Terughoudendheid is aan te raden bij behandeling met chemotherapie na de operatie van jonge vrouwen met borstkanker. Dat is een van de conclusies van grootschalig onderzoek naar ziekteverloop en behandeling, dat werd uitgevoerd door het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis.

Jaarlijks krijgen in Nederland circa 15.000 vrouwen borstkanker. De standaardbehandeling bestaat uit operatie, soms aangevuld met bestraling. Veel vrouwen krijgen daarna nog chemotherapie en hormonale therapie, hoewel het onduidelijk is welke vrouwen daar baat bij hebben.

Gegevens combineren

Sinds 1989 heeft de Nederlandse Kankerregistratie gegevens verzameld van 150.000 vrouwen die borstkanker kregen. Van hen zijn zowel de behandeling als het ziekteverloop bekend. Ook werden in veel gevallen de bijbehorende tumorweefsels bewaard. Onderzoekers van het Antoni van Leeuwenhoek combineerden al deze gegevens met elkaar.

Twee leeftijdsdoelgroepen

Het onderzoeksteam maakte daarbij gebruik van nieuwe technieken om de weefsels te onderzoeken, waarbij genetische informatie gekoppeld kan worden aan andere kenmerken van tumor en patiënt. Gegevens van twee groepen patiënten werden ongeveer zes jaar lang verzameld en bestudeerd. De eerste groep bestond uit jonge borstkankerpatiënten – onder de 40 jaar bij diagnose – die geen nabehandeling hadden gekregen. In de tweede groep zaten vrouwen die bij diagnose tussen de 45 en 55 jaar oud waren, waarbij sommige wél en andere geen chemo- en hormonale therapie hadden gekregen.

Jonge vrouwen

Bij de eerste groep, jonge borstkankerpatiënten zonder nabehandeling, werd na gemiddeld vijftien jaar gekeken hoe het ging. Hun overlevingsgraad bleek met 60 procent veel beter dan tot nu toe werd aangenomen. Bij de groep 45- tot 50-jarigen bleek een hormoontherapie met een aromataseremmer terugkeer van de ziekte beter te voorkomen dan met het middel tamoxifen. Dat effect trad versterkt op bij een groep die bij de diagnose tussen 45 en 55 jaar was, en kampte met de agressieve HER2-positieve borstkanker. Jongere vrouwen met deze agressieve vorm konden juist het beste behandeld worden met tamoxifen, in combinatie met het uitschakelen van de eierstokken door injecties of operatief verwijderen. 

Richtlijn aanpassen

Als deze conclusies worden bevestigd door ander onderzoek, kan dat leiden tot aanpassing van de borstkankerbehandelrichtlijn, zeggen de onderzoekers. In het project werd ook een database gemaakt met digitale plaatjes van meer dan 2700 borstkankers, die in de toekomst ingezet kan worden voor training en nascholing.


Project: The Netherlands Breast Cancer Project (NBCP): Towards personalized medicine by using the nationwide population-based breast cancer registry (1989-2011) coupled with biobanking 
Projectleiders: Sabine Linn, Antoni van Leeuwenhoek, afdeling medische oncologie
Programma: Goed Gebruik Geneesmiddelen, projectnummer 836021019

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website