Veel wetenschappers werken enige tijd in den vreemde. Wat valt ze daar op? Deze keer: Gwenny Verstappen, immunologisch wetenschapper aan het Walter and Eliza Hall Institute of Medical Research in Melbourne, Australië.

Wat is uw onderzoeksgebied? 

‘Ik onderzoek het mechanisme achter de ziekte van Sjögren, een aandoening waarbij het eigen afweersysteem vooral de speeksel- en traanklieren aantast. Voor deze auto-immuunziekte is geen genezing mogelijk en behandeling bestaat vooral uit symptoombestrijding. Onze hypothese is dat een verkeerde combinatie van genen samen met een trigger van buitenaf, zoals een virus, de ziekte kan uitlokken. Het gaat dan om de genetische achtergrond van T- en B-lymfocyten, types witte bloedcellen. Wij testen in het lab, in celkweken, of de T- en B-lymfocyten uit het bloed van Sjögren-patiënten inderdaad gevoeliger zijn voor bepaalde triggers dan de afweercellen van gezonde mensen. Ook kijken we naar verschillen tussen patiënten onderling, want het is bekend dat immunologische afwijkingen variëren tussen patiënten. Als we de afwijkende reacties van de T- en B-lymfocyten beter in kaart hebben, kunnen we uiteindelijk een gepersonaliseerde behandeling ontwikkelen. Dus een individuele patiënt een optimale en specifieke behandeling bieden.’

Hoe bent u in Australië terechtgekomen?

‘Ik wilde na mijn promotie graag buitenlandse werkervaring opdoen en was vanwege eerdere reizen geïnteresseerd in Australië. Op een congres raakte ik in contact met mijn huidige baas bij het Walter and Eliza Hall Institute of Medical Research in Melbourne. Ik werk hier sinds afgelopen september voor een jaar als postdoc-onderzoeker via een NWO Rubiconbeurs. Na de zomer keer ik terug naar Nederland en naar het UMCG in Groningen.’

Hoe verschilt wetenschapsbeoefening tussen Australië en Nederland?

‘Het instituut waar ik werk is onafhankelijk van de universiteit, wat betekent dat er relatief weinig tijd in onderwijs wordt gestoken. Alles draait om wetenschappelijk onderzoek. Daarvoor beschikt dit grote instituut ook over goede technische faciliteiten en financiële middelen. Wetenschappers werken hier vaak in langdurige projecten die ook tot grotere publicaties leiden. Binnen het instituut is er ook veel uitwisseling met andere onderzoekers. Dat is heel prettig, al ligt de focus wel voornamelijk bij fundamentele wetenschap. Soms mis ik wel de interactie met de kliniek zoals ik die had tijdens mijn promotietijd bij het UMCG.’

En hoe verschilt het leven in Australië en Nederland?

‘De balans tussen werk en privé in Australië is vergelijkbaar met Nederland. Er wordt hard gewerkt, maar dat het leven niet alleen om werk draait, daar is ook aandacht en respect voor. Veel vrouwelijke onderzoekers hebben bijvoorbeeld ook een gezin waar het werk rekening mee houdt. Bij het instituut zit zelfs een kinderdagverblijf en ook tijdens symposia wordt vaak dagopvang geboden. Australiërs kunnen ook ontzettend van het sociale leven genieten. Ze doen bijvoorbeeld vaak koffie buiten de deur en een weekendbrunch in de stad is ook typisch Australisch.’ 

Wat hebt u opgestoken in Australië? 

‘Op werkvlak heb ik geleerd om meer tijd te steken in een goede voorbereiding en mijn eigen visie te ontwikkelen. Op persoonlijk vlak was het een mooie ervaring om vanuit niets een leven op te bouwen in het buitenland. Tegelijkertijd ben ik erachter gekomen dat ik Nederland ook echt waardeer. Veel zaken in Nederland zijn goed geregeld. Ik denk dan aan alledaagse voorbeelden zoals veilig naar mijn werk kunnen fietsen, maar ook grotere kwesties zoals de gezondheidszorg. In Australië lijken de verschillen tussen arm en rijk groter te zijn; rijke mensen kunnen betere zorg krijgen.’ 


Auteur: Chrétienne Vuijst
Fotograaf: Privéfoto Gwenny Verstappen
Publicatiedatum: 29 mei 2019

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website