor adviezen en beleid.’

Waarschuwing voor overtraining

Diverse resultaten uit het programma Sport, Bewegen en Gezondheid illustreren dat belang. Een van de studies geeft aanknopingspunten voor doeltreffende lichaamsbeweging bij diabetes type 2: matige inspanning zoals fietsen blijkt de bloedsuikerspiegel meer te verlagen dan intensieve beweging, en krachttraining is net zo effectief als conditietraining. Andere onderzoekers hebben een trainingsprogramma ontwikkeld dat het risico op een verstuikte enkel helpt verkleinen. Weer een ander project heeft een test opgeleverd die waarschuwt voor overtraining. Nog een verrassende bevinding: niet de lichamelijke activiteit van adolescenten voorspelt of zij later in hun leven veel bewegen, maar hun persoonlijkheidskenmerken.

Preventie en behandeling

Deze greep uit de onderzoeksresultaten toont ook de brede insteek van het afgeronde programma. Het ging over lichaamsbeweging als preventie, beweging als behandeling bij een aandoening, en de voorkoming en behandeling van sportblessures. Wat zijn volgens Klasen de voornaamste opbrengsten? ‘Een belangrijk resultaat is dat een aantal grotere onderzoekscentra zich richt op sport, bewegen en gezondheid. Naast de Vrije Universiteit, Groningen, Utrecht en Maastricht zijn Rotterdam en Nijmegen erbij gekomen. Dat kennisinstellingen op dit terrein investeren is zeker ook vanwege de financiële impuls vanuit het programma. Onderzoek is nu eenmaal iets waar bestuurders in tijden van bezuinigingen heel kritisch naar kijken.’

Veelzijdig terrein

Een inhoudelijke rode draad vindt de voorzitter niet eenvoudig te benoemen. ‘Zelf vind ik blessurepreventie bij breedtesport (recreatiesport, red.) heel interessant. Als mensen niet kunnen werken door blessures, heeft dat ook een economisch effect. Maar de onderzoeksvoorstellen gingen over heel uiteenlopende onderwerpen. We hadden kunnen kiezen voor één thema, maar ik ben achteraf blij dat we dat niet hebben gedaan. Nu konden we aantonen hoe veelzijdig het terrein is, en dat er meer nodig is dan wij vanuit dit programma hebben kunnen doen.’

Vervolgprogramma Sport

Die constatering heeft inmiddels geleid tot een vervolgprogramma Sport, dat ZonMw mede uitvoert (zie kader). In een van de nieuwe projecten bouwen onderzoekers van het Radboudumc voort op hun studie ParkFit uit het eerdere programma. Hoe meer Parkinsonpatiënten bewegen, hoe beter, vertelt neuroloog Bas Bloem. ‘Allereerst is bewegen voor iedereen nodig. Daar komt bij dat er redelijk stevig bewijs bestaat dat sporten de motorische symptomen van Parkinson kan onderdrukken, bijvoorbeeld traagheid. Daarnaast kun je op theoretische gronden aannemen dat sport kan helpen tegen non-motorische symptomen zoals slaapproblemen en osteoporose. En ten derde blijkt uit dierexperimenten dat muizen die intensief bewegen nieuwe verbindingen aanmaken in het dopaminerge circuit in hun hersenen. Dat dopaminerge circuit gaat bij Parkinson kapot. De hoop bestaat daarom dat sporten misschien zelfs de progressie van de ziekte kan afremmen.’

Een ‘exergame’ stimuleert deelnemers tot beweging

Gedragsverandering

Ondanks deze mogelijke baten bewegen Parkinsonpatienten doorgaans ‘nog minder dan de gemiddelde Nederlander’, zegt de neuroloog. Ze kampen met lichamelijke klachten, vermoeidheid en angst om te vallen. In het project ParkFit, geleid door Marten Munneke, kregen patiënten daarom een persoonlijke coach. Met resultaat: deelnemers bewogen weliswaar netto evenveel uren per week, maar wel op een andere manier. In plaats van huishoudelijke klusjes gingen ze wandelen of fietsen in de buitenlucht. Dit had echter geen invloed op hun kwaliteit van leven of motorische symptomen. Bloem: ‘Onze conclusie is: fantastisch dat je met een coach een gedragsverandering kunt teweegbrengen, die twee jaar later zelfs nog bestaat. Maar kennelijk is voor gezondheidswinst intensievere beweging nodig.’

Hometrainer met games

In het nieuwe project zetten de Nijmeegse onderzoekers daarom in op minimaal driemaal per week drie kwartier fietsen. Fietsen kunnen patiënten namelijk vaak nog wel, ook als ze heel moeilijk lopen. ‘Je kunt het bovendien thuis doen, op een hometrainer waar je niet vanaf kunt vallen’, zegt Bloem. ‘En door de hometrainer via wifi te koppelen aan het Radboudumc, kunnen wij de therapietrouw monitoren.’

Deelnemers krijgen naast een coach een ‘exergame’ om ze te stimuleren. ‘De game op de iPad vraagt ze te gaan sporten, gekoppeld aan een beloning, bijvoorbeeld dat hun partner de afwas doet. Op de hometrainer zit vervolgens ook een game, zoals een race tegen andere patiënten of een beklimming van de Alpe d’Huez.’ De game is bijna af en naar verwachting starten de eerste deelnemers binnen enkele maanden. Bloem is zeer benieuwd. ‘Wij verwachten dat de combinatie van thuis sporten en het game-element maakt dat mensen meer gaan bewegen. En we hopen het definitieve bewijs te kunnen leveren dat motorische symptomen daardoor inderdaad afnemen.’

Tekst: Krista Kroon
Foto: Ed Regeer