Dialysepatiënten hebben vaak veel medicijnen nodig. De geregelde filtering van hun bloed kan het effect daarvan verminderen. Daarom stelde de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP) aangepaste doseringsadviezen op. Brigit Wensveen vertelt hoe deze tot stand kwamen.

Vanwege hun slechte nierfunctie ondergaan in Nederland ongeveer 6500 mensen regelmatig dialyse. Tijdens zo’n behandeling worden afvalstoffen en het teveel aan zouten, zuren en water uit hun bloed gehaald. Dit kan via intermitterende hemodialyse (filtering met tussenpozen) door een externe kunstnier. De andere mogelijkheid is de peritoneale dialyse, waarbij het eigen buikvlies als filter fungeert. Naast deze twee groepen chronische dialysepatiënten zijn er ook mensen die vanwege acuut nierfalen op de intensive care belanden en daar vervolgens continue dialyse ondergaan. Wat alle dialysepatiënten gemeen hebben, is dat ze veel geneesmiddelen gebruiken. De chronische patiënten gemiddeld zo’n elf tot dertien verschillende soorten, vertelt Brigit Wensveen. Zij is wetenschappelijk medewerker bij het Geneesmiddel Informatie Centrum van de KNMP.  ‘Het probleem is dat de dialyse de werking van die medicijnen beïnvloedt. Als werkgroep hebben we onderzocht in welke mate dat kan gebeuren, om de juiste doseringsadviezen te kunnen geven.’

Waarom gebruiken dialysepatiënten zoveel medicijnen?

‘Zij hebben vaak al een hele voorgeschiedenis van bijvoorbeeld diabetes en hart- en vaatziekten. Vervolgens krijgen ze ook nog eens te maken met nieren die niet of zeer slecht functioneren. Daarnaast geeft de dialyse allerlei bijwerkingen, waarvoor ze ook weer medicijnen nodig hebben.’

Wie heeft de doseringsadviezen opgesteld?

‘Het is een multidisciplinaire werkgroep van nefrologen, ziekenhuisapothekers, een openbaar apotheker, een huisarts en een klinisch geriater. Sinds 2003 komen we regelmatig bij elkaar. In dat jaar zijn we begonnen met het project doseringsadviezen bij verminderde nierfunctie. In vier jaar tijd hebben we toen 650 geneesmiddelen beoordeeld, variërend van antivirale middelen, antibiotica tot pijnstillers. Die doseringsadviezen, die nu in ons systeem zitten, waren bedoeld voor nierpatiënten die géén dialyse kregen. De grens hiervoor lag bij een minimale klaring van 10 milliliter per minuut. Dat is nog maar ongeveer 10 procent van de hoeveelheid bloed die gezonde nieren zuiveren. Onder die grens wordt altijd met dialyse gestart.’

Hebben jullie destijds voor die 650 geneesmiddelen doseringsadviezen uitgebracht?

‘We hebben gekeken of een verminderde nierfunctie invloed heeft op de kinetiek – dus de werking – van die geneesmiddelen. Door zo’n gebrekkige nierfunctie verdwijnt er immers minder geneesmiddel met de urine uit het lichaam. Dan kun je bijwerkingen krijgen, met soms een ziekenhuisopname tot gevolg. De vraag per medicijn is of die bijwerkingen zo ernstig zijn, dat het medicatiebeleid moet worden bijgesteld. In totaal bleek bij 235 van de 650 geneesmiddelen de kinetiek dusdanig te wijzigen, dat actie moet worden ondernomen. Voor deze selectieve groep hebben we doseringsadviezen opgesteld.’

‘We luisteren naar de praktijk en blijven updaten als dat nodig is’

De werkgroep heeft deze 235 geneesmiddelen nu opnieuw onder de loep genomen voor dialysepatiënten?

‘Inderdaad. Daarvoor hebben we subsidie gekregen van ZonMw. We hebben wederom de wetenschappelijke literatuur bestudeerd over die 235 medicijnen, nu met het oog op de kinetiek van deze geneesmiddelen wanneer ze door dialyse sneller het lichaam verlaten. Dit heeft geleid tot drie adviezen per medicijn: voor intermitterende hemodialyse, voor peritoneale dialyse en voor continue hemodialyse. Iedere vorm van dialyse heeft een ander effect op de werking van een geneesmiddel.’

Kunnen zorgverleners al met deze informatie aan de slag?

‘Onze doseringsadviezen zijn opgenomen in de G-standaard, de databank waarin medicatiebewaking, logistieke informatie en wet- en regelgeving omtrent geneesmiddelen zijn opgenomen. Wij updaten daarin iedere maand onze gegevens. Zorgverleners zien de adviezen terug in hun elektronisch bewakings- en voorschrijfsysteem. Als een patiënt daarin is gemerkt met de contra-indicatie dialyse en een nieuw medicijn krijgt voorgeschreven, dan komt er direct een signaal als er actie ondernomen moet worden. Op onze site kun je ook doorklikken naar de risicoanalyses. Als een zorgverlener twijfelt over een doseringsadvies voor een bepaald medicijn, dan is daar onze onderbouwing te vinden.’ 

Zijn de zorgverleners en de patiënten er blij mee?

‘Ik vermoed van wel. Dit najaar gaan twee studenten farmacie kijken of voor enkele antibiotica de adviezen worden opgevolgd en wat de resultaten daarvan dan zijn. Ze gaan praten met nefrologen en ziekenhuisapothekers. Verder hebben we een helpdesk waar soms vragen van zorgverleners binnenkomen over onze adviezen. Dat zoeken we dan verder uit. We luisteren naar de praktijk en blijven updaten als dat nodig is. Ook voor toekomstige geneesmiddelen zullen er adviezen komen. Zo blijven we actueel.’

Wat is het effect op de zorgkosten?

‘Zorgverleners moesten voorheen altijd zelf de beste dosering van een medicijn voor een dialysepatiënt uitzoeken. Dat kost uiteraard een hoop extra tijd. Dat zoekwerk is niet meer nodig, waardoor je tijd bespaart en daarmee ook kosten. En doordat we nu een landelijke standaard hebben, is het advies overal hetzelfde. Uiteindelijk leidt dit tot medicatiezorg die is afgestemd op dialysepatiënten.’


Auteur: John Ekkelboom
Foto: privécollectie Brigit Wensveen
Publicatiedatum: 26 juli 2019

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website