Groen in de wijk kan bijdragen aan een goede gezondheid van bewoners. Belangrijk is dat de inrichting aansluit bij hun behoeften, constateert Peter van den Hazel. Zo is veilig en rustig groen gewild bij mensen in buurten met een laag gemiddeld inkomen. En denken bewoners graag mee over de aanleg.

Terwijl de gemiddelde (gezonde) levensverwachting in Nederland toeneemt, groeit ook het verschil in levensjaren en gezondheid tussen mensen met een hoge en een lage sociaaleconomische status (SES). ‘Dat verschil kent diverse oorzaken’, verklaart Peter van den Hazel, die als arts Maatschappij en Gezondheid verbonden is aan de Academische Werkplaats Milieu en Gezondheid. ‘De financiële situatie van mensen speelt een rol, evenals kennis van en toegang tot de gezondheidszorg. Maar ook de leefomgeving is van invloed. Mensen met een lage SES wonen vaak in wijken met factoren die negatief uitwerken op de gezondheid zoals de nabijheid van een drukke snelweg of fabrieken, frequent overkomend vliegverkeer en weinig groen. Diverse studies hebben laten zien dat de aanwezigheid van een aantrekkelijke, groene omgeving kan bijdragen aan een betere gezondheid. Veel gemeenten zien het vergroenen van wijken dan ook als een middel om de verschillen in gezondheid tussen mensen met een hoge SES en lage SES te verkleinen.’

Verschillende opvattingen

Dat idee is toe te juichen, stelt Van den Hazel. Er leven echter nogal wat verschillende opvattingen over de beste invulling van het groen. ‘Gemeentelijke instanties die het groen moeten gaan beheren zijn geneigd vooral te kijken naar de kosten van het onderhoud. Gezondheidsprofessionals wijzen erop dat niet ieder groen even gezond is. Planten kunnen ook allergieën veroorzaken of giftig zijn. De bewoners hebben vervolgens hun eigen specifieke wensen en behoeften over welk groen zij graag in hun buurt zouden willen hebben en wat zij ermee willen doen.’ 

Wensen van bewoners

Van den Hazel leidde de afgelopen jaren een onderzoek naar de behoeften van buurtbewoners, met subsidie van ZonMw. ‘Wij hebben door middel van vragenlijsten en met focusgroepen in verschillende wijken in Amsterdam, Arnhem en Rotterdam geïnventariseerd hoe de bewoners aankijken tegen de aanwezigheid van groen in de wijk, welke specifieke wensen zij daarbij hebben en in hoeverre dat aansluit bij de opvattingen van de beleidsmakers en gezondheidsprofessionals.’

Bewoners blijken soms zeer creatieve ideeën te hebben over de invulling van het groen

Een eerste opvallende bevinding is dat met name mensen in de lage SES-wijken belang hechten aan groen dat schoon en veilig is. ‘Dat scoort veel hoger dan bijvoorbeeld de omvang van het groen. Kinderen moeten er kunnen spelen zonder in de hondenpoep te vallen of te worden lastiggevallen. De managers bij de gemeente stellen vaak dat het groen in eerste instantie een functie heeft als ontmoetingsplek en de sociale cohesie moet bevorderen. Mensen zouden er samen moeten kunnen sporten en andere sociale activiteiten ontplooien. Bewoners noemen rust vinden en ontstressen juist als een belangrijke functie. Daarnaast blijken zij soms zeer creatieve ideeën te hebben over de invulling van het groen, zoals het aanleggen van een pluktuin met bloemen of het aanplanten van fruit- of notenbomen. Die geluiden hoor je bij de gemeenten niet snel. Uit ons onderzoek bleek overigens ook dat de verschillen in wensen voor het groen niet sterk verschilden tussen mensen met een hoge SES of een lage SES binnen dezelfde wijk. De verschillen in wensen worden blijkbaar meer bepaald door de plek waar iemand woont, dan door de individuele sociaaleconomische omstandigheden van de individuele wijkbewoners.’ 

Voldongen feit 

Een belangrijke bevinding uit het project is ook dat bewoners graag in een vroeg stadium betrokken worden bij de plannen voor vergroening van hun wijk. Van den Hazel: ‘Zij zeggen nu vaak voor een voldongen feit te worden geplaatst. Zij zouden zelf op sommige punten andere keuzes hebben gemaakt. Een deel van de bewoners gaf ook aan graag te willen bijdragen aan het onderhoud van het groen. Mits de gemeente zorgt voor de randvoorwaarden, zoals het beschikbaar stellen van materiaal, opslag daarvan, en afvoer van afval. Ook uit dat oogpunt is het verstandig als gemeenten de bewoners al in een vroeg stadium vragen betrekken bij het vergroenen van de wijk. Uiteindelijk zal dat de kwaliteit van de groenvoorzieningen in de buurt ten goede komen en daardoor ook de bereidheid van de bewoners om er gebruik van te maken. En dat laatste draagt dan weer bij aan het uiteindelijke doel: het verkrijgen van een positief effect op de gezondheid van de bewoners.’ 

Mythes 

Tot slot waarschuwt Van den Hazel voor al te hooggespannen verwachtingen van vergroening van de wijk. ‘Er bestaan nogal wat mythes over de positieve invloed van groen in de wijk. Het is echter niet zo dat meer groen gelijk staat aan minder luchtverontreiniging en minder fijnstof. Planten zijn geen stofzuigers. En, zoals al gemeld, je moet ook goed opletten welke planten je aanplant. Ten slotte is vergroening ook geen wondermiddel voor verbetering van de gezondheid van mensen. Factoren als financiële situatie en kennis van en toegang tot de gezondheidszorg blijven ook belangrijke aangrijpingspunten.’


Auteur: Marten Dooper
Fotograaf:  HEAL 
Publicatiedatum: 2 april 2019

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website