Jaarlijks hebben zo’n 400.000 mensen in Nederland suïcidale gedachten. Veel naasten willen weten hoe ze zo goed mogelijk kunnen reageren op hun suïcidale kind, partner of vriend. Verpleegkundig specialist Hans van der Weijden van GGZ Rivierduinen ontwikkelde hiervoor een cursus. Deelnemers aan de pilot beoordeelden deze met een 8,3.

Wat was de aanleiding een cursus te maken voor naasten van mensen met suïcidale gedachten?

‘Dagelijks beoordelen we bij onze afdeling acute psychiatrie drie à vier nieuwe mensen met suïcidale gedachten. Bij voorkeur betrekken we hun naasten bij deze gesprekken. Collega’s stuurden in de afgelopen jaren steeds vaker familieleden naar mij toe met het verzoek ze iets te vertellen over de omgang met hun naaste die aan suïcide denkt en de do’s en dont’s. We weten dat suïcidaliteit toeneemt naarmate mensen zich minder verbonden en meer tot last voelen. Als we familieleden steun geven bij het leggen van de verbinding met hun naaste die aan zelfdoding denkt, neemt het risico daarop hopelijk wat af.’

Hoe is de cursus tot stand gekomen?

‘Tijdens mijn opleiding tot verpleegkundig specialist heb ik deze ondersteuningsbehoefte als onderzoeksthema gekozen. Uit mijn literatuuronderzoek bleek dat er wel veel bekend was over hoe zwaar de omgang met suïcidale mensen is voor naasten, maar vrijwel niets over hun behoefte aan steun. Ook de Multidisciplinaire richtlijn diagnostiek en behandeling van suïcidaal gedrag uit 2012 zegt er niets over.’

Hoe heeft u het onderzoek aangepakt?

‘Een hoogleraar verpleegkunde in Taiwan had na onderzoek een training ontwikkeld voor ondersteuning van familieleden. Naasten wier familielid na een suïcidepoging weer naar huis mocht, kregen bij het ontslaggesprek informatie over de zorg thuis en wat zij het beste konden doen. Ik heb het onderzoek hier herhaald, omdat de ggz en de familiecultuur in Nederland anders zijn dan in Taiwan. Uit bijna zestig interviews met naasten, nabestaanden en mensen die suïcidaal waren geweest, hebben we de thema’s gehaald voor de cursus.’

Wat kwam er uit de interviews?

‘Mensen die een suïcidepoging hebben gedaan, vertelden dat ze op zoek waren naar verbinding, maar die niet meer konden vinden. Ze willen voelen dat zij er écht mogen zijn, bijvoorbeeld doordat familie laat zien blij te zijn dat ze het overleefd hebben. Ze klaagden bijna allemaal over de controle door hun naaste na hun suïcidepoging of een gesprek over suïcidaliteit. Bijvoorbeeld in de vorm van voortdurende appjes: waar zit je nu? Hoe laat ben je thuis? Ze willen liever openlijk met hun naasten over hun gevoelens en gedachten kunnen praten, maar dat gebeurt nauwelijks.  Ze hebben ook behoefte aan liefdevolle bejegening en aan steun, zoals iemand die meegaat naar de behandelaar of samen met hen iets leuks doet.’

Wat vonden de naasten het belangrijkst?

‘Ze willen weten wat er met hun familielid of partner aan de hand is en hoe het proces verloopt dat uitmondt in suïcide of een poging daartoe. Een voorbeeld: als mensen stiller worden en zich terugtrekken kan dat een voorteken zijn van een naderende suïcidepoging. In interviews beschreven nabestaanden dat gedrag duidelijk, maar ze bleken niet te weten dat dit een signaal was om aan de bel te trekken. Ze vreesden ook dat de gedachten aan suïcide erger zouden worden als ze erover praatten en vermeden dat dus. Mensen die aan suïcide denken, kunnen zich dan juist geïsoleerder gaan voelen. In de training proberen we daarom de angst weg te nemen dat de gedachte aan suïcide erger wordt door erover te praten.’

‘Deelnemers zijn blij met de handvatten en voelen zich minder machteloos’

Dus communicatie is een belangrijk thema in de training. Wat nog meer?

‘De training gaat over communicatie en isolement, do’s en don’ts, het suïcidale proces, achtergronden van ziektebeelden. Erg belangrijk is ook veiligheidsgedrag. Wat doe je als je een kind mee naar huis krijgt dat zich de avond daarvoor nog sneed met een mes? Alle messen in huis verstoppen? Zo’n reactie is begrijpelijk, maar niet per se functioneel.  Het is soms wel verstandig voorgeschreven medicatie tijdelijk in beheer te nemen.’ 

Komt u belemmeringen tegen? 

‘Er zijn jammer genoeg nog best veel behandelaren die uit privacyoverwegingen familie nauwelijks iets vertellen over wat er bij hun patiënt speelt. Maar suïcidaliteit is niet iets waar je op je eentje uit kunt komen, je moet het met elkaar doen. Dus moet je het familiesysteem bij de behandeling betrekken. Niet iedere familie is harmonisch, maar laat de problemen maar aan de orde komen in de spreekkamer.’ 

Wat hoort u terug van deelnemers aan de pilot?

‘Die zijn heel blij met de handvatten en voelen zich minder machteloos. Dat blijkt uit de reacties. We gaven de training van half 8 tot half 10 ’s avonds, want om 10 uur sluit het gebouw. Als ik om die tijd naar huis ging, stonden deelnemers nog op de stoep te praten. Ze hebben een grote behoefte aan uitwisseling met mensen met vergelijkbare ervaringen.’ 

Hoe gaat het verder?

‘We willen in onze regio wekelijks een training geven. Er zijn ook enkele grote ggz-instellingen geïnteresseerd. We blijven de cursus verbeteren. Die wordt nu gegeven door twee behandelaars. Komend jaar willen we één behandelaar vervangen door een ervaringsdeskundige naaste. De volgende stap is dat mensen die een suïcide hebben overleefd vertellen wat hen heeft geholpen. Dat wordt allemaal met onderzoek gevolgd. Uiteindelijk willen we naar een samenwerking van behandelaar, (ex-)patiënt en naaste. Samen kunnen ze des te beter begrijpen hoe je suïcidaliteit kunt beteugelen en verbindingen kunt versterken.’

‘De cursus heeft ons goed gedaan’
Frans van Leeuwen en zijn vrouw waren totaal ontredderd door de opname van hun zoon die suïcidaal was. In hun zoektocht naar informatie en steun liepen ze aanvankelijk vast. De pilotcursus Suïcidepreventie voor naasten beantwoordde wel aan hun behoeften. ‘In die ene avond hebben we meer gehoord dan in de twee maanden dat mijn zoon opgenomen was. Het doet goed om met andere naasten van suïcidale mensen te praten,’ zegt Van Leeuwen. Dat er een richtlijn voor suïcidepreventie bestaat was voor hem een eyeopener. Zo weet hij dat familieleden betrokken moeten worden bij de behandeling. Die kennis heeft hem assertiever gemaakt in contacten met hulpverleners. Ook het advies om het gesprek over suïcide niet uit de weg te gaan, was waardevol. Nu bespreken hij en zijn vrouw wekelijks met hun zoon hoe deze zich voelt en of hij nog suïcidale gedachten heeft. ‘In contact blijven is wezenlijk’, besluit Van Leeuwen.  
 


Tekst: Veronique Huijbregts
Fotograaf: Shutterstock
Publicatiedatum: 27 januari 2020

Denk jij aan zelfdoding?
Of maak je je zorgen om iemand anders? Bel 113, bel gratis 0800-0113 of chat via www.113.nl.
Ben je in levensgevaar? Bel dan 112.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website