Antibioticaresistentie bedreigt wereldwijd de gezondheid van miljoenen mensen. Niet voor niets is er in november elk jaar een internationale Antibiotic Awareness Week. Nederland staat er internationaal gezien goed voor. Wat is er nodig om dat zo te houden? Mediator vroeg het hoogleraren en arts-microbiologen Marc Bonten en Constance Schultsz.

Als een antibioticum vaak wordt gebruikt, kunnen bacteriën er resistent (ongevoelig) voor worden. Het is dan moeilijker een bacteriële infectie te bestrijden. Antibioticaresistentie is in Nederland onder controle, maar permanente waakzaamheid is geboden. Dat stellen Marc Bonten, hoogleraar medische microbiologie aan de Universiteit Utrecht, en Constance Schultsz, hoogleraar global health aan Amsterdam UMC/Universiteit van Amsterdam. Bonten: ‘De gevolgen van antibioticaresistentie voor de behandeling van patiënten in Nederland zijn beperkt.’ Begin dit jaar presenteerde een promovendus van hem, Wouter Rottier, zijn proefschrift. De conclusie daarvan: antibioticaresistentie leidt in Nederland niet tot extra sterfte. Goed nieuws waar Schultsz – evenals de promovendus zelf – wel een kanttekening bij plaatst. ‘Het onderzoek richtte zich op de gemiddelde sterfte in Nederland. Maar hoe zijn de uitkomsten als je focust op kwetsbare subgroepen patiënten, zoals die op een intensive care? ’ 

Zwaardere antibiotica

Hoewel in Nederland de overlijdenskans ongeveer gelijk is bij infecties met een resistente of een niet-resistente bacterie, zijn wel vaker zwaardere antibiotica nodig dan voorheen. Schultsz: ‘We kunnen die sterfte zo laag houden doordat we nog zogeheten last-resort-antibiotica kunnen inzetten. ‘Toen ik zo’n tien jaar geleden terugkwam uit Vietnam, waar ik onderzoek deed en waar een enorm resistentieprobleem heerst, dacht ik: wat hebben we het hier toch makkelijk. Zoveel middelen om in te zetten, zonder dat je je toevlucht hoeft te nemen tot de zwaarste categorie. Dat denk ik nu niet meer.’ 

Infectieverspreiding voorkomen

Antibioticaresistentie, verduidelijkt Bonten, is geen ‘ja-nee-probleem’. ‘Het is niet zo dat bepaalde geneesmiddelen helemaal níks doen. Het is meer dat sommige alternatieve behandelingen bij een antibioticaresistentie niet optimaal zijn. Dan is de werking minder dan 100, maar zeker geen 0 procent. Een helemaal niet te behandelen bacterie komt sporadisch voor.’ Voor bacteriën die niet reageren op de meeste antibiotica is er de last-resort-categorie: de carbapenems. Bonten: ‘Als we hier vaker bacteriën gaan krijgen die voor carbapenems resistent zijn, hebben we een probleem. Ze komen voor in ziekenhuizen in Azië en Zuid-Europa, dus we moeten enorm waakzaam zijn. Het Nederlandse beleid is erg gericht op het voorkomen van infectieverspreiding en dat lukt heel goed.’

Nederland koploper

Nederland steekt daarin met kop en schouders boven vrijwel alle landen ter wereld uit, en dat is volgens de twee hoogleraren te danken aan het beleid en de infrastructuur. Ziekenhuizen hebben afdelingen infectiepreventie, protocollen en maatregelen om een uitbraak snel en effectief de kop in te drukken. Data over infecties, diagnoses en uitbraken worden – voor zover de privacywetgeving dat toelaat – verzameld en gedeeld. Beroepsgroepen hebben protocollen en richtlijnen en die worden ook nageleefd. Schultsz: ‘Nederland heeft een lange historie op dit gebied, waar we best trots op mogen zijn. We hebben het buitengewoon goed georganiseerd. Daar zit enorm veel tijd, geld en inspanning in en dat moeten we behouden. We moeten vooral niet denken dat we er wel zijn.’

Vooral via mensen worden resistente bacteriën geïmporteerd. Dat zal door toerisme en migratie alleen maar toenemen

Vooral het laatste decennium, zegt Bonten, heeft een aantal belangrijke inzichten opgeleverd. Als voorbeeld noemt hij de ontdekking dat resistente bacteriën, zoals MRSA of EBSL, weliswaar bij mens en dier voorkomen, maar ‘gescheiden compartimenten’ zijn. ‘Tien jaar geleden was de grote angst dat dieren de mens zouden besmetten’, stelt hij. ‘Dat is niet gebeurd. En we begrijpen ook waarom: micro-organismen die goed gedijen in een dier, doen dat niet in een mens en andersom. Ze blijken veel heterogener dan we dachten.’ Schultsz voegt daaraan toe dat de zorg van destijds over resistentie overigens wél heeft geleid tot een halvering van het antibioticagebruik in de veehouderij.

Natuurlijk verschijnsel

Wat de ervaring inmiddels ook heeft geleerd, zegt Bonten, is dat regelmatige uitbraken ‘een natuurlijk verschijnsel’ zijn. ‘In 2011 was er in het Maasstadziekenhuis een grote uitbraak van de Klebsiella Oxa-48-bacterie. Vanaf dat moment heeft de beroepsgroep van microbiologen afgesproken dat we informatie over uitbraken altijd met elkaar delen. Daardoor weten we nu dat elk ziekenhuis wel een keer aan de beurt is, maar ook dat we zo’n uitbraak onder controle krijgen.’

Import via mensen

De grootste bedreiging als het om antibioticaresistentie gaat, komt uit het buitenland. Vooral via mensen worden (resistente) bacteriën geïmporteerd. Dat aantal zal door de toename van toerisme en migratie alleen maar groeien, verwachten zowel Bonten als Schultsz. De laatste: ‘We moeten nadenken over de gevolgen daarvan. Wat geef je een studente met een urineweginfectie die in India heeft gereisd en niet reageert op gewone antibiotica? Een middel uit de last-resort-categorie?’

Ontwikkelingshulp

Omdat bacteriën zich niet aan landsgrenzen houden en omdat ‘noblesse oblige’, moet Nederland zich inspannen om antibioticaresistentie in het buitenland te beheersen, vinden Schultsz en Bonten. Dat doet Nederland ook. Bonten: ‘Er is geen congres over antibioticaresistentie zonder Nederlandse spreker.’ Maar kennisoverdracht is niet doorslaggevend, vindt hij. ‘Je kunt andere landen wel vertellen hoe het moet, maar uiteindelijk is het een financieel probleem. Als er geen riolering is of als een ziekenhuis onvoldoende personeel of materiaal heeft, wordt de kans op transmissie (overdracht, red.) groter. Dat is met een paar projecten niet op te lossen. Daar heb je echt ontwikkelingshulp voor nodig.’

Blijven onderzoeken

Zeker is dat er in het buitenland genoeg werk aan de winkel is. Toch valt ook in Nederland nog wel winst te behalen. Schultsz: ‘Om onze niet geringe inspanningen vol te houden, moeten we blijven onderzoeken hoe we tijd en geld zo effectief en efficiënt mogelijk kunnen inzetten. Zijn alle maatregelen nodig die we nu hebben, of kan het met minder?’ Bonten vult aan: ‘Wat is de optimale duur van een behandeling? Moeten we, zoals gebruikelijk is bij een ernstige infectie die in het ziekenhuis optreedt, altijd met twee antibiotica tegelijk starten? Of kan het ook met één? Van dat soort onderzoeken hoef je geen grote effecten op resistentieniveau te verwachten, maar wel op kosteneffectiviteit.’


Tekst: Els Wiegant
Foto: Shutterstock
Publicatiedatum: 21 november 2019

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website