Veel wetenschappers werken enige tijd in den vreemde. Wat valt ze daar op? Deze keer: Kalijn Bol, medisch oncoloog in opleiding bij het Radboudumc en nu postdoc-onderzoeker bij het Center for Cancer Immune Therapy in Kopenhagen, Denemarken.

Wat is uw onderzoeksgebied?

‘Ik onderzoek het oogmelanoom, een zeldzame oogtumor. Dit is een subtype van het melanoom, waarvan huidkanker de bekendste is. De laatste tijd heeft de behandeling van huidmelanoom een aantal doorbraken doorgemaakt, maar deze therapieën werken niet bij het oogmelanoom. Ik verdiep mij in de interactie tussen het oogmelanoom en het afweersysteem, want daarover is nog maar weinig bekend. Mijn focus ligt bij cytotoxische T-cellen, een type afweercel dat bij veel vormen van immuuntherapie uiteindelijk de kankercellen moet doden. Het oogmelanoom blokkeert echter de werking van deze T-cellen en ik probeer erachter te komen hoe we die blokkade kunnen opheffen. Dit mechanisme is bij huidkanker deels ontrafeld maar nog niet bij het oogmelanoom. Het gaat om een zeldzame ziekte (in Nederland zo’n tweehonderd nieuwe gevallen per jaar) wat het onderzoek lastig maakt.’

Hoe bent u in Denemarken terechtgekomen?

‘Ik heb mijn opleiding als medisch oncoloog bij het Radboudumc onderbroken omdat ik naast de kliniek ook translationeel onderzoek wil blijven doen. Daarom ging ik op zoek naar een geschikte plek om laborariumervaring op te doen en kwam ik terecht bij professor Inge Marie Svane in Kopenhagen, die hoofd is van haar eigen lab én ook medisch oncoloog. Sinds september 2018 doe ik daar een tweejarig onderzoeksproject. Ik heb ook expres voor een niet-Engelstalig buitenland gekozen waar ik de taal niet spreek, omdat ik mij dan volledig op onderzoek kan richten. Als arts word je namelijk vaak ingezet in de kliniek bij uitval van collega-artsen.’

Hoe verschilt wetenschapsbeoefening tussen Denemarken en Nederland?

‘Omdat ik als arts van de kliniek naar het lab ben overgestapt, kan ik weinig zeggen over verschillen tussen Nederlandse en Deense laboratoria. Wat mij wel opviel was het verschil voor promovendi. Voor een proefschrift geldt hier geen publicatieplicht, terwijl je vaak in Nederland minstens drie artikelen moet hebben gepubliceerd. Daardoor komt het promotietraject meer relaxt over en kunnen promovendi bijvoorbeeld meer focussen op een grotere publicatie in plaats van hun studie in stukjes te hakken voor meerdere artikelen. De promotiedag zelf is hier wel heel sober. De verdediging gaat zonder ceremonie en de Denen vieren dit jammer genoeg niet met een feest zoals in Nederland.’

En hoe verschilt het leven in Denemarken en Nederland?

‘Nederland en Denemarken zijn behoorlijk gelijk. Het weer is hetzelfde, het landschap is net zo plat en ook hier zijn de mensen enigszins gesloten. Wat wel opvalt, zijn de kortere werktijden. Die zijn officieel van acht tot half vier en op vrijdag tot drie uur. Voor Denen is dit heel normaal en hier op het lab werken vooral de buitenlanders langer door. Ik heb wel het idee dat Denen hierdoor hun werktijd efficiënter benutten.’ 

Zien we u nog terug in Nederland?

‘Ja, ik keer over anderhalf jaar terug naar Nijmegen om mijn opleiding als medisch oncoloog af te maken. Ik heb nog een jaar te gaan en het Radboudumc heeft me al een vaste aanstelling aangeboden waarbij ik voor de helft in de kliniek werk en de andere helft onderzoek mag doen. Dit is precies wat ik graag wilde, namelijk onderzoek en kliniek zo dicht mogelijk bij elkaar brengen.’ 
 


Auteur: Chrétienne Vuijst
Fotograaf: Jan Willem de Venster
Publicatiedatum: 2 april 2019

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website