Sommige verstandelijk beperkte kinderen met het Phelan-McDermid-syndroom (PMS) kunnen door een insuline-neusspray socialer worden. Dat blijkt uit een klinische studie die het UMCG in 2016 afrondde onder leiding van wijlen Renée Zwanenburg. Hoogleraar klinische syndromologie Conny van Ravenswaaij geeft patiënten nu de mogelijkheid een proefbehandeling te volgen.

Waarom een insuline-neusspray voor deze aandoening? 

‘Deze vraag kwam op toen een moeder van een kind met PMS mij attendeerde op een artikel over een Duits onderzoek waar insuline-neusspray was getest bij zes kinderen. Het idee is dat insuline in de hersenen een tekort aan signaaloverdracht kan compenseren. Bij de erfelijke aandoening PMS ontbreekt namelijk een bepaald eiwit (SHANK3) dat cruciaal is voor de communicatie tussen zenuwen. De Duitse onderzoekers gaven de insuline via de reukzenuw om de bloedhersenbarrière te omzeilen, zodat de stof rechtstreeks in het hersenvocht terechtkomt. Omdat de Duitse studie erg klein was en zonder controle was uitgevoerd, besloten we zelf een gedegen klinische studie te doen, waarvoor we een subsidie hebben ontvangen van ZonMw.’ 

Phelan-McDermid syndroom
Het Phelan-McDermid syndroom is een aangeboren aandoening, ook wel genoemd het 22q13 deletiesyndroom. Door het ontbreken van een stukje chromosoom lopen kinderen een ontwikkelingsachterstand op, met name op het gebied van taal en cognitie. Het gevolg is een matige tot ernstige verstandelijke beperking op oudere leeftijd. In Nederland zijn tachtig kinderen en veertig volwassenen met de aandoening gemeld bij het Expertisecentrum Zeldzame Chromosoomaandoeningen van het UMCG. Het werkelijke aantal Nederlanders met het syndroom ligt waarschijnlijk hoger. Niet iedereen wordt gemeld bij het expertisecentrum en veel volwassenen met een verstandelijke beperking zijn nooit uitgebreid genetisch onderzocht.

Wat hield de klinische studie in?

‘We hebben anderhalf jaar lang 25 kinderen met PMS onderzocht. De kinderen waren hun eigen controlegroep doordat we ze in drie periodes van elk een half jaar ofwel het medicijn gaven, ofwel een placebo. Elk kind kreeg dus op een gegeven moment sowieso het medicijn, anders wilden de ouders niet meedoen. Voor en na elke periode zijn de kinderen getest op hun ontwikkeling in motoriek, spraak en sociaal gedrag.’ 

Uit jullie onderzoek bleek een verbetering in sociale ontwikkeling. Hoe uitte zich dat?

‘Ouders merkten dat hun kinderen toegankelijker werden. Ze reageerden beter op andere mensen en leken meer open te staan voor prikkels uit hun omgeving. Niet alle ouders hadden echter deze ervaring, sommigen merkten niets. De sociale verbetering zagen we vaker bij de kinderen die ouder dan drie jaar waren. Dat is ook logisch, want bij PMS is het gebruikelijk dat kinderen zich tot het derde jaar nog wel ontwikkelen, al is het langzamer. Rond drie jaar begint dit normaliter af te vlakken. Daarnaast worden de sociale eisen boven die leeftijd hoger, waardoor meer opvalt dat deze kinderen sociaal buiten de boot vallen.’ 

‘Elk klein beetje winst is waardevol voor deze gezinnen’

Het sociale effect bleek statistisch niet significant. Waarom gaan jullie dan toch door met het medicijn?

‘Als er voor een individueel kind een verbetering te bereiken is, dan vinden wij dat ouders het recht hebben om de insuline-neusspray te proberen. Deze kinderen hebben vaak een ernstige ontwikkelingsachterstand en serieuze gedragsproblemen. Elk klein beetje winst is waardevol voor deze gezinnen.’ 

Hoe verloopt de proefbehandeling en hoe kunnen ouders zich aanmelden?

‘Bij ons Expertisecentrum Zeldzame Chromosoomaandoeningen doen nu zes kinderen mee met de proefbehandeling. De ouders moeten het medicijn momenteel wel zelf betalen – 500 euro per half jaar – maar er loopt inmiddels een aanvraag tot vergoeding vanuit de Zorgverzekeringswet. Ouders kunnen zich via hun huisarts of kinderarts laten verwijzen naar onze chromosomenpolikliniek. We vragen ze dan om een gedrags- en ontwikkelingstest voor hun kind te doen en daarna krijgen ze van ons de insuline-neusspray voorgeschreven die ze ’s ochtends en ’s avonds moeten gebruiken. Na een half jaar vragen we ze de ontwikkelingstest te herhalen. Als het kind sociaal vooruitgaat, gaan we door met het medicijn. We geven de behandeling in eerste instantie maximaal twee jaar. Daarna lassen we een tijdelijke stop in, omdat we nog niet weten hoe langdurige toediening via het neusslijmvlies zal uitpakken. We hebben de proefbehandeling ook beschreven in de richtlijn die in oktober 2018 is verschenen. We hebben deze samen met ouders ontwikkeld en geschreven, en het is voor het eerst dat er een praktische richtlijn is voor PMS.’ 

Hoe veilig is de insuline-neusspray?

‘Het is relatief veilig, omdat de manier van toedienen ervoor zorgt dat de insuline niet elders in het lichaam terechtkomt. Wel zagen we dat sommige kinderen irritatie van het neusslijmvlies kregen, met soms bloedneuzen. Inmiddels is binnen het UMCG een insuline-neusspray ontwikkeld zonder het conserveringsmiddel metacresol dat deze irritatie veroorzaakt. Deze neusspray is beschikbaar vanaf juli 2019.’

Is de verbetering in sociaal gedrag voor deze kinderen blijvend?

‘Dat weten we niet. Je hoopt natuurlijk dat ze met hun verbeterde sociale gedrag meer kunnen leren en dat hun eindniveau hoger wordt. Maar kinderen met dit syndroom kunnen aangeleerde vaardigheden ook zomaar weer verliezen. Ze leren bijvoorbeeld nieuwe woorden die ze later weer kwijt zijn. De groei in hun ontwikkeling is dus geen constante. Dat maakt ook het onderzoek ingewikkeld, want ook als je geen vooruitgang ziet kan het wel betekenen dat het medicijn een stap terug heeft verhinderd.’ 

Is jullie behandeling ook internationaal opgepikt? 

‘Jazeker, er zijn andere Europese landen die nu proberen subsidie te krijgen om de klinische studie bij grotere groepen kinderen met PMS te testen. Dat juich ik toe, want Nederland is maar een klein land waar nu tachtig kinderen en veertig volwassenen met PMS bekend zijn, terwijl het wereldwijd om meer dan zeshonderd mensen gaat. Herhaling van de resultaten geeft ook meer zekerheid over een positief effect.’ 

Renée Zwanenburg
Op 10 mei 2018 overleed na een korte ziekte Renée Zwanenburg, de hoofdonderzoeker van het Phelan-McDermid project, op veel te jonge leeftijd. Haar enthousiasme en betrokkenheid worden gemist door haar collega’s en de ouders van patiënten.
 


Auteur: Chrétienne Vuijst
Fotograaf: Ronald Zijlstra
Publicatiedatum: 2 april 2019

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website