Begin dit jaar ging het nieuwe ZonMw-programma Wat werkt voor de jeugd van start. Wat hebben we veel bereikt, als je beseft hoe we vijftien jaar geleden begonnen met de eerste kennisprogrammering Jeugd.

Bij dat eerste jeugdprogramma stond jeugdonderzoek nog in de kinderschoenen. Ik herinner me dat nog goed: evidence based werken en het delen van kennis daarover was nieuw. De projecten die we financierden, draaiden vaak om effectonderzoek naar afzonderlijke interventies en signaleringsinstrumenten uit het jeugdveld. De resultaten waren daardoor heel divers en wat versnipperd. 

Interdisciplinair

In het tweede langlopende jeugdprogramma Effectief werken in de jeugdsector zijn hierin grote stappen gezet, onder meer door onderzoek naar werkzame elementen binnen interventies te stimuleren en meer thematisch te werken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan participatie van jongeren in onderzoek. En kijk dan nu, hoe dit derde programma breed en interdisciplinair van opzet is. Ook is er volop ruimte voor nieuwe werkvormen en designs, bijvoorbeeld voor jongeren en ouders die onderzoeken, voor citizen science en voor actieonderzoek. 

Verbindend 

Als voorzitter ben ik blij dat we nog meer aandacht gaan besteden aan preventie, en aan de samenwerking tussen publieke gezondheidszorg en jeugdhulp. In hun rol als jeugdhulpfinancier zijn uiteraard ook gemeenten hier volop bij betrokken. Ik zie dat er steeds meer onderling begrip komt in het veld; het is mooi om te zien dat ZonMw hier een verbindende factor in kan zijn.
In de jeugdprogramma’s is een kennisinfrastructuur neergezet die maakt dat beleid, praktijk, onderzoek én onderwijs elkaar vinden. Dit draagt bij aan de professionalisering van het veld, aan zelfbewuste professionals die staan voor hun vak en die de meest actuele kennis gebruiken. Als voorzitter sinds het eerste uur ben ik hier trots op, omdat dit allesbehalve vanzelfsprekend is.  

Ik vind het een mooie ambitie als onze kennis altijd in de introductiedossiers van nieuwe wethouders en raadsleden zit

Vanuit ZonMw moeten we wel blijven werken aan de bekendheid en toepassing van de verworven kennis. De gebruikers van kennis zijn niet steeds dezelfde, denk maar eens aan al die wethouders en raadsleden die elke vier jaar nieuw beginnen. Ik vind het een mooie ambitie als onze kennis na elke verkiezing in de introductiedossiers van nieuwe wethouders en raadsleden zit.
Ook de implementatie van kennis moeten we bevorderen, schrijft het ministerie van VWS in de opdrachtbrief van dit programma. Zelf formuleer ik dat liever anders: we kúnnen deze implementatie bevorderen. De opbrengsten van eerdere programma’s maken dit immers mogelijk: mensen en organisaties kennen elkaar sneller en beter, en we beschikken over meer gevalideerde instrumenten en evidence based interventies. 

Gezond verstand

Al met al denk ik dat we kunnen zeggen dat het professioneel handelen en het beleid steeds meer met kennis wordt onderbouwd. De jeugdprogramma’s van ZonMw leveren hieraan een belangrijke bijdrage. Maar let op: we weten nog heel veel niet. Ook wil ik ervoor waarschuwen om niet te rationalistisch naar dit nieuwe programma te kijken. We zouden misschien graag causale relaties willen blootleggen, bijvoorbeeld tussen gedrag, onderwijs en criminaliteit. Het gaat echter om kinderen, om ouders, om complexe gezinnen. Dat vraagt om onderzoek dat aansluit op de dagelijkse leefwereld van deze gezinnen. Om jeugdigen en ouders goed te kunnen helpen, moeten we ook het gezond verstand blijven gebruiken. 


Kim Putters is directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Bij ZonMw is hij voorzitter van de programmacommissies Effectief werken in de jeugdsector en Wat werkt voor de jeugd. 

Foto: Sociaal en Cultureel Planbureau
Publicatiedatum: 2 april 2019

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website