Een scheefstaand neustussenschot rechtzetten is de meest voorkomende kno-operatie onder volwassenen. Toch was er geen waterdicht wetenschappelijk bewijs dat de ingreep effectief is. Dankzij een gerandomiseerd onderzoek van Nederlandse wetenschappers is dat er nu wel.

Projectleider Niels van Heerbeek, kno-arts in het Radboudumc, ziet ze vaak in zijn spreekkamer: patiënten met een scheefstaand tussenschot die voortdurend een verstopte neus hebben en moeite met ademhalen. ‘Een groot deel van alle volwassenen heeft een neustussenschot dat niet recht staat, maar lang niet iedereen heeft er last van. Sommige mensen met een flinke scheefstand merken er niets van, andere – met veel minder scheefstand – lijden eronder. Dat is nogal ongrijpbaar.’

Geen verschil

Al jarenlang is het beleid van kno-artsen om deze patiënten te opereren. In Nederland wordt zo’n septumcorrectie 11.000 keer per jaar uitgevoerd. ‘We redeneren: als iets scheef staat, zet je het recht en dan zijn de klachten opgelost. Maar dat blijkt in de praktijk niet altijd te kloppen. Bij de meeste patiënten wel, maar sommige merken geen verschil. Eigenlijk wil je van tevoren graag weten wie dat zullen zijn.’

Niet meer vergoeden

Onzekerheid over de effectiviteit van een septumcorrectie was voor de National Health Service in Groot-Brittannië reden om de vergoeding aan banden te leggen. In de VS worden er eveneens voorwaarden aan gesteld. De Britse en Nederlandse verenigingen van kno-artsen constateerden een groot hiaat in de kennis over deze ingreep en gaven prioriteit aan onderzoek ernaar. In 2011 startte Van Heerbeek met de voorbereidingen voor zijn onderzoek. ‘Eerst hebben we een literatuurstudie gedaan. Daaruit bleek dat er wel veel studies zijn gedaan, maar dat die methodologisch niet altijd even betrouwbaar waren. Veel voor- en na-onderzoek, maar nooit met een goede controlegroep en nooit gerandomiseerd. Toen ben ik samen met Maroeska Rovers, collega uit het Radboudumc en expert in het doen van wetenschappelijk onderzoek, gaan nadenken over de beste vorm om antwoord te krijgen op de vraag: hoe zinvol is deze operatie?’

Kwaliteit van leven

Gekozen werd voor gerandomiseerd onderzoek onder een brede populatie: mannen en vrouwen, verschillende leeftijden en dito gradaties van scheefstand (mild, gemiddeld, ernstig). Er deden 203 patiënten, die in aanmerking kwamen voor een septumcorrectie, uit 18 ziekenhuizen mee. Ze werden door loting verdeeld in twee groepen van gelijke grootte. De ene groep kreeg een operatie, de andere een gebruikelijke niet-operatieve behandeling. Alle deelnemers werden bij de start en na 3, 6, 12 en 24 maanden onderzocht. Ze beantwoordden vragen over hun kwaliteit van leven (met de Glasgow Health Status Inventory, kortweg GHSI, en de Nasal Obstruction Symptom Evaluation ofwel NOSE) en ondergingen een aantal objectieve metingen, zoals de Peak Nasal Inspiratory Flow (PNIF).

‘Het heeft enorm veel energie gekost om patiënten en kno-artsen te overtuigen’

Het includeren van patiënten was lastiger dan gedacht, vertelt Van Heerbeek. ‘Het heeft onze onderzoekster, Machteld van Egmond, enorm veel energie gekost om patiënten en kno-artsen te overtuigen. Patiënten, omdat die vaak geen zin hadden nog eens twee jaar te moeten wachten op een operatie. Artsen, omdat zij het gevoel hebben dat ze met deze operatie iets doen dat hélpt. We hebben keer op keer herhaald dat we dat gevoel onderkennen, maar dat er geen sluitend wetenschappelijk bewijs voor is. En dat dat consequenties kan hebben, zoals in Engeland. Dat argument heeft artsen over de streep getrokken.’

Beduidend positiever

De resultaten van het onderzoek, die half juni in The Lancet werden gepubliceerd, laten zien dat opereren beduidend effectiever is dan niet opereren. Zo is de GHSI-score van de geopereerde patiënten 8,3 punten (op een schaal van 100) hoger dan die van de niet-geopereerde, de NOSE-score zelfs 17,8. Bij de PNIF-meting waren de uitkomsten ook veel positiever. De verschillen tussen de twee groepen waren het grootst (ten gunste van de geopereerden) op 6 maanden en bleven aanwezig tot het einde van de onderzoeksperiode. 

Neusschelpaanpassing

Van Heerbeek benoemt wel één kwetsbaar punt in het onderzoek. ‘We hebben gekozen voor een pragmatische benadering. Dus wanneer een chirurg het tijdens de operatie nodig vond om ook iets aan een neusschelp te doen, dan deed hij dat meteen. Dat is de gangbare praktijk. Dat zou misschien de vraag kunnen oproepen waar de ervaren verbetering vandaan komt: de septumcorrectie of de neusschelpverkleining. Overigens werden er geen verschillen gevonden tussen mensen bij wie alleen een septumcorrectie en patiënten bij wie ook een neusschelpaanpassing was gedaan.’

Nieuwe behandelrichtlijn

De resultaten zijn volgens Van Heerbeek aanleiding om een nieuwe behandelrichtlijn op te stellen. Hij verwacht dat er ook in het buitenland met veel belangstelling naar de resultaten zal worden gekeken en dat ze daar mogelijk zullen leiden tot aanpassing van het vergoedingenbeleid. ‘Er loopt nog een groot, vergelijkbaar onderzoek in Engeland. Als we die data straks kunnen combineren met de onze, wordt het misschien mogelijk ook antwoord te geven op de vraag voor welke patiënten een septumcorrectie géén zin heeft. Dat is nu nog niet gelukt.’ Van Heerbeek en zijn collega’s onderzochten ook de kosteneffectiviteit van de septumcorrectie. De resultaten daarvan worden binnenkort gepubliceerd.


Auteur: Els Wiegant
Foto: Radboudumc 
Publicatiedatum: 26 juli 2019

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website