Als de universiteit een werkelijke bijdrage wil leveren aan de grote maatschappelijke problemen, zullen wetenschappers moeten samenwerken met de samenleving. Co-creatie is noodzaak.

Een korte terugblik. In de middeleeuwen was onderwijs de belangrijkste taak van universiteiten: de eerstegeneratie-universiteit. De tweedegeneratie-universiteit ging daarnaast ook onderzoek doen. De huidige universiteiten zijn derdegeneratie-universiteiten: naast onderwijs en onderzoek is ook valorisatie een taak: het benutten van kennis voor de samenleving. 

Eenrichtingsverkeer

Het probleem is dat met valorisatie nog niet noodzakelijkerwijs impact wordt gecreëerd. Wetenschappers zijn vaak op grote afstand van de samenleving kennis aan het ontwikkelen. Het is nog eenrichtingsverkeer: aan het eind van de kennisontwikkeling gaan we nadenken over implementatie, en pas dan betrekken we de samenleving erbij. Maar dat is vaak te laat: is dit wel de kennis waar de samenleving op zat te wachten? Of zou andere kennis beter aangesloten hebben bij de behoeften? Het onderzoek heeft dan geen of minder maatschappelijke impact, en dat is jammer van alle tijd, energie en kosten. 

Verlaat als wetenschapper je studiekamer om bij professionals, beleidsmakers, burgers en cliënten op de koffie te gaan

Voor kennis die wel impact heeft en de wereld vooruit helpt, zijn drie bronnen nodig: wetenschappelijke kennis, kennis waarover professionals beschikken, en de kennis van burgers of cliënten/patiënten. Als we al deze kennisbronnen bij het onderzoek betrekken, levert het meer op. In mijn sector, die van zorg en welzijn, leidt dit tot een betere zorg en betere (volks)gezondheid en kwaliteit van leven. Maar dit uitgangspunt geldt voor alle onderzoeksvelden.

Academische werkplaatsen

Het is daarom de hoogste tijd voor de vierdegeneratie-universiteit. Een universiteit die outreachend is: een netwerkorganisatie, die een ecosysteem vormt met de overheid, burgers, bedrijven en instellingen. Er zijn al prachtige voorbeelden: de academische werkplaatsen, waar wetenschap, zorgorganisaties en cliënten samenwerken. De partijen werken hier gedurende het gehele onderzoekstraject samen. Dat begint al bij het formuleren van de vraagstelling en gaat door tot en met de implementatie.

Ecosysteem opbouwen

Het opbouwen van zo’n ecosysteem vraagt om een omslag. Dat is niet altijd gemakkelijk, want co-creatie gaat om persoonlijk contact en het opbouwen van vertrouwen. En dat kost tijd, veel tijd. Dat vraagt om investering van alle partijen. Maar het levert bruikbare kennis op. Ga als wetenschapper niet altijd op de universiteit zitten, maar verlaat je studiekamer om bij professionals, beleidsmakers, burgers en cliënten op de koffie te gaan. Het levert veel op.

Succesfactoren

Wat zijn de succesfactoren van zo’n ecosysteem? Gelijkwaardigheid: alle partijen zijn gelijk. Wederkerigheid: alle partijen hebben er wat aan. Acceptatie: alle partijen moeten zich realiseren dat hun kennis niet de enige waarheid is. Lange termijn: de partijen sluiten een contract en spreken af enkele jaren samen te werken. 

Fundamentele wetenschap

Vaak vragen academici: ben je tegen fundamentele wetenschap? Nee, je hebt beide nodig. Het is niet of-of, maar en-en. We wisten ook niet precies waarin het onderzoek van Einstein naar de relativiteitstheorie zou worden toegepast. Maar de impact van deze fundamentele wetenschap was heel erg groot. 

Win-winsituatie

Dit nieuwe ecosysteem is een win-winsituatie voor alle partijen. Ik spreek uit ervaring. Bij Tranzo werken we al bijna twintig jaar op deze manier in academische werkplaatsen. Ik ben ervan overtuigd dat we alleen samen kunnen zorgen voor een betere wereld.


Dike van de Mheen is hoogleraar transformaties in de zorg en voorzitter van Tranzo, wetenschappelijk centrum voor zorg en welzijn aan Tilburg University.

Fotograaf: Maurice van den Bosch

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website