Veel pubers met astma vinden het lastig de voorschriften voor medicijngebruik goed te volgen. Met een speciale app gaat dat veel beter, blijkt uit onderzoek door de Universiteit Utrecht.

‘Als kinderen met astma nog jong zijn, zijn de ouders natuurlijk verantwoordelijk voor hun medicijngebruik. Maar bij tieners ligt het anders. Ze zijn op weg naar volwassenheid en willen zelfstandig zijn. Alleen maakt hun puberbrein dat ze niet zo goed zijn in het plannen, waardoor zij vaak moeite hebben met het medicijngebruik’, vertelt Ellen Koster, onderzoeker en universitair docent aan de faculteit Farmaceutische wetenschappen van de Universiteit Utrecht.

Wat is het gevolg?

‘Ruim de helft van de pubers met astma is therapieontrouw. Dat is een breed begrip, maar het betekent dat ze hun medicijnen niet volgens de voorschriften gebruiken. Grotendeels komt het doordat pubers gewoon vergeten de medicijnen in te nemen. Ze verslapen zich, springen op de fiets en vergeten de medicijnen. Misschien zijn ze ook niet zo met hun ziekte bezig. Het boeit ze niet.’ 

Wat gebeurt er als ze medicijnen niet goed gebruiken?

‘Het kan leiden tot astma-aanvallen, hoesten en benauwdheid. Maar we zien ook bij pubers dat ze die gevolgen soms voor lief nemen.’

Op de faculteit dachten jullie: dat moet anders? 

‘Het is lastig deze groep patiënten te motiveren. Dat maakt het een uitdaging om te zien hoe we kunnen helpen. Promovenda Richelle Kosse deed onderzoek, en samen met professor Marcel Bouvy en kinderarts Tjalling de Vries was ik haar copromotor. Ons eerste idee was om een health-game te maken. Gelukkig hebben we dat eerst aan een groep jongeren met astma voorgelegd, want toen bleek dat zij het maar stom en kinderachtig vonden. Ze vertelden dat ze behoefte hadden aan een app voor hun smartphone.’

Hoe zijn jullie te werk gegaan?

‘We hebben veel aandacht besteed aan de ontwikkelfase. We hebben met jongeren om de tafel gezeten met vragen als: waar loop je tegenaan, waar heb je behoefte aan en waar moet de app aan voldoen. Toen we genoeg wisten heeft softwareontwikkelaar Umenz de app gebouwd. De app verbindt de apotheek en de patiënt.’

Hoe verliep het onderzoek?

‘In totaal deden 66 apothekers mee aan de proef, die zes maanden duurde. Zij nodigden jonge patiënten, die tussen de 12 en 18 jaar waren, per brief uit. Van de 234 jongeren die aan de proef meededen, waren er 87 die in de groep zaten die de app kregen. Via een code konden ze een beveiligde verbinding maken tussen hun smartphone en de computer van de apotheker. Het was een vrij heterogene groep met jongeren die wel therapietrouw waren en anderen die het niet waren. Ook hun klachten liepen uiteen.’

Hoe werkte de app? 

‘Via de app kregen de patiënten wekelijks een vragenlijst voor klachten. Door deze in te vullen kregen ze zelf meer inzicht in hun klachten, die met een grafiek werden weergegeven. Bij veel klachten kwam er een kort advies, bijvoorbeeld: neem contact op met de apotheek of de huisarts. Deze informatie werd ook naar de apotheek gestuurd, zodat de apotheker zag hoe het met de patiënt ging en eventueel contact kon opnemen. Jongeren konden ook een alarm aanzetten om hen aan het medicijngebruik te herinneren. Verder konden ze via de app chatten met peers – andere jongeren met astma – en de apotheker. Aan de apotheek stelden ze soms een vraag over geneesmiddelgebruik. Wat ze bespraken met hun peers weten we niet, want de onderlinge chats waren vertrouwelijk. 
Samen met de regisseur van het tv-programma Klokhuis hadden we ook filmpjes gemaakt over hoe je kunt omgaan met astma, gespeeld door jonge astmapatiënten met wie tieners zich kunnen identificeren. Apothekers konden gericht zo’n filmpje naar een patiënt sturen.’

‘Dit onderzoek toont ook dat e-health bepaalde kennis en vaardigheden vergt. Hoe formuleer je bijvoorbeeld een chatbericht aan een puber?’

Waarom verbindt de app de patiënt met de apotheker, en niet met de huisarts?

‘Bij de huisarts krijgen mensen in heel korte tijd vaak erg veel informatie. Het is moeilijk om dat allemaal te onthouden. Apothekers vormen het laatste contact voordat iemand met de medicijnen naar huis gaat. Met de app kunnen zij checken of het goed gaat. Het past ook bij de veranderende rol van de apotheker, die steeds meer aan patiëntenzorg doet.’

Wat was het effect van de app?

‘Vooral bij de groep die bij de start van het onderzoek therapieontrouw was, zagen we verbetering. Dat is een mooi resultaat. Want juist bij die groep hoop je winst te behalen. Door de app nemen ze hun medicijnen beter in. Wanneer ze met de apotheker chatten heeft dat een positief effect op de therapietrouw.’

Wat vonden de gebruikers?

‘De apothekers en jongeren waren positief. Ze vonden het systeem begrijpelijk en makkelijk. Je ziet wel dat patiënten de app een tijdje gebruiken, maar dat niet veel jongeren het de hele tijd volhouden. Je moet de content dus non-stop vernieuwen.’

Wat is de stand van zaken?

‘De studie is net afgerond, Richelle Kosse is in februari gepromoveerd. We willen verder onderzoek doen om de app te optimaliseren. Misschien moet het chatten nog meer gestimuleerd worden. Maar als onderzoekers zijn wij niet de partij die de app gaat implementeren. We werkten in dit project samen met Umenz, die als commerciële partner de software verder ontwikkelt. Ook hebben de apothekers aangegeven dat als ze met apps contact houden met de patiënt, er wel een vergoeding voor moet komen.’

Is een app de toekomst?

‘Dit onderzoek laat ook zien dat e-health bepaalde kennis vraagt, bijvoorbeeld over apps, en specifieke vaardigheden vergt. Want hoe formuleer je een chatbericht aan een puber? Oudere apothekers hadden daar meer moeite mee. 
De app zorgt voor laagdrempelig contact, maar kan niet het face-to-face gesprek vervangen. Het is ondersteunend. Als apothekers via de app zien dat het niet goed met iemand gaat, nodigen ze de patiënt uit voor een gesprek.’


Auteur: Tjitske Lingsma
Fotograaf: Privéfoto Ellen Koster
Publicatiedatum: 29 mei 2019

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website