Intensief bewegen is goed voor patiënten met kanker. Onderzoeken naar de effecten van beweging verlopen echter moeizaam, omdat patiënten niet willen deelnemen aan de ‘inactieve’ controlegroep. Onderzoekers van het UMC Utrecht testten bij borstkankerpatiënten een nieuwe onderzoeksmethode, die goed blijkt te werken.

Bewegen is goed voor iedereen, maar zeker ook voor patiënten met kanker, stelt Anne May, universitair hoofddocent en hoofd van de afdeling epidemiologie van het Julius Centrum van het UMC Utrecht. Vroeger dachten artsen dat sporten tijdens de behandeling te zwaar was, maar de laatste tien jaar zijn de inzichten veranderd. ‘Er is steeds meer bewijs dat bewegen er echt bij hoort’, zegt May.

Minder moe

Ze vertelt dat het overgrote deel van het beweegonderzoek in binnen- en buitenland is gedaan onder borstkankerpatiënten, maar dat de resultaten veelal ook gelden voor andere typen kanker. De studies laten zien dat borstkankerpatiënten die tijdens de behandelperiode een beweegprogramma volgen, minder last hebben van bijwerkingen van de behandeling, zoals vermoeidheid. Ook herstellen ze beter. Uit vervolgonderzoek moet blijken of beweegprogramma’s nog meer gunstige effecten hebben, bijvoorbeeld op het beter verdragen van de chemotherapie en de prognose van de patiënten. Want, en hier wordt May heel voorzichtig, er lijkt een kans te zijn dat de borstkanker minder terugkomt.

Een dip

Toch voelen lang niet alle vrouwen die voor borstkanker worden behandeld ervoor om te sporten. Nogal wat patiënten vertonen juist een dip in hun bewegingspatroon. ‘Het is goed te verklaren, want ze voelen zich rot als ze de chemo- of radiotherapie hebben gehad, moeten bijkomen, zijn vermoeid en gaan dan minder bewegen. Je ziet zelfs dat ze drie jaar later minder bewegen dan gemiddeld geldt voor de Nederlandse bevolking’, legt May uit. 

Pittig

Sommige ziekenhuizen pionieren daarom met trainingsinterventies. Die zijn pittig, vertelt May. Al tijdens de behandeling beginnen deelneemsters met tweemaal per week één uur te trainen bij een fysiotherapeut in de buurt: conditietraining en spierkracht versterken. Studies wijzen uit dat vrouwen die zo’n programma volgen, meer bewegen en het ook daarna volhouden. Een wandelprogramma heeft ook effecten, maar bij de intensievere training hebben patiënten meer baat. 

‘Patiënten in de controlegroep gaan soms op eigen houtje bewegen, waardoor ze gaan lijken op de groep die de interventie volgt’

Onderzoeken naar fysieke training leveren belangrijke resultaten op, maar zijn lastig uit te voeren. Patiënten worden via loting ingedeeld in ofwel de groep die het beweegprogramma volgt, ofwel de controlegroep die gebruikelijke zorg krijgt maar geen beweegprogramma. ‘Steeds vaker willen patiënten niet meedoen omdat ze ervan balen dat ze in de controlegroep terecht kunnen komen’, legt May uit. Het vergt steeds meer tijd, energie en onderzoekers om de studies te doen. ‘Bovendien gaan vrouwen die in de controlegroep geloot zijn, soms op eigen houtje bewegen, waardoor ze gaan lijken op de groep die de interventie volgt. Het gevolg is dat de studie kleinere effecten laat zien.’ 

Nieuwe methode

Toen las May over de Engelse wetenschapper Clare Relton, die voor dit probleem een oplossing heeft bedacht met een breder onderzoekscohort. May en haar collega’s van het Julius Centrum en de afdeling radiotherapie dachten meteen: dit is een idee voor onze onderzoeksprojecten. Sinds 2013 heeft het UMC Utrecht het ‘UMBRELLA cohort’, waaraan inmiddels zo’n 2700 borstkankerpatiënten deelnemen. Deze vrouwen hebben toestemming gegeven om voor een langere periode door onderzoekers te worden gevolgd. Voor haar onderzoek naar de effectiviteit van beweegprogramma’s kan May uit deze groep putten. Volgens de nieuwe methode worden patiënten die geloot zijn voor de behandelgroep gevraagd deel te nemen aan het beweegprogramma, terwijl de controlegroep niet wordt geïnformeerd. Pas naderhand, als de studie voorbij is, krijgen alle UMBRELLA-deelnemers te horen dat er een onderzoek liep. 

De nieuwe methode is in 2010 in BMJ voorgesteld door Clare Relton, hoofddocent klinisch onderzoek aan de Queen Mary University of London. De aanpak is bekend onder de naam cohort multiple randomised controlled trial (cmRCT) of Trials within Cohorts (TwiCs). 
 

Inmiddels is de eerste beweeg-studie klaar die werd uitgevoerd volgens de nieuwe methode. Aan dit UMBRELLA Fit-onderzoek deden 260 borstkankerpatiënten uit het cohort mee: 130 vrouwen volgden de beweeginterventie, terwijl 130 andere vrouwen in de controlegroep zaten. De voorlopige resultaten zijn positief. ‘We zien dat bij de groep die de beweeginterventie deed, de vermoeidheid afnam vergeleken met de controlegroep waar de vermoeidheid hetzelfde bleef. Het bevestigt dus het beeld dat we in andere studies ook zien.’

Minder werk

Dit was het resultaat waarop May had gehoopt. Ze wilde met het onderzoek niet alleen de impact van het beweegprogramma meten, maar ook leren over deze nieuwe methode. Ze is tevreden. ‘Omdat we het cohort al hadden en geen extra werving voor deelnemers hoefden te doen, waren we inderdaad sneller met het onderzoek klaar. Ook is het minder werk. Eén onderzoeker kan de studie managen’, zegt ze. ‘De patiënten die worden benaderd voor de behandelgroep hoeven nu alleen te beslissen of zij willen deelnemen aan het beweegprogramma. Ze weten dat zij niet in de controlegroep geloot kunnen worden.’ Omdat de vrouwen in de controlegroep niet wisten dat ze op dat moment deelnamen aan een onderzoek naar bewegen, gingen ze niet uit zichzelf sporten. Er zijn ook kanttekeningen, want als grote aantallen patiënten niet willen meedoen met het beweegprogramma, moeten er alsnog veel nieuwe proefpersonen worden gezocht. 

Veel belangstelling

In mei zullen May en haar team tijdens een congres in de Verenigde Staten over hun onderzoek spreken. ‘Er is veel belangstelling voor, want veel onderzoekers kampen met dezelfde problemen als wij. De nieuwe methode maakt dit soort onderzoek minder arbeidsintensief en geeft sneller resultaat.’


Auteur: Tjitske Lingsma
Fotograaf: Shutterstock
Publicatiedatum: 2 april 2019

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website